De groep van Madame de Vries-Snoek

Tijdens de repetities voor `Manyfacts', een vermenging van ballet en architectuurvideo, wordt bekend dat de oprichtster van het Scapinoballet overleden is.

Tegen de blinde zijgevel van Schouwburg De Kring in Roosendaal staat een touringcar geparkeerd. De chauffeur zit in de cabine. Hij heeft zojuist de dansers van het Scapino Ballet Rotterdam vervoerd en zal ze 's avonds, na de doorloop van Manyfacts, de nieuwste choreografie van artistiek leider Ed Wubbe, weer terugbrengen.

Legendarische verhalen bestaan er over `de' bus waarmee dansers, toneelspelers, musici door het land reizen om hun uitvoeringen te geven of, zoals hier, hun voorstelling te `monteren'. De bus bij een theater is een gebruikelijk beeld. Niets bijzonders. Terwijl ik de doorgang naar de artiesteningang inloop, schiet me een relaas te binnen over de begintijd van Scapino, de armetierige jaren na de bezetting. Er was geen bus. Er was een krakkemikkige vrachtwagen die bij het krieken van de dag door Amsterdam reed om de dansers op afgesproken plekken op te pikken. De jongens zaten in de laadruimte tussen de decorstukken, de meisjes in de cabine bij de chauffeur. Laden en lossen deden ze samen; onderweg een lekke band verwisselen ook en dan tufte het weer verder, soms niet meer dan veertig kilometer per uur, waardoor er weinig tijd overbleef voor een warming-up in de meestal slecht geoutilleerde zaaltjes. Drie voorstellingen per dag, in verschillende plaatsen. Voor een karig loon. Arbeidsomstandigheden waar zelfs de meest gepassioneerde podiumkunstenaars nu voor zouden bedanken, beschermd als ze zijn door Arbo-wet en CAO.

Een paar dansers rekken en strekken op het toneel, ongehinderd door een verspringend patroon van felle rechthoeken dat het toplicht op de glanzende balletvloer uitspreidt. Vanachter de mengtafel in het midden van de donkere zaal klinkt gelach wanneer de rechthoeken plotseling snel flitsend van kleur veranderen. Het hoort er niet bij, dat is duidelijk. Maar het geeft de sfeer aan van de toneelrepetitie die aanstaande is. Acht dagen voor de première lijkt alles onder controle, men gunt zich een grapje.

Meer dansers betreden het toneel. Met de rug naar de zaal rijzen ze op uit de orkestbak, waar een provisorische trap is neergezet. De opkomsten en afgangen kunnen niet anders verlopen, aangezien drie hoge schermen als één aaneengesloten halfronde wal de coulissen en het achterdoek verbergen. Het lijkt of de dansers zich in een kale tv-studio bevinden. Via drie beamers, aangestuurd door één computer, wordt straks op de schermen de animatiefilm geprojecteerd waar het bij Manyfacts om draait. De film, een simulatie van een virtuele stad in de toekomst, is voltooid.

,,We zijn nog aan het puzzelen met de soundtrack. Het lichtplan is niet definitief afgestemd en ik weet straks pas of de volgorde van de danssegmenten wel klopt. Vandaag is ook een goede gelegenheid om aan het slot te werken'', zegt Ed Wubbe. Het is zijn elfde seizoen als choreograaf bij Scapino, zijn negende als artistiek leider. Jaarlijks heeft hij één tot twee meestal avondvullende stukken gemaakt. ,,Meer dan bij al mijn vorige werk moet er zorgvuldig gewerkt worden om alle ingrediënten in balans te krijgen. Bij een muziekballet weet ik in de studio ongeveer hoe het er op toneel uit zal gaan zien. Maar zoiets als dit heb ik nooit bij de hand gehad. Niemand trouwens.''

