CNN-verliezer beklaagt zich

CNN, schrijft mede-oprichter Reese Schonfeld in de proloog van zijn boek, is er slecht aan toe. Niemand kijkt er nog naar. De kijkcijfers zijn abominabel, de programma's oppervlakkig en voorspelbaar. De journalisten in loondienst maken zich zorgen over hun baan. De advertentie-inkomsten dalen met de dag. `Goede tijd om een boek over CNN te schrijven.'

Inderdaad, nu tenminste wel. Toen Schonfeld de laatste hand aan zijn manuscript legde, in juni 2000, kon hij niet weten dat ruim een jaar later televisiekijkers overal ter wereld aan CNN gekluisterd zouden zitten om de verbijsterende aanslag op het World Trade Center te zien, en nog een keer, en nog een keer. Hoezeer CNN ook in staat is ergernis op te roepen door de hijgerige toon van de nieuwslezers en de Amerikaanse invalshoek waarmee elk onderwerp bekeken wordt, het eerste wat honderdduizenden mensen deden toen op 11 september bekend werd dat een van de Twin Towers in brand stond was: CNN aanzetten. Als leverancier van live nieuws is CNN onverslaanbaar. Het is overal als eerste, een prestatie waar Schonfeld, die in zijn voorwoord schromelijk overdrijft, met recht trots op kan zijn.

Maar Schonfeld, die de zender in den beginne vorm gaf, is niet trots. Hij is boos, op mediamagnaat Ted Turner die hem in 1982, twee jaar na de lancering, ontsloeg. (Turner had hem eind 1978 gebeld omdat Schonfeld een onafhankelijk televisiestation op poten had gezet.) Op de drie grote Amerikaanse omroepen ABC, NBC en CBS, die destijds de macht hadden in televisieland. Op de TV-presentator Katie Couric, die nog altijd rondbazuint dat Schonfeld haar niet goed genoeg vond voor CNN. Eigenlijk is Schonfeld boos op alles en iedereen die hem tot op de dag van vandaag de eer onthoudt waarvan hij vindt dat die hem toekomt. Me and Ted against the World is geschreven door een gedeukt ego. `CNN is de nieuwsbron nummer één van de wereld. Zo nu en dan schiet me te binnen dat ik er ook iets mee te maken had, maar voor de wereld is het de verdienste van Ted.'

In Nederland zal de naam Reese Schonfeld dan ook geen bel doen rinkelen; in de Verenigde Staten heeft hij met de oprichting van het Food Network in 1993 (`Iedere dag een heel uur nieuws over eten. Ik ben altijd een nieuwsjunkie gebleven') geprobeerd revanche op Turner te halen. Schonfeld is geen schrijvend journalist, maar een televisiemaker van de korte adem die in soundbites en anekdotes denkt. Toch heeft hij ooit een briljant idee gehad en de wankele eerste stappen van zijn geesteskind mogen meemaken.

Schonfelds idee was dit: CNN zou de schroeven en moeren van het nieuws laten zien, het ouderwetse handwerk, zonder de opgeklopte romantiek van correspondenten die verslag doen vanaf een frontlinie in een werelddeel dat de kijker in Omaha, Nebraska toch niet interesseert. De 24-uurs nieuwszender zou `vloeiend en spontaan' zijn. De studio moest ingericht worden als de redactiezaal van een krant, maar dan met lichten en camera's. `Het publiek moest zien wat we deden en hoe we het deden.'

Dat is, min of meer, gelukt. CNN is `het enige wat ik wilde doen', schrijft Schonfeld, maar hij kan niet accepteren dat CNN zich zonder hem beter dan ooit weet te redden.

Reese Schonfeld: Me and Ted against the World. The Unauthorized Story of the Founding of CNN. HarperCollins, 389 blz. ƒ73,16