Multiculturele samenleving moet verstandshuwelijk zijn

Het inpassen van elementen van de islam in de westerse samenleving gaat gepaard met `wrijvingswarmte'. Een verstandshuwelijk komt het meest in de buurt van wat we nu nodig hebben, vindt Ahmed Aboutaleb: veel met elkaar delen, maar elkaar het recht op verschil gunnen.

Na de vreselijke aanslag op New York en Washington, buitelen in de media de analyses en de commentaren over de islam, het islamitisch denken en het fundamentalisme binnen de islam over elkaar heen. In geen jaren is zoveel belangstelling geweest voor wat moslims en de islamitische wereld beweegt. Helaas is deze belangstelling vrijwel altijd omgeven door negativisme, bezorgdheid en angst.

Wat deze stroom aan berichtgeving in ieder geval duidelijk maakt, is dat er in het Westen een groot gebrek is aan kennis over de islam. In een poging gecompliceerde zaken in de vorm van hapklare brokken te presenteren, gaat de nuance verloren en zijn 1,2 miljard moslims allemaal potentiële terroristen. Het beeld van een intolerante, agressieve islam werd al voor de recente aanslagen gevoed door het optreden van extremistische islamitische stromingen in het buitenland.

Maar ook een aantal recente incidenten in eigen land, zoals de hoofddoekkwestie bij de rechterlijke macht en de uitspraken van een imam over homoseksuelen, heeft dit beeld opgeroepen. In de soms hoogoplaaiende discussies die op dit soort incidenten volgen, moeten moslims die hun nek durven uit te steken een permanent gevecht aangaan tegen populistische smaakmakers. Het is een taai gevecht dat geen winnaars oplevert.

Moslims zijn medeburgers geworden in deze samenleving en als zodanig zijn zij bezig zich een volwaardige plek te veroveren. Voortgaande institutionalisering van de islam is onderdeel van het proces van inburgering en integratie. Het is vanzelfsprekend dat er bij dit proces `wrijvingswarmte' vrijkomt. Mensen gaan nu eenmaal niet gemakkelijk opzij om ruimte te maken voor andersdenkenden. De discussie over de bouw van een moskee in Ede is hiervan een illustratie. Daarmee is niet gezegd dat de meerderheid alles moet slikken, maar het is onvermijdelijk dat andere dan christelijke denkbeelden ingepast moeten worden. Dat gaat niet vanzelf. Dat moet met beleid en met een grote mate van zorgvuldigheid. Ongemakkelijke gevoelens en botsende denkbeelden over en weer zijn begrijpelijk en menselijk. Het invoegproces wekt weerstand op, hetgeen weer een reactie oproept in termen van terugtrekkende bewegingen en isolationisme met als eindresultaat: leven in gescheiden werelden.

Modernisering en individualisering gaan niet voorbij aan de moslimgemeenschappen, hier noch in de landen van herkomst. Maar zij gaan niet noodzakelijkerwijs gepaard met secularisering, zoals wij in het Westen zien. Jonge hoger opgeleide moslims zijn op een nieuwe onafhankelijke manier bezig met een herontdekking van de islam. Zogenaamde westerse methoden en waarden als kritische reflectie en bevraging, debat en argumentatie, worden hierbij volop gebruikt. De islam is van een traditie en een cultuur steeds meer een persoonlijke overtuiging aan het worden, waaraan jongeren op een individuele wijze uitdrukking willen geven.

Maar er zijn ook jongeren in Europa die de moslimidentiteit juist gebruiken om zich te verzetten tegen de westerse samenleving en als protest tegen hun vaak marginale positie in de vestigingslanden. Voorbeelden hiervan vinden we in Frankrijk en Groot-Brittannië. Dit verschijnsel moeten we niet onderschatten. Onderzoek naar diverse stromingen in de islam in Europa waarschuwt juist dat marginalisering radicalisering in de hand kan werken. Het niet willen zien of geen ruimte geven aan verdere bewustwording en ontwikkeling van de identiteit onder met name jonge moslims, kan fundamentalistische of extreme uitingen in de kaart spelen of zelfs oproepen. Goed onderwijs en gelijke kansen op maatschappelijke ontplooiing zijn zo ongeveer de enige remedie.

Het accommoderen van de islam in Nederland hoeft in mijn ogen beslist niet te betekenen dat fundamentele democratische waarden ter discussie worden gesteld. In tegendeel: mijn overtuiging is dat de voorhoede onder de jonge moslims eerder bezig is de islam voor zichzelf te interpreteren in het licht van democratische waarden. Het onderzoek van prof. Entzinger een jaar geleden laat dit beeld onomstotelijk zien. Daaruit is gebleken dat het aantal jongeren dat er een fundamentalistische visie op nahoudt, zeer gering is.

