Constante kinderherrie

Voor iemand die net vader is geworden — van natuurlijk de mooiste baby ter wereld —, is het onmogelijk het boekje Nooit meer uitslapen zonder huiver tot zich te nemen. De bundel met verhalen over het moderne gezinsleven die Ewoud Sanders voor het merendeel eerder in deze krant publiceerde, doet je jezelf afvragen: hebben we nu een kind in huis, of een tijdbom?

Nu heeft Sanders drie kinderen en die drie vormen samen een bolwerk waar zijn vrouw en hij als minderheid tegenover staan. Wij zullen onze ene dochter nog wel de baas worden, denk ik. Maar Sanders denkt daar duidelijk anders over. Je zou zeggen dat iemand met enig fysiek en verstandelijk overwicht de baas in huis kan blijven. Sanders hangt de stelling aan dat dit niet het geval is. Volgens hem beschikken kinderen over een niet nader aangeduide macht om zonder goede argumenten, dwars tegen alle afspraken in en meestal zonder fysiek geweld, hun zin door te drukken.

Hij geeft tevens de indruk dit in het geheel niet erg te vinden. Duidelijke regels (zoals niet voor een bepaalde tijd 's ochtends bij de ouders in bed kruipen) worden dag in dag uit ter discussie gesteld. De intense herrie die altijd rond de kinderen hangt, dwingt hem zijn ontbijt in de tuin te nuttigen. Ondanks zijn uitdrukkelijke wil ligt het hele huis vol snoep en moet hij zijn jongste zoon elke nacht ontwarren uit een onvoorstelbare kluwen scharen, stiften en fietssloten. Hij schrijft erover alsof het bijna metafysische of in elk geval poëtische ervaringen zijn.

Sanders is autoriteit op het terrein van de eponiemen, woorden die teruggaan op historische personen (Colbert, Sandwich e.d.) meer in het algemeen is hij lexicograaf te noemen. Fascinerend is het hoofdstuk over de `gekke woorden' waarover zijn dochter droomt en met hem zie ik in het gebruik van het begrip `spronkel' ook wel wat. Des te triester dat hij ronduit foutief woordgebruik van zijn kinderen niet kan intomen. Ook hier weer geldt: het lijkt hem niet te deren. Stilzwijgend kiest hij de kant van degenen die hem continu en zonder enige reden dwarszitten.

Op driekwart van het boek staat gelukkig een verhaal dat de ouders van één kind een hart onder de riem steekt. Soms hebben ze maar, door logies elders, één kind in huis. Dat is dus een `makkie', schrijft hij. Zij het dat hij, murw gebeukt door de extremisten in hun huis, weer moet spreken van een `incompleet' stil huis.

Nooit meer uitslapen is amusant leesvoer voor ouders die één kind hebben en niet aan gezinsuitbreiding denken. Het is ook aardig voor ouders met meer dan één kind; hen zou je kunnen beschouwen als een patiëntengroep waarbinnen het louterend kan werken ervaringen uit te wisselen. Tenslotte is het een aardig boek voor mensen die kinderloos willen blijven. Misschien, bij nader inzien, voor die groep net het minst leuk.

Ewoud Sanders: Nooit meer uitslapen. Kleine kroniek van het moderne gezinsleven. Veen, 118 blz. ƒ19,90