`Absolute voedselveiligheid is een fictie'

Voedselproducenten overtreden veelvuldig regels die de veiligheid van voedsel moeten garanderen. Systematisch toezicht, zegt directeur Martin Wolfs van de Keuringsdienst van Waren, vergt tijd.

Bijna 20 jaar werkt algemeen directeur Martin Wolfs bij de Keuringsdienst van Waren. Dat er de laatste jaren bij meer bedrijven onregelmatigheden worden ontdekt, mag niet leiden tot de conclusie dat de veiligheid van het voedsel is verminderd, meent hij. ,,We zijn scherper geworden in de controle.''

Deze week werden zeker 45 mensen ziek nadat ze giftige sterrenmixthee hadden gedronken. Zijn dit soort incidenten te voorkomen?

,,Absolute veiligheid is een fictie, forget it. Bedrijven hebben de afgelopen jaren veel gedaan aan voedselveiligheid, maar er kan altijd iets misgaan of er kan een idioot zijn die zich iets in het hoofd haalt. Wij hebben drie hulpmiddelen om problemen te voorkomen: via steekproeven houden we toezicht op de werkwijze van producenten en controleren we eindproducten en we hebben een meldkamer, waar 35.000 telefoontjes per jaar binnenkomen, ook van bedrijven die een probleem te melden hebben.''

Volgens de Consumentenbond wijst de affaire met de sterrenmixthee op de noodzaak van een Nationale Voedselautoriteit die het héle productieproces van voedsel overziet. Werkt uw dienst niet zo?

,,Wij zijn een buitengewoon moderne toezichthouder. Sinds 1998 doen we aan systeemtoezicht. Dat betekent dat voedselproducenten moeten voldoen aan voorschriften om de herkomst en verwerking van hun producten te verantwoorden. Wij houden daarop toezicht, we maken mét de sector analyses van de risico's en stellen veiligheidsprogramma's op. Maar de Keuringsdienst van Waren en dat vergeten sommige organisaties steeds is een inspectie, net als bijvoorbeeld de Arbeidsinspectie: wij houden toezicht, wij zetten geen stempel op elke pindaboon om te garanderen dat die goed is – dát is de primaire verantwoordelijkheid van de producent. Als iets niet door de beugel kan, worden we een opsporingsbrigade.''

Kan die verantwoordelijkheid wel aan bedrijven worden overgelaten? Uit uw controles blijkt dat véél bedrijven zich niet aan de regels houden: 40 procent van de snackbars en cafetaria's bijvoorbeeld.

,,Het móét zo zijn dat de producent verantwoordelijk is voor wat hij maakt. We zijn nog maar kort bezig met de codes van hygiëne en procedures voor voedselveiligheid, en het onderzoeken van bedrijven kost meer tijd dan verwacht. Misschien dat er een spanningsveld zit – maar dat moet de toekomst uitwijzen – bij kleine bedrijven die moeite hebben om te voldoen aan de administratieve verplichtingen voor voedselveiligheid. Dat geldt voor de snackbar op de hoek en eigenlijk voor alle eenmansbedrijven. Waar de expertise ontbreekt, helpen wij de sector om het systeem op te zetten. Dat vergt tijd. En je moet natuurlijk willen. Er is altijd wel een categorie die er geen zin in heeft. Dan moet je straf optreden. In 1999 hebben we minder dan 4.000 proces-verbalen opgemaakt. Vorig jaar waren dat er een kleine 6.000.

Is voedsel onveiliger geworden?

,,Ik vind het eigenlijk geen relevante vraag of het voedsel veiliger is geworden of niet. Nu gaat het erom dat een maatschappij weet dat het over vijf jaar beter zal zijn. Het moet steeds beter worden.