Lege ruimtes

Anderhalf jaar geleden zocht Ed Wubbe (Amstelveen 1957), nieuwsgierig geworden door een aantal projecten van het Rotterdamse architectenbureau MVRDV toenadering tot Winy Maas voor een gezamenlijke productie. Hij was gefascineerd door het idee om de dansers een niet-bestaande futuristische ruimte te laten bevolken. ,,Ik vroeg me af hoe architecten ruimtes kunnen ontwerpen zonder dat er een mens in te bekennen is. Hoewel ze bedoeld zijn voor mensen. Elke ruimte krijgt een andere lading zodra er zich een levend wezen beweegt. Een voorstelling zonder publiek is geen voorstelling. Ik was benieuwd of het mogelijk zou zijn de twee disciplines samen te brengen.''

Lange discussies met architect Maas mondden uit in het plan voor een grafische, gestapelde stad die, bewegend in al zijn onderdelen en sub-onderdelen, opgebouwd werd door computer graphics ontwerpers Wieland en Gouwens. Wubbe volgde het minutieuze proces en remde de makers nu en dan af, omdat hij aanpassingen van tempi, vooral vertragingen, stiltes en rust nodig achtte. Iedere verandering die hij voorstelde, kostte weken extra werk. ,,Nog altijd is de beweging hier en daar overweldigend. Het is een film, geen decor. Sterker nog, je kunt rustig zeggen dat de film co-choreograaf is. Ik moet nu oppassen dat het geheel niet dichtgesmeerd raakt.''

Wubbe posteert zich naast huiscomponist Michiel Jansen en de technici achter de mengtafel en de doorloop van de dubbelchoreografie begint. Nietig steken de dansers af tegen een immens grafisch exposé van kantelende, aanzwellende, in- en uitzoomende, golvende en pirouetterende vormen. Maar allengs dringt de menselijke choreografie zich op de voorgrond. Bijna het hele gezelschap doet mee in wisselende samenstellingen van ensembles tot solo's.

,,No, no, not yet!'' roept Wubbe naar het toneel als een danser de trappen bestijgt, ,,hij vergist zich met de viool, hij moet pas op bij de tweede inzet.'' De balletmeester spoedt zich naar voren en onderwijl wordt er achter de tafel druk overlegd in een geheimtaal met codes voor muziek, dans èn film die alleen de kleine kring verstaat. De film dartelt voort, de dansers pikken hun volgende cue op.

Kort nadat in de gestapelde stad sneeuwvlokken neerdalen en er opnieuw een verkeerde inzet blijkt te zijn gedaan, laat Wubbe de dansers pauzeren en verlaat gehaast de zaal. De film wordt stopgezet, de dansers gaan op de rand van het toneel zitten, babbelen wat.

fotograaf Leo van Velzen komt naar me toe. Hij zegt dat Hans Snoek die ochtend is overleden. Het oudste dansgezelschap van Nederland heeft zijn oprichtster verloren. Op slag krijgt alles wat er tot dan toe te zien was een andere betekenis. En alles wat er na komt ook.

De driedimensionaal ogende futuristische verhandeling raakt, zodra de doorloop weer voortgaat, zijn cerebrale dichtheid kwijt en de dansers die zich plooien en verweren kunnen alleen nog maar in het licht van het bericht van Hans Snoeks dood worden gezien. Tot en met de titel Manyfacts verwijst alles naar Scapino's historie, die in de roes van de bevrijding op een zonnige julimiddag in 1945 op een Amsterdams schoolplein begon met de eerste dansvoorstelling voor kinderen onder leiding van Hans Snoek(1911).

De regen in de schematische stad lijkt op een weldadige fontein. Op een teken van een van hen cirkelen de dansers om elkaar heen. In 1964 gaf het enige professionele balletgezelschap voor kinderen ter wereld vijftien voorstellingen in Amerika, met als hoogtepunt van erkenning een uitvoering op het Witte Huis. Het podium aldaar was eigenlijk te klein, waardoor de dansers niet uit de voeten konden, vertelde Hans Snoek naderhand. Maar ze had genoten van de limonadefontein die er voor de kinderen van het personeel was neergezet. Dat wilde ze ook en, de waarschuwingen wegwuivend dat het een kleverige boel zou worden, hield ze er pas over op tot er eentje geregeld werd, jaren later, bij het Jeugdtheater De Krakeling. Onlangs nog ijverde ze voor een fontein op het Leidseplein in Amsterdam.

Stemmig zijn de kostuums van de dansers: donkerblauwe, violette en zwarte vloeiend vallende japonnen met split voor de vrouwen, soepele broeken en mouwloze hemden voor de mannen. Voor de eerste voorstellingen van Scapino doorsnuffelden Hans van Norden en Nicolaas Wijnberg, de ontwerpers en mede-instigatoren van Scapino, Snoeks huis op zoek naar kleren en stoffen die dienst konden doen voor decors en kostuums, tot de gordijnen toe. Zijzelf bracht haar sieraden en familiezilver naar de lommerd om de ontbrekende spullen te kunnen aanschaffen.

Hans Snoeks kleurrijke, voyante garderobe was, waar ze ook verscheen, altijd àf door opvallende sieraden. Bovenmaats bengelende oorhangers droeg ze als een van de zeer weinige vrouwen met vanzelfsprekende gratie. In 1954 haalde ze er de voorpagina van de Edinburgh Evening Dispatch mee: ,,Ear-rings that made women watch and whisper at the Edinburgh Festival are worn by Madame de Vries Snoek, from Holland'' luidde het onderschrift bij een diva-achtige foto. Het was het derde jaar van het huwelijk met televisiepionier Erik de Vries. Twee weken geleden vierden ze hun gouden bruiloft.

Wubbe last een pauze in. Hij wil een ander gedeelte van de muziek proberen. Streng in de gaten gehouden door de balletmeester hernemen de dansers zolang het laatst gedanste ensemble, dat nauw let. Ondertussen wordt op de geluidsband het juiste beginpunt gezocht. Toen ze als kind een concert van Furtwängler zag, wilde Johanna Rosine Snoek dirigent worden. Maar ze was er zich, naar eigen zeggen, niet van bewust dat het moeilijker was dan de maat slaan. Toch werd ze dirigent, ze dirigeerde mensen die ze voor de uitvoering van haar plannen kon inzetten. Er bestonden jeugdconcerten, dus waarom geen dansgroep speciaal voor kinderen. Niet zo lang geleden startte ze een theaterproject voor kinderen in asielzoekerscentra. Ze noemde het De Toverbal verwijzend misschien naar haar eerste ballet voor Scapino: De Toverfluit.

Lagere school

In de marge van de roterende stad verschijnen af en toe verklarende lemma's: industry, water, distribution, waste, die in zwevende, uiteenvallende segmenten nader worden uitgewerkt. De dansers lijken er hun levend commentaar op te geven, meegaand of contrasterend. Ze zijn zo jong dat geen van hen geboren was toen het Scapino Ballet de statuten wijzigde en niet langer uitsluitend voor kinderen optrad. Maar generaties vóór hen hebben hun eerste dansvoorstelling gezien bij Scapino, toen ze nog op de lagere school zaten. Sommigen gingen `op Scapino', naar de balletklasjes op woensdagmiddag en spelden het Scapino Nieuws. Tallozen werden trouwe balletbezoekers. Enkelen bekwaamden zich tot echte scapinezen, zoals choreografe Bianca van Dillen, die alle door Hans Snoek opgerichte opleidingen doorliep, van 1956 tot 1967 bij de groep danste en er, gestimuleerd door de artistiek leidster, haar eerste stukken maakte.