Het is daarom dat ik mij ernstig stoor aan sommige opinieleiders die uit de opvattingen van de Nederlandse moslims over de aanslagen in de VS om het hardst roepen dat integratie van deze groep is mislukt. Zij maken in mijn ogen een ernstige denkfout. Integratie is nimmer een instrument geweest om mensen te klonen. Het oordeel van de moslims als het gaat om de gebeurtenissen van 11 september heeft betrekking op een buitenlandse aangelegenheid en is verregaand gekleurd, gezien hun historische verbondenheid met de Palestijnse zaak. Hieruit concluderen dat de integratie mislukt is, is een vertekening van de werkelijkheid en getuigt van weinig feitenkennis. Maatgevend voor integratie is echter de mate waarin moslims pogingen doen om volwaardige burgers van Nederland te worden. Dat lezen we af aan indicatoren zoals de beheersing van de Nederlandse taal en kennis van de maatschappelijke structuren, deelname aan het economische en politieke leven etc. Het standaardwerk van onderzoeker Dagevos van het Sociaal en Cultureel Planbureau laat zien dat er op tal van terreinen die voor integratie relevant zijn, goede voortgang wordt geboekt. Nieuwe SCP-cijfers die onlangs zijn gepubliceerd geven aan dat er op het terrein van onderwijs en arbeid belangrijke vorderingen worden gemaakt. Een teken dat integratie juist beter verloopt. Af en toe doen we er goed aan onze zegeningen te tellen en niet alleen maar oog te hebben voor rampscenario's.

De huidige toestand is in mijn ogen een belangrijke test voor de democratie in het Westen. Immers, de kracht van democratie wordt niet alleen gesymboliseerd door het bestaan van de democratische instituties, maar zeker ook door het respecteren van minderheden en het verdragen van verschillen. De opinies van moslims hoe verwerpelijk ze voor sommigen ook mogen lijken moeten een plaats hebben in het publieke domein. De roep van de meerderheid om moslims met een afwijkende mening uit te wijzen, getuigt daarom van een selectieve perceptie van democratie. Natuurlijk moeten we voorzorgsmaatregelen nemen om te voorkomen dat burgers slachtoffer worden van terrorisme. Maar we moeten ook oppassen dat fundamentele vrijheden rigoureus aan de kant worden gezet. Het moet gaan om intelligente maatregelen die de verworven vrijheden waarborgen en tegelijkertijd ongewenste elementen de pas afsnijden.

Het is ook zaak dat we in de te treffen maatregelen niet doorschieten. Een Marokkaanse jongen die begrip zegt te hebben voor de aanslagen mag een opleiding tot soldaat niet volgen. Gezien de hectiek van dit moment zullen veel mensen het eens zijn met deze beslissing. Maar van een afstand bezien kan men ook stellen dat er wellicht sprake is van een beroepsverbod, zoals vroeger mensen die begrip hadden voor het communisme ook geweerd werden uit overheidsfuncties. Het is een zorgelijke ontwikkeling, zorgelijk temeer omdat tegen andere uitwassen, namelijk racisme bij de politieopleiding, niet in gelijke mate wordt opgetreden. Agenten in opleiding die zich schuldig maken aan racistisch taalgebruik, maken hun opleiding gewoon af.

De multiculturele samenleving zal de komende tijd sterk worden uitgedaagd en de instabiliteit waarmee de inpassing van de islam in de westerse samenleving gepaard gaat, zal eerder toe- dan afnemen. De toestroom van nieuwe mensen wettigt niet de verwachting dat de verbouwing van Nederland in etnisch en religieus opzicht binnenkort klaar is. Hopelijk kunnen wij binnen de Nederlandse traditie van overleg en consultatie met elkaar in gesprek blijven en er met zijn allen voor waken dat gebeurtenissen ver weg in de wereld belangrijke bouwstenen van onze samenleving bedreigen.

Een modern verstandshuwelijk komt het meest in de buurt van wat we nodig hebben. Veel met elkaar delen, en toch elkaar het recht op verschil gunnen. Respect voor elkaar is daarbij onontbeerlijk. In dit opzicht is de brief van rabbijn Soetendorp aan de moslimgemeenschap naar aanleiding van de joodse Grote Verzoendag een nieuw element in het zoeken naar toenadering. Het gebaar van de rabbijn heeft mij persoonlijk geraakt. Het getuigt van een grootheid die maar weinigen kunnen opbrengen. Het is een uitnodiging aan anderen om dit grote voorbeeld op gelijke wijze te beantwoorden.

Ahmed Aboutaleb is directeur organisatie van FORