NOBELFONDS

Alfred Nobel liet na zijn dood 31 miljoen Zweedse kroon na aan het Nobelfonds, een bedrag dat volgens het huidige prijspeil gelijkstaat aan zo'n 340 miljoen gulden.

Het geld moest geïnvesteerd worden in veilige beleggingen, zoals obligaties en onroerend goed. Maar dit bleek niet genoeg te zijn om de prijzen hun waarde te laten behouden: zowel absoluut als in reële waarde stelden de prijzen steeds minder voor.

Na de Tweede Wereldoorlog werd de term `veilige belegging' opnieuw geïnterpreteerd en kreeg het fondsbestuur toestemming van de Zweedse overheid ook in aandelen te beleggen. In 1946 kreeg het fonds tevens een belastingvrijstelling. De hogere inkomsten van het fonds zorgden ervoor dat de prijs in elk geval gelijke tred hield met de inflatie. Pas in 1991 vertegenwoordigde de prijs weer een waarde die overeenkwam met die in 1901.

De huidige waarde van de beleggingen bedraagt bijna vier miljard kroon, 900 miljoen gulden. De inkomsten bedroegen in 2000 347 miljoen kroon (78 miljoen gulden), waarvan driekwart door een gerealiseerde koerswinst op aandelen. 61 miljoen kroon werd verdiend met rente-inkomsten.