Westen heeft het terrorisme aan zichzelf te wijten

De geïndustrialiseerde wereld, die alles afwijst dat vreemd is aan haar eigen cultuur, heeft daardoor het terrorisme bevorderd, meent Baltasar Garzón.

Afghanistan, het regime van de Talibaan, Osama bin Laden of zijn volgelingen – voor sommigen is het allemaal één pot nat. Maar wanneer wij niet protesteren tegen een militaire aanval, begaan wij een ernstige vergissing of maken we ons schuldig aan stilzwijgende medewerking aan de oorlogszuchtige plannen die de Amerikaanse leiders bij herhaling verkondigen.

Het is spijtig dat het Westen, en met name de Europese landen, zich daar zonder protest bij neerleggen. Het zou ons wanhopig moeten stemmen. Natuurlijk worden ook grootse redevoeringen gehouden en belangrijke akkoorden getekend, maar uiteindelijk accepteert het Westen een gewelddadige reactie en werkt er aan mee.

Dat de VS zouden reageren zoals ze beloven, hoeft niemand te verbazen. Maar dat andere landen erin meegaan, viel moeilijk te voorzien. Het is alarmerend dat landen als Frankrijk en Spanje niet hebben geprotesteerd, geen `nee' hebben gezegd tegen een gewelddadige reactie als enige mogelijkheid en dat ze de grote leugen van een `definitieve oplossing' voor het terrorisme niet aan de kaak hebben gesteld.

In mijn land duurt de strijd tegen terrorisme al dertig jaar en dagelijks wordt geroepen dat recht en rechtvaardigheid er de beste remedie tegen vormen. Spanje kan nu moeilijk een legerhelm opzetten en zijn onvoorwaardelijke steun aanbieden aan het mogelijk bombarderen van niets, aan een massaslachting te midden van armoede en aan het schenden van de meest elementaire logische wet: dat geweld geweld voortbrengt. De spiraal van het terrorisme wordt gevoed door het aantal doden onder zijn slachtoffers.

Er is wel gezegd over het terrorisme, met name over de islamitische of fundamentalistische variant ervan, dat het een wereldwijde bedreiging vormt. Maar het is een verschijnsel dat kon groeien dankzij het feit dat het Westen alles verwerpt dat afwijkt van de eigen cultuur of de `beschaafde wereld'. Het Westen en zijn politieke, militaire, sociale en economische hiërarchieën hebben zich altijd meer beziggehouden met het corrupte, beschamende opvoeren van productie, speculatie en winst, dan met een behoorlijke herverdeling van rijkdom.

De voorkeur ging uit naar maatschappelijke uitsluiting in plaats van integratie en toenemende migratie. En het Westen wilde geen uitstaande schulden kwijtschelden, maar stond op terugbetaling, in plaats van dat geld aan te wenden in dezelfde landen die nu om hulp en begrip worden gevraagd. Voor al die bewuste misstappen krijgt het Westen nu de verschrikkelijke rekening van fanatiek religieus geweld gepresenteerd.

Duurzame vrede en vrijheid kunnen slechts worden bereikt met recht, rechtvaardigheid, respect voor verscheidenheid, bescherming van mensenrechten en afgewogen, rechtvaardige reacties. Vrede op misère gedijt niet. En vooral mag niet vergeten worden dat er een moment zal komen waarop gerechtigheid zal worden geëist van degenen die voor deze fouten verantwoordelijk zijn en die een historische kans om de wereld rechtvaardiger te maken voorbij hebben laten gaan.

Ik denk daarbij niet aan het soort gerechtigheid dat geëist wordt van degenen die de tragische gebeurtenissen van 11 september hebben beraamd en uitgevoerd. Daarvoor zijn er het nationale of internationale recht, de inlichtingendiensten en politieorganisaties die het bewijsmateriaal moeten vergaren dat nodig is voor een rechtvaardig proces. Men kan namelijk niet volstaan met te zeggen dat het bewijs er wel is, maar niet openbaar gemaakt kan worden omdat de bronnen dan misschien in gevaar komen. Dat is geen serieuze benadering, dat is domweg onwettig.

Iedereen is er natuurlijk allang van overtuigd dat Osama bin Laden de schuldige is. Waarschijnlijk is hij dat ook, als onbetwist leider van het islamitische fundamentalistische terrorisme. Het gaat om een afschuwelijke misdaad, maar een fatsoenlijk proces hoort wel bij onze reactie. In hun haast om Bin Laden te elimineren lijken de westerse leiders dat feit te zijn vergeten. En dat is ernstig.

De gerechtigheid die ik bedoel, moet niet alleen worden geëist van de Talibaan met hun wrede, onderdrukkende regime, maar ook van de leiders van westerse landen die, zonder gevoel van verantwoordelijkheid en via de media, paniek hebben gezaaid onder het Afghaanse volk. Met een dreigende invasie in het vooruitzicht zien de Afghanen zich genoodzaakt op de vlucht te slaan richting vermeende vrijheid en veiligheid. Maar in werkelijkheid vluchten ze richting een menselijke catastrofe. Wie zal verantwoording afleggen voor al die doden? Wie zal verantwoording afleggen voor de gedwongen migratie? De dood van een paar duizend Afghanen zal de westerse leiders waarschijnlijk weinig interesseren, want alle grootse redevoeringen ten spijt is hun lot reeds bezegeld.

De reactie waar ik voor opteer, is geen militaire, maar één die is gebaseerd op recht, via de directe goedkeuring van een internationaal verdrag over terrorisme. Een dergelijk verdrag zou onder meer regels moeten behelzen voor de samenwerking tussen politie en justitie, en regels die het mogelijk maken onderzoek te doen in belastingparadijzen, de ratificatie van het statuut van het Internationaal Strafhof en een definitie van terrorisme als misdaad tegen de menselijkheid.

Het wordt tijd om door één lens te kijken naar de principes van territoriale soevereiniteit, mensenrechten, veiligheid, samenwerking en de wereldwijde berechting van misdaden. Dat zou het doel moeten zijn van de coalitie van landen tegen terrorisme.

Baltasar Garzón is rechter in Spanje en houdt zich bezig met de bestrijding van terrorisme. © El País