,,Are you still working on the music, guys?'' De balletmeester tuurt de zaal in. Wubbe zucht. ,,Ga je gang, we beginnen met de trein. Laten we het zo maar proberen.'' De geluidsband zit nog altijd niet naar tevredenheid in elkaar. Jansen en Wubbe besluiten de rest van de dag gescheiden te werken, om voor de komende try-out zo ver mogelijk gevorderd te zijn.

Kinderen hebben een introductie op de dans nodig, meende Hans Snoek, speelse instructies. Ze heeft zelf ook enkele keren de Scapino-figuur uitgebeeld die het jonge publiek wegwijs maakte. In het begin legden we te veel uit, zei ze later: ,,`Kijk eens wie daar aankomt?' zei Scapino en dan kwam er inderdaad iemand aan. Dat was natuurlijk overbodig.'' Tom de Graaf, in het karakteristieke witte op de commedia dell'arte geïnspireerde kostuum, was tot 1970 de laatste Scapino. Hij kreeg stapels fanmail. Zijn populariteit bewoog Hans van Manen ertoe het stuk Snippers te maken met papier-opfrommel-geluiden, door een microfoon versterkt.

De choreograaf stapt het toneel op en werkt met twee solisten aan een duet. Geconcentreerd en met weinig woorden. Hij knikt instemmend als het paar een iets andere richting voor een beweging zoekt. Even later past hij toch iets aan. Ine Rietstap, nu danscritica, kwam in 1960 bij Scapino dansen. Ze moest in vier dagen tien stukken uit het repertoire instuderen. In eentje kreeg ze de hoofdrol. Hans Snoek leidde de repetitie, gehaast, zoals ze dat deed. ,,Je komt van rechts, daar en dan ga je daar naar toe, naar links.'' Op de vraag hóe ze van rechts naar links moest gaan, antwoordde de choreografe: ,,Nou gewoon, tadadie, tadada, tadada!''

Hoewel Hans Snoek vond dat ze niet streng genoeg was geweest op haar dansers beschouwde ze uitstraling toch als belangrijker dan technisch kunnen: de dans het middel, het kind het doel en niet andersom. De koerswijziging van Scapino onder haar opvolgers na 1970 betreurde ze. Het is beter iets unieks te doen dan een van de velen te zijn, was haar overtuiging. Net als de illustere oprichtster wil Ed Wubbe een uniek Scapino-repertoire brengen met veel inbreng van de overige kunsten. Hij houdt ervan jong talent aan te trekken en te stimuleren en Scapino heeft een jong publiek.

Moe en stilletjes stapt de groep laat in de avond in de bus. Aan het slotduet van Manyfacts is Wubbe niet meer toegekomen. Na de eerste try-out waarop hij bij aanvang een toespraak heeft gehouden over de betekenis van Hans Snoek voor Scapino, zegt hij: ,,Ik vind het nog steeds onwerkelijk. Hans kwam altijd naar de voorstellingen, als we in Amsterdam stonden, vaste prik, en na afloop hadden we pittige discussies. Ik had groot respect voor haar en ik wist dat ze het op prijs stelde dat ik haar niet naar de mond praatte. Vorig jaar hebben we samen met Hans een grote reünie georganiseerd. Het 55-jarig bestaan. De Amsterdamse Stadsschouwburg zat tjokvol oud-scapinezen, zelfs uit het buitenland waren ze gekomen. Na de voorstelling hebben we er met zijn allen gegeten. Het was een bijzondere gebeurtenis.''

Het Scapino Ballet draagt Manyfacts op aan Hans Snoek.

Voorstelling: Manyfacts van Scapino Ballet Rotterdam. Uitsluitend te zien in de Rotterdamse Schouwburg (010 4118110) Zondag 7 oktober herhaalt de NPS de documentaire `Hans Snoek, de dans of het kind' uit 1994. Hoogtepunt van erkenning was een uitvoering op het Witte Huis, met een limonadefontein Sommige kinderen gingen `op Scapino', balletklasjes op woensdagmiddag