Vuilnisbelt New York is nu heilige grond

Het eerste puin van het World Trade Center wordt naar de vuilnisbelt van New York gebracht. De stank is enorm, de beveiliging ook. ,,Dit is heilige grond, hier liggen de ruïnes van het WTC.''

Rijdend over de Pearl Harbor Memorial Highway in Staten Island, met het raam open, komt de stank je tegemoet. Helemaal bij dit warme weer. Van die weeïge, penetrante lucht.

Aan het omringende landschap is niets te zien, of het moet de schaarse begroeiing zijn. Met een beetje fantasie zou dit licht glooiende terrein een – heel armoedige – golfbaan kunnen zijn.

Maar dat is het niet. Het is de Fresh Kills Landfill, met 880 hectare de grootste vuilnisbelt ter wereld. Hier ligt het huisafval van alle New-Yorkers sinds de jaren vijftig. En sinds drie weken het eerste puin van het World Trade Center, aangevoerd door vrachtwagens en containerschepen.

Dat laatste was niet de bedoeling. De megadump op Staten Island, een afgelegen en dunbevolkte buitenwijk van New York, was nota bene 22 maart jongstleden definitief gesloten – op dringend verzoek van omwonenden, lokale politici en milieuactivisten. Afval uit de stad wordt nu verscheept naar buiten de staat. Maar de terreuraanslag heeft aan veel oude, comfortabele afspraken subiet een eind gemaakt. Fresh Kills was voor 11 september vol, na 11 september blijkt dat de naar schatting 1,2 miljoen ton puin van de WTC-torens er nog wel bij kan.

Bij de ingang van sectie 1/9, zoals het meest recente gedeelte van de vuilstortplaats heet, wachten twee kale politieagenten. Er komt niemand in. Behalve collegapolitieagenten, FBI-agenten, forensische experts en de naar schatting vijfhonderd vrachtwagens die af en aan rijden met stukken verwrongen staal en beton. Vroeger werden op Fresh Kills rondleidingen georganiseerd voor liefhebbers van biologische afbraak, maar die zijn gestaakt. Opdonderen is nu de boodschap, er wordt hier gewerkt aan de ,,grootste crime scene investigation uit de geschiedenis''.

Zij die een blik hebben mogen werpen op de geheime operatie beschrijven een scène uit een James Bond-film. In een groeve zijn honderden geüniformeerde mensen restanten aan het sorteren in verschillende hopen, al dan niet met behulp van grijpmachines en vrachtwagens. Kleine jeeps rijden onderzoekers van de ene hoop naar de andere. Er wordt niet alleen gezocht naar crimineel bewijsmateriaal, maar vooral naar persoonlijke voorwerpen die kunnen helpen bij de identificatie van lijken: sierraden, kleding, portemonnees.

Een hoek is ingericht voor auto's en autowrakken, netjes opgestapeld naar grootte. Agenten hebben alle auto's die niet binnen drie dagen na de aanslag zijn opgeëist, gemerkt met een kruis op de banden, om aan te geven dat het hier waarschijnlijk om eigendom ging van een slachtoffer. Verzekeringsagenten zijn neergestreken om de schade op te nemen.

Rond het lunchuur verlaat een oplegger de vuilstortplaats met drie twaalf meter lange I-vormige palen. De chauffeur gaat ze afleveren bij een schroothoop in New Jersey, waar het staal wordt omgesmolten of in stukken gesneden, om in hanteerbare hoeveelheden te worden verkocht.

Een paar dagen na de aanslag ontstond enige commotie toen drie vrachtwagens met staal Manhattan hadden verlaten, maar nooit waren aangekomen op Staten Island, een tocht van zo'n twintig kilometer. Ze hadden hun lading naar drie verschillende schroothopen gebracht op Long Island en New Jersey. Volgens justitie gaat het hier mogelijk om ontvreemding door lieden met connecties in de onderwereld. De zaak is nog in onderzoek. Het puin, in totaal niet meer waard dan vijftienduizend dollar, is terecht.

,,Truckers zijn ook mensen'', zegt Bob Hathaway, een kapelaan/hulpverlener die met zijn bus helemaal uit Forth Worth (Texas) is komen rijden om de `rampchauffeurs' langs de weg spiritueel en met een vers kopje koffie bij te staan. De rondbuikige Texaan is president en oprichter van TransAlive, een organisatie die sinds 1984 elke trucker die betrokken is bij een ongeluk, of anderszins in geestelijke of lichaamlijke nood verkeert, op te zoeken en indien nodig na ziekenhuisbezoek thuis te brengen.

,,Er is geen tijd om een echte dialoog aan te gaan met deze jongens'', zegt Hathaway, ,,maar als ik één lichtpuntje kan zijn in hun zware werkdag, ben ik tevreden.'' De meeste chauffeurs nemen gretig de koffie aan.

Aan de hekken rond de vuilnisbelt hangen spandoeken met teksten als: ,,Dit is heilige grond, hier liggen de ruïnes van het WTC.'' En: ,,Het leven is grillig, maar liefde zal er altijd zijn.'' Dit is het werk van Jane Butters, een gepensioneerde onderwijzeres, haar moeder Betty en haar tante Sue. ,,Wij zijn hier om te helpen herinneren dat hier alles ligt – niemand weet dat'', zegt Jane, ietwat opgewonden. ,,We kunnen toch niet gewoon doen alsof er niets aan de hand is?''

Tot nog toe is de belangstelling minimaal, wat te maken kan hebben met de moeilijk bereikbare locatie en de grote hoeveelheden politie. Misschien dat de opkomst toeneemt als Ground Zero is opgeruimd, naar verwachting over een jaar.

Er is al een plan om van Fresh Kills een herdenkingsplek te maken. De afgebrokkelde metalen gevel van een van de torens, die na de aanslag zo dramatisch omhoog is blijven staan, zou moeten worden omgevormd tot een groot kunstwerk. In een plaatselijke krant zei landschapsarchitect Niall Kirkwood het een ,,absoluut magistraal, en zeer, zeer mooi'' idee te vinden.

De wat stugge Staten-Islanders staan echter niet te juichen dat hun gehate stortplaats weer is geopend. ,,We hebben hier drie jaar geleden een huis gekocht in de veronderstelling dat de dump zou dichtgaan'', zegt Lorraine Bonilla, een jonge moeder die in de aangrenzende nieuwbouwwijk Green Manor woont.

Bewoner Butch, op de parkeerplaats van de Staten Island Mall, pal naast Fresh Kills: ,,Ik snap het wel, ze kunnen nergens anders heen.'' Als de stank heel erg is, zegt hij, steekt hij een sigaret op.