`Bij Mann ontmoette ik de schoonheid van het vertellen'

Volgende week verschijnt de nieuwe essaybundel van Willem Brakman.

Koorts leidt tot kunst, toonde Thomas Mann hem.

,,In de oorlog had ik het geluk iemand te kennen'', vertelt de schrijver Willem Brakman, ,,een onderwijzeres, die veel boeken had. Ik was jong, er was geen boek meer te koop; ik dook onder bij mijn ouders in Den Haag. De hele oorlog heb ik kunnen lezen en studeren, ik bereidde me ook voor op het HBS-examen. Die onderwijzeres heeft me Der Zauberberg van Thomas Mann gegeven, en dat heb ik gelezen omgeven door een ideale atmosfeer. Der Zauberberg is een langzaam voortschrijdend boek. Ik heb wel eens gezegd, je kunt niet zomaar ongestraft Dostojevski gaan lezen, je moet je eerst zorgvuldig psychologisch voorbereiden op een laag tempo. Dat geldt ook voor Der Zauberberg, überhaupt voor Thomas Mann.''

Willem Brakman (Den Haag, 1922) publiceerde sinds zijn debuut Een winterreis (1961) zo'n 46 boeken, voornamelijk romans. Brakman werd geprezen om de uitbundigheid van zijn taal en verbeelding, maar werd ook verweten dat hij te moeilijk schrijft. ,,Ik schrijf voor mijn gevoel niet zo moeilijk als ik te boek sta'', zegt hij. En over het oorspronkelijk gevoel voor humor dat uit zijn werk spreekt: ,,Ik heb geen cabarethumor, ik heb een humor die het ondraaglijke draaglijk maakt.'' Volgende week verschijnt de essaybundel Vrij uitzicht, waarin Brakman zegt dat hij `het plezier van het lezen en de vreugde van de geest ook laat meespelen en de waarheid niet tot het allerhoogste moment verklaart'. In januari wordt een nieuwe roman verwacht, Gesprekken in huizen aan zee. ,,Over mijn geliefde Den Haag.''

Brakman noemt zijn confrontatie met Der Zauberberg (1924) van de Duitse schrijver Thomas Mann (1875-1955) een `Bildungserlebnis'. ,,Ik had voor het eerst de gelegenheid de schoonheid en de differentiatie van het vertellen te ontmoeten. Dat was de eerste indruk die ik had van Thomas Mann: het was een boeiende verteller. Ik kon ook de verschillen zien tussen de inval en de taak: Mann had taakmomenten en invallen. Invallen, dat zijn prachtige momenten waarmee je je als schrijver gelukkig prijst. Taakmomenten, dat zie je bijvoorbeeld als Hans Castorp, de niet al te snuggere maar zeer leergierige hoofdfiguur van Der Zauberberg, ergens in het zonnetje wegsoezelt in een halfslaap. Dan schildert Mann het grote panorama van zijn jeugd en schooltijd, maar vooral de relatie die hij had tot een jongen. Geen kameraad, want hij durfde hem eigenlijk nauwelijks in het oog te zien, maar hij bestudeerde hem. Dat was de jongen met de Kirgiezen-ogen, een hele knappe jongen. Daar benaderde Mann toch op kousenvoeten de homofilie. Hij wil dat kwijt, ook in Der Zauberberg, maar hij heeft dat niet zo dominerend gedaan als in andere werken, als Der Tod in Venedig (1911). Enfin, dat verschil in vertellen viel me toen op. Ik begon eigenlijk langzaam te ontwaken als een goede lezer en dat heeft zich later ontwikkeld tot een niet minder goede schrijver.''

Is Brakman zelf meer een schrijver van invallen of van taakmomenten? ,,Kijk eens, voor een schrijver is het nadelig als je vakkundig te werk gaat. Wie in een roman ernstig gaat filosoferen verpest het boek. Dan denkt de lezer: luister eens, dat kan ik zelf opzoeken in een of andere pil. De vertellende gedeelten bij Mann, die taakmomenten, die wankelen altijd op de rand van een betoog en dat is hinderlijk. Doktor Faustus (1947) is daar voor een groot deel door bedorven, al die muziektheorieën en politiek-sociale beschouwingen. Een lezer wil dat niet, hij wil zijn eigen geest beleven, los in de gewrichten, en bereid tot alle avontuur. Dat is goed vertellen, en dat wist Thomas Mann donders goed. Ik heb een grote hekel aan boeken met een nerf, een verhaalnerf die alle aandacht opzuigt. Echte literatuur houdt zich op in het struikgewas, om zo te zeggen in het chlorofyl tussen de nerfvertakkingen.''

Vijf jaar was Brakman als huisarts werkzaam, met tegenzin, zegt hij: ,,Ik ben geen patiëntendokter.'' Het verklaart misschien iets van zijn belangstelling voor Der Zauberberg, waarin de relatie tussen ziekte en gezondheid een grote rol speelt. Brakman: ,,In zijn laatste grote werk zit het ook, in de figuur van Nietzsche, die model staat voor Faustus. Daar gaat het om de verbintenis tussen genialiteit en ziekte. Het is niet zo dat de ziekte garant staat voor genialiteit. Thomas Mann zegt, het gaat er altijd maar om wie ziek is. In Der Zauberberg is Castorp niet geniaal, maar door zijn leergierigheid voortdurend in schommelende beweging. Hij is opgesteld tussen de nihilistische jezuïet Naphta en aan de andere kant de humanist Settembrini. Nu is het wonderlijke bij Mann, die een burger was, dat hij aan de humanist de ironie zich ten volle laat ontvouwen, en de nihilist ernstig neemt. Niettemin, het boek gaat over ziekte, en heeft als centraal element dat voor de geest die weten wil het gezond is ziek te zijn.''

Waarom heeft de geest baat bij ziekte? ,,Omdat dat het ervaringsvermogen aanzienlijk verhoogt. Toen ik de P.C. Hooftprijs kreeg in 1981, heb ik een dankwoord gesproken, waarin ik het had over geest en ziekte. Met groot plezier sprak ik over de blauwgeaderde bleekheid, de bronchite, de vapeur, de malaise, de albasten onderarmen, het ivoorbleek voorhoofd. Al dit is mogelijk wanneer iemand ziek is, dan opent zich een wereld die voor die tijd gesloten was. Ook doet ziekte een groot beroep op de taal, het beschrijven van eigen klachten. Ik heb dat eens uitgediept in een boek, De vadermoorders (1989), waarin een dokter een persoon op zijn spreekuur krijgt die een onzichtbare wond heeft aan zijn hand. Die dokter geeft hem van alles maar de pijn gaat niet weg. De patiënt komt steeds terug en dan zie je hoe hij woorden weet te vinden voor die pijn: een borende pijn, een schavende pijn, een stekende pijn, een snijdende pijn, een bolle pijn, een holle pijn, zo gaat het maar door, en deze verfijning van de taal, die voert weer terug naar de geest. De tuberculose waar Castorp aan lijdt is natuurlijk een prachtige ziekte voor de geest, want dat ene graadje temperatuurverhoging, dat opent zalen. Lichte koorts, niet 37.2 maar 38.2, dat is zeer belangrijk voor de cultuur geweest.''

Mann rekende zichzelf tot de laatsten van een bepaalde periode, zegt Brakman. ,,De stap naar de actualiteit die na de oorlog begon heeft hij nooit kunnen en willen maken, en op de een of andere wijze voel ik me daartoe aangetrokken. Ik val ook niet samen met de tijd waarin ik leef, ik voel me meer thuis in de negentiende eeuw. Ik voel me intelligent genoeg om deze tijd niet te kunnen overslaan of ontkennen, maar heb heimwee genoeg naar een vorige tijd. Samenvattend zou ik kunnen zeggen: Thomas Mann was een van de grote geesten die aan de vooruitgang niet geloofden. En daar zeg ik amen op.''

Thomas Mann: Der Zauberberg, vertaald als De Toverberg, De Arbeiderspers, ƒ74,93