Vierhonderd jaar nieuws

Tegenover de peperbus met oude léés-die-krant-affiches, bij de ingang van het nieuwe Persmuseum, zou ook een zuil komen te staan met krantenreclame van tegenwoordig. Bij nader inzien is die laatste zuil echter leeg gelaten. ,,De nieuwe affiches waren gewoon te lelijk'', zegt directeur Mariëtte Wolf. Tegen die fleurige, onbekommerd schreeuwerige plakkaten van vroeger is dan ook niet op te boksen. Om het heden te belichten, zijn andere manieren bedacht. Zoals een installatie waarin voorgeprogrammeerde vragen kunnen worden gesteld aan zes hoofdredacteuren van nu. Of het ingenieus ogende computerspel Deadline, waarin de bezoeker zelf voor een verslaggeverstaak wordt gesteld ook voor een journalist nog behoorlijk ingewikkeld, zo leert een kleine test.

In naam bestaat het Persmuseum al 99 jaar, want in 1902 begon een groepje journalisten, uitgevers en verzamelaars met de aanleg van een collectie. Sindsdien is het behoud en beheer voortgezet, en af en toe was er ook wel eens een expositie te zien. Maar pas vandaag ongeveer op het moment dat deze krant wordt bezorgd is er een gebouw geopend waar de naam Persmuseum boven prijkt. En voortaan staat die deur dagelijks open.

Het nieuwe museum woont in bij het onvolprezen Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis aan de Cruquiusweg in Amsterdam, maar heeft een eigen ingang aan de achterkant van het grote IISG-gebouw, waar de Zeeburgerkade uitzicht biedt op nieuw architectonisch elan. ,,Een beetje decentraal'', beaamt de directeur, ,,maar het oostelijk woongebied is in opkomst en bovendien is het hier heel makkelijk bereikbaar voor bussen uit het hele land.'' In een vroegere opslagruimte is nu voor ruim 2 miljoen gulden een permanente museumopstelling gebouwd, dankzij het ministerie van OCW, uitgevers van kranten en tijdschriften en andere sponsors.

Eenvoudig was het niet, voor een breed publiek een levendig museum te maken over iets dat per definitie statisch is drukwerk. Het enige persmuseum waaraan men zich wilde spiegelen, staat in Washington. ,,Daarvan hebben we vooral de interactiviteit afgekeken'', zegt Mariëtte Wolf, ,,en niet de strekking. Als je daar in Washington bent geweest, wil je nog maar één ding: journalist worden en sneuvelen voor de vrijheid van meningsuiting. Dat leek me voor ons niet de aangewezen aanpak.''

In plaats daarvan wordt het verhaal over 400 jaar nieuws samengebald op drie plekken die elk de naam dragen van een groot man die model staat voor een keerpunt in de persgeschiedenis: Abraham Casteleyn, die in 1656 begon met De Oprechte Haerlemse Courant, Pieter 't Hoen, die in 1781 de oprichter was van de patriottistisch-polemische De Post van den Neder-Rhyn, en H.M.C. (Hak) Holdert, die in 1902 de basis van de huidige massakrant legde door de Telegraaf en de Courant te kopen.

Met veel fantasie en speurzin naar authentieke objecten of overtuigende replica's is op elk van die drie plekken een klein universum gecreëerd, waar tot zelfs in de laden van een letterkast, een tafel in een wachtlokaal of een deftig uitgeversbureau documenten, voorwerpen of krantenberichten te vinden zijn. Overal maken de inrichters aanschouwelijk hoe het nieuws de krant bereikte en hoe de krant op haar beurt onder ogen van de lezers kwam. Op een wereldkaart uit de zeventiende eeuw zien we dat een bericht uit Constantinopel er 82 dagen over deed om Nederland te bereiken. Bij de krant van 't Hoen is er zelfs een ganzenbord-achtig spel van gemaakt; wie een wandelstok in beweging brengt, ziet op een landkaart aan de muur welke hindernissen een achttiende-eeuwse koerier moest overwinnen om een kopij-brief van Amsterdam naar Utrecht te bezorgen.

Achter een halfronde wand bevindt zich in het Persmuseum de ruimte waar twee à drie keer per jaar wisseltentoonstellingen worden gehouden. Nu presenteert de deskundige Koos van Weringh daar zijn keuze uit de politieke tekeningen van de twintigste eeuw. En bij de ingang draait de film Start de persen! die in twaalf minuten een bombardement van beelden uit de persgeschiedenis op de kijker loslaat. Wie er even bij wil gaan zitten, kan kiezen uit verschillende stoelen, maar ook plaats nemen op een keukentrapje of zelfs een wc-pot. Het is een gevarieerd allegaartje aan meubilair, maar even gevarieerd als de plaatsen waar men doorgaans de krant leest.

Persmuseum, Zeeburgerkade 10, Amsterdam. Open: di t/m vr 10-17u, za-zo 12-17u. Toegang ƒ7,70. Inl 020-6928810, www.persmuseum.nl