Vreemde vogels

Het Chaams hoen en het Peelschaap zijn voorgoed verdwenen, de Krulveerkuifhoen heeft het gered, dankzij oplettende particulieren. Op Dierendag aandacht voor oud-Hollandse dierenrassen.

Naast een blaffende spaniel staat een witte kip met een toef veren op zijn kop en onder zijn snavel. Het is een baardkuifhoen op een schilderij van Melchior d'Hondecoeter (1636-1695). Wie werk van deze schilder en van zijn tijdgenoten Monckhorst en Jan Steen bestudeert, ontdekt allerlei `vreemde vogels' die we in het dagelijks leven niet meer tegenkomen. De tijd dat de Nederlander zijn pluimvee kende, is voorbij. Miljoenen mensen zien alleen de filetjes en de drumsticks, maar welke kip daarachter schuilging wordt niet vermeld.

Tot zo'n vijftig jaar geleden telde ons land een grote verscheidenheid aan landbouwhuisdierrassen koeien, paarden, geiten, schapen en eenden en hoenderen. Al eeuwen vóór de discussie over genetisch gemanipuleerde maïs `sleutelde' de mens aan zijn dierlijke voedselbronnen door middel van kruising en selectie. Welke soort kip levert de meeste eieren of het blankste vlees, welk varken de dikste hammen en welk rund de roodste biefstukken? Sommige dieren waren speciaal gefokt om op schrale of zilte grond te kunnen gedijen. Andere op kracht, bijvoorbeeld om een zware ridder te kunnen dragen, zoals het Gelders paard.

In de jaren vijftig werd de modernisering van de landbouw ingezet. Groeiende behoefte aan voedsel noodzaakte tot schaalvergroting en productspecialisatie, en zo verliet in enkele decennia een bonte stoet dieren erf en wei. Het Fries varken, de Lakenvelder geit, het Chaams hoen, het Peelschaap, allemaal lijken ze voorgoed te zijn verdwenen. Alleen dankzij de inspanningen van oplettende liefhebbers, spermabanken, fokcentra en hobbyisten zijn er nog zeldzame landbouwhuisdieren overgebleven.

De Stichting Zeldzame Huisdierrassen, opgezet en geleid door vrijwilligers, heeft in 1978 de nog bestaande rassen geïnventariseerd. Zij adviseren fokkers over de juiste bloedlijnen en hebben meegewerkt aan de oprichting van een spermabank.

Een van de organisaties die samenwerkt met de Stichting Zeldzame Huisdierrassen is Kinderboerderij De Kooi in Rotterdam, een erkend fokcentrum waar hyacinthduiven en zeldzame hoenderen worden gefokt, zoals Lakenvelders, Barnevelders en Kraaikoppen. Hun doelstelling is mee te helpen aan de instandhouding van deze dieren en ze onder de aandacht van het publiek te brengen. Er lopen hier ook andere oud-Hollandse dieren rond. Zoals de witrik, een koe met een witte kop bedekt met donkergrijze spikkels en een brede witte streep over de lengte van de rug. En de Groningse blaarkop, die op het schilderij van Paulus Potter naast de jonge stier ligt. Tegenwoordig lopen in de weiden vrijwel alleen maar zwartbont en roodbont vee en en af en toe een Lakenvelder. Tegen de staldeur heeft zich een langgerekt witroze varken neergevleid, met op de onderbuik een donkerbruin `schortje'. Om haar heen staan een paar kleinere varkens. Beheerder Cees van der Sman legt uit dat het een oud-Engels varkensras is, een Black Saddle, omdat er geen oud-Hollandse varkens meer bestaan. ,,De varkens die nu in de stallen staan, zijn geen goede moederdieren, die eigenschap is eruit gefokt. In de intensieve varkenshouderij hoeven de varkens niet voor hun jongen te zorgen, op een kinderboerderij natuurlijk wel.'

De louter op hoge opbrengst gerichte veeteelt bereikte een triest dieptepunt met de recente uitbraken van varkenspest en mond- en klauwzeer. De ruiming van de zeldzame Schoonebeeker schapen in mei dit jaar wekte collectieve verontwaardiging. Het roer moet om, vond de commissie-Wijffels in haar rapport over de veehouderij. Is dit het goede moment om te werken aan vergroting van de diversiteit? Een medewerker van De Kooi is niet hoopvol gestemd: er breken nog wekelijks MKZ-gevallen uit in Groot-Brittannië, maar in het nieuws lees je alleen over de VS. ,,En in Nederland zijn nu nog meer varkens dan vóór de varkenspest, er verandert dus niets.'

Om als particulier bij te dragen aan de instandhouding van het trekpaard of het bont melkschaap moet men wel de ruimte hebben en over wat vrije tijd beschikken. ,,Maar een toompje kippen kan iedereen wel houden', zegt Wim Bleijenberg, secretaris van de Nederlandsche Hoenderclub. Vertederd vertelt hij over zijn eigen kippen, die na het avondeten aan het keukenraam om lekkere hapjes komen bedelen. Hij signaleert een toegenomen belangstelling voor oude hoenderrassen, het ledental van zijn club is afgelopen jaar bijna verdubbeld. Hij denkt dat tijdschriften als Landleven en Buiten daar een rol in spelen. ,,Vorig jaar is in Landleven een artikel verschenen over het Twentsch hoen, daar krijg ik nog steeds telefoontjes over.' Mensen die op zoek zijn naar een specifieke raskip verwijst hij naar de juiste fokker. Meestal zijn dit sportfokkers, liefhebbers die op tentoonstellingen prijzen hopen te winnen met hun dieren. Op die manier dragen ook zij bij aan de instandhouding van de rassen. Al was het alleen maar om ook nog eeuwen na dato de 17de-eeuwse schilderijen te kunnen begrijpen.

Gerectificeerd

Chaams Hoen

In het artikel Vreemde vogels (in de krant van donderdag 4 oktober, pagina 23) staat dat het Chaams Hoen zou zijn uitgestorven. De zin had moeten luiden: bijna zijn uitgestorven.