Veel bewegend behang op videofestival

Nooit eerder was het Impakt Festival zo overzichtelijk en strak georganiseerd als dit jaar. Voorheen vond het jaarlijkse festival voor vernieuwende beeld- en geluidscultuur plaats op kleine podia en in alternatieve kunstruimtes in de Utrechtse binnenstad. In een informele sfeer kon het trouwe publiek daar kijken naar de laatste ontwikkelingen op het gebied van installatiekunst en webdesign, traditiegetrouw geplaagd door een chaotische programmering en haperende apparatuur. Maar dit jaar is Impakt voor het eerst te gast in het Centraal Museum, en dat is te merken. De twaalfde editie van het festival heeft een museale allure en vormt een duidelijk bewijs dat videokunst zich de laatste jaren van underground-kunstvorm tot mainstream ontwikkeld heeft.

Alle installaties zijn in één vleugel bijeengebracht. In de aula van het museum, omgedoopt tot cinema, worden thematische filmvoorstellingen gepresenteerd. Er is een comfortabele lounge, waar je onderuitgezakt in designstoelen naar videoprojecties kunt kijken, er is een mediatheek voor het bekijken van websites en cd-roms, en een goed geoutilleerde videotheek met korte tapes die op aanvraag afgespeeld kunnen worden. Bovendien staat er in de tuin van het museum ook nog een caravan, de zogenaamde KINOmobiel, waar bezoekers in alle rust videoprogramma's kunnen bekijken.

Dankzij het enorme aanbod aan kunstwerken ben je na een bezoek aan het Impakt Festival in één klap op de hoogte van de huidige stand van zaken in de mediakunst. Het onderdeel `Panorama' bijvoorbeeld, dat uit een kleine honderdtachtig producties bestaat, biedt een overzicht van de meest baanbrekende videowerken van het afgelopen jaar. Dat kunnen afstudeerfilms van studenten aan de Rijksakademie of het Sandberg Instituut zijn, maar ook video's die de aandacht trokken op internationale festivals en tentoonstellingen. Zoals het werk Skyline van de Zweed Magnus Wallin, een opvallende computeranimatie van een aan een trapeze bungelende man, die deze zomer op de Biennale van Venetië te zien was.

Een andere verdienste van het festival is de speciale aandacht die het schenkt aan de Amerikaan Doug Aitken, een van de grootste talenten binnen de hedendaagse kunst. Al geruime tijd proberen Nederlandse musea tevergeefs een tentoonstelling van zijn werk te organiseren. Op Impakt is hij met drie films vertegenwoordigd.

Organisatorisch is er niets op het festival aan te merken, inhoudelijk des te meer. Of het nu komt doordat er tegenwoordig veel middelmatige mediakunst geproduceerd wordt of doordat de selectie niet streng genoeg was, feit is dat de meeste van de films zo tergend saai en gemakzuchtig zijn dat ze het uitkijken niet waard zijn. Zo bestaat de installatie Schizo (2001) van de Zwitser Christoph Draeger uit niet meer dan de over elkaar heen geprojecteerde douchescènes uit Psycho van Alfred Hitchcock en Gus van Sants remake uit 1998. Niet alleen is het idee clichématig, het is ook al eens eerder – en vele malen beter – uitgevoerd door kunstenaar Douglas Gordon. Draeger is overigens niet de enige videokunstenaar die schaamteloos uit de filmgeschiedenis citeert. In het themaprogramma Close Encounters, over de relatie tussen beeldende kunst en cinema, moet je met lede ogen aanzien hoe filmklassiekers als Citizen Kane, Brief Encounter en Last Year at Marienbad genadeloos in stukken gehakt worden.

Spanningsboog, plot of boodschap zijn in de werken van de huidige generatie videomakers ver te zoeken. De Zweedse Annika Larsson bijvoorbeeld laat je in haar film Dog minutenlang staren naar twee in maatkostuums gehulde dandy's en hun rashond, die vrijwel bewegingloos voor de camera poseren en die met hun gestileerde uiterlijk niet zouden hebben misstaan op de cover van een modetijdschrift. Maar afgezien van een zwartlederen handschoen die semi-erotisch over de hondenketting glijdt, gebeurt er helemaal niets. Ook het voorbijglijdende landschap van Persijn Broersen, te zien op een monitor in het museumrestaurant, bestaat slechts uit een verzameling inhoudsloze, bewegende plaatjes. Maar hij heeft tenminste nog het lef om zijn werk Wallpaper te noemen.

Het meest opzienbarende werk is de installatie Apocalypso Place (2000) van Christoph Draeger en Reynold Reynolds. Zij bouwden in een van de museumzalen een door een orkaan verwoeste huiskamer na, met daarin een televisie die afgestemd staat op de fictieve Amerikaanse rampenzender MSNBC, `the 24-hour disaster and survival channel'. Een gladde presentator doet, voortdurend onderbroken door reclameboodschappen, op sensationele wijze verslag van grote en kleine rampen. Op een ander scherm zien we de drie overlevenden van de tornado, die uitsluitend met elkaar communiceren middels reclame-slogans, en die zich te midden van de puinhopen gewillig laten interviewen door de verslaggevers van MSNBC. Je hoeft CNN maar aan te zetten om te zien dat de werkelijkheid niet veel anders is.

Impakt Festival. T/m 7 okt in het Centraal Museum, Nicolaaskerkhof 10, Utrecht. Open: dagelijks 11-23u30. Informatie: www.impakt.nl