Alleen de adem ontbreekt

Hij was verknocht aan Venetië en zestig jaar lang triomfeerde hij daar als machtigste schilder. Want Titiaan kon met zijn vingertoppen een portret schilderen als ware het een psychologisch rapport. Zijn totale oeuvre is bijeengebracht.

De manier van schilderen van de zestiende eeuwse Venetiaanse kunstenaar werd vierhonderd jaar later gezien als een voorafspiegeling van het impressionisme. Mede daarom spreekt de schilderkunst van Titiaan, de onbetwiste coryfee van de Venetiaanse Renaissance, nog steeds tot de verbeelding. De magie van zijn schilderkunst, zijn revolutionaire omgang met de verf en zijn picturale vondsten, brachten vooral in de twintigste eeuw een ware vloedgolf van monografieën en kunsthistorische beschouwingen teweeg. En opnieuw is Titiaan onderwerp van een wetenschappelijke studie geworden, een waar standaardwerk, geschreven door Filippo Pedrocco, autoriteit op het gebied van de Venetiaanse kunst.

Het is een boek om gelukkig van te worden. De auteur verliest zich niet in fantastische iconografische interpretaties of andere speculaties. Strikt aan de hand van de feiten reconstrueert hij leven en werken van de `Prins der Schilders' in het artistieke en culturele klimaat van het zestiende-eeuwse Venetië. De in het boek opgenomen catalogus omvat bovendien het gehele oeuvre van Titiaan, aan wie meer dan 250 schilderijen worden toegeschreven. Ze zijn afgebeeld in kleur en voorzien van gedetailleerde commentaren waarin de historische en stilistische aspecten worden belicht.

Titiaans toverkunsten als schilder strekken zich uit over alle genres die hij beoefende. Zijn religieuze voorstellingen hebben een ongekend dramatisch gehalte. Zijn mythologische scènes, vaak naar vertellingen van Ovidius, zijn bedwelmend sensueel. Wie zijn portretten ziet, zoals dat van zijn opdrachtgever Philips II, krijgt niet alleen een schitterend schilderij voor ogen, maar ook een psychologisch rapport van de wankelmoedige, kennelijk door zondebesef geteisterde, jonge vorst.

Titiaans vele naakte Venussen zijn de delicate belichaming van de erotiek. De beroemde Venus van Urbino (1538) ligt uitgestrekt op een onopgemaakt bed in een ruim vertrek met een vaag uitzicht op een blauwe hemel boven een landschap. De sereniteit van haar naakte lichaam contrasteert met de blik vol overgave waarmee ze de toeschouwer aankijkt. De spanning wordt nog opgevoerd door twee op de rug geziene figuren, een meisje en een elegant geklede vrouw, die zich in hetzelfde vertrek, bij een bewerkte houten kist, bevinden. Het meisje heeft het deksel een stukje opgetild en zit op haar knieën de inhoud te onderzoeken, terwijl de vrouw toekijkt. Titiaans naakte Venussen zijn veeleer raadsels dan onthullingen.

De Venus van Urbino speelt in de eigentijdse kunst trouwens nog altijd een bescheiden rolletje. De schilder en dichter van de Vijftigers, Jan Elburg, verwerkte haar in een politiek geladen collage met de titel `La putain de classe'. Constant, mede-oprichter van de Cobragroep, nam haar voet onder de loep in een essay getiteld `A propos de Cézanne'. Hij stipt daarin onder meer het kenmerk van de schilderkunst van Titiaan aan, vorm scheppen door kleur. Constant schrijft: `Eeuwen zijn er nodig geweest om de vervagende contour te ontdekken, hetgeen wil zeggen om van het tekenen van de contour tot het schilderen ervan – de picturale contour – te komen. Men vergelijke daartoe bijvoorbeeld de voet van de Venus van Botticcelli (geboorte) met de Venus van Titiaan (Urbino).'

In Titian. The Complete Paintings wordt geen nieuwe visie op de schilderkunst van Titiaan ontvouwd, wèl worden bepaalde opvattingen bijgesteld zoals de grote invloed die Giorgone op diens ontwikkeling zou hebben gehad. Hetzelfde gebeurt met Titiaans verwerking van het maniërisme van Michelangelo en Raphael. In de brieven die Titiaan verstuurde tijdens zijn tijdelijke verblijf in Rome waar hij opdrachten uitvoerde voor de paus, repte hij niet over het maniërisme. Zijn inspiratiebron was het aldaar aanwezige oude gesteente, schreef hij.

De afstand tussen Titiaan en de maniëristen moet tamelijk groot zijn geweest. Michelangelo, die in Rome een bezoek bracht aan Titiaans studio waarbij hij diens werk prees, schijnt op de terugweg naar huis te hebben opgemerkt dat de Venetiaanse schilder jammergenoeg geen benul had van `disegno'. De auteur sluit zich aan bij de opvatting van Panofsky (1969) over Titiaan. Panofsky stelde vast dat er geen andere grote kunstenaar zoveel invloeden geabsorbeerd heeft als Titiaan en tegelijkertijd zo weinig concessies heeft gedaan. `Niemand was zo flexibel en zo volledig trouw aan zichzelf.'

Titiaans loopbaan was in alle opzichten een succes. Vermoedelijk geboren tussen 1488 en 1490 als telg van de oude, adellijke familie Vecellio uit Pievi di Cadore, arriveerde hij op zijn negende in Venetië om zijn intrek te nemen bij een oom en zich in het vak te bekwamen bij de bekendste schilder van die dagen, Gentile Bellini. Aan Venetië zou hij verknocht blijven. Zelfs de eervolle uitnodiging, in 1510, van Paus Leo X, zoon van Lorenzo il Magnifico, om permanent aan het pauselijk hof in Rome te komen schilderen, sloeg hij af.

Niet lang daarna was hij staatsschilder van Venetië. Dogen, koningen als Karel V, Philip II en koningin Mary van Hongarije, pauzen, religieuze orden, de adel en rijke kooplieden waren zijn opdrachtgevers. Als twintigjarige was zijn reputatie al gevestigd door de frescos die hij samen met Giorgione in de Fondacio dei Tedeschi schilderde. Er zijn maar een paar rudimenten van overgebleven die in dit boek gedetermineerd zijn om er de gevolgtrekking aan te verbinden dat er toen al een duidelijk onderscheid bestond tussen de dromerige, poëtische stijl van Giorgione en de meer robuuste aanpak van de jonge Titiaan. Vasari vertelt in zijn befaamd geworden boek over het leven van de schilders (1568) dat Giorgione zich opsloot in zijn huis en niemand meer wilde zien nadat hij uitbundig was geprezen voor fresco's die door Titiaan bleken te zijn gemaakt.

Publiciteit

Giorgione was ongeveer even oud als Titiaan en diens belangrijkste concurrent. De pest vaagde Giorgione rond zijn dertigste levensjaar weg en daarna vertrok Sebastiono del Piombo uit Venetië. Daarmee waren Titiaans belangrijkste mededingers verdwenen. De volgende zestig jaar zou Titiaan de invloedrijkste en machtigste kunstenaar van Venetië zijn. Zijn vriendschap met de Toscaanse dichter Pietro Aretino en de Toscaanse architect en beeldhouwer Sansovini droeg daar nog aan bij. De architect spijkerde hem bij over het nieuwe classicisme dat zich in Rome had ontwikkeld.

Aretino met zijn vele contacten in toonaangevende Italiaanse kringen verzorgde de publiciteit voor Titiaan. Hij hield er de nodige opdrachten aan over. Tot ridder geslagen en tot ereburger van Rome benoemd, nam zijn soevereiniteit als kunstenaar alleen maar toe. Geassisteerd door zijn zoon Orazio en andere familieleden, kwam hij tot een enorme productie.

Titiaan mag dan geen 103 zijn geworden, zoals vermeld werd toen hij op 27 augustus 1576 in zijn Venetiaanse huis in de Biri Grande stierf, maar stokoud werd hij wel. Gedurende de laatste twintig jaar van zijn leven werd zijn magische koloriet nog geheimzinniger. Het naturalisme van zijn figuren was van dien aard dat alleen het ademen er nog aan ontbrak. Palma Giovane die bij hem in de leer was, vertelde een collega hoe de oude meester te werk ging. Hij prepareerde zijn doeken met een `bed' van verf, en voegde er trefzekere streken bloedrood, chromaatgeel of loodwit aan toe om de `finishing touch' met zijn in de verf gedoopte vingertoppen uit te voeren. `Hij schilderde meer met zijn vingers dan met zijn kwast', volgens de leerling.

Zijn laatste, grote werk – de aangrijpende Pietà in de Frari-kerk in Venetië – schijnt Titiaan als een bezweringsritueel tegen de pest te hebben bedoeld. Hij stierf voor het af was. En kort daarna overleed ook zijn geliefde zoon Orazio – aan de pest.

Filippo Pedrocco en M.A. Chiari Moretto Wiel: Titian. The Complete Paintings. Thames & Hudson, 335 blz. 294 ill., ƒ202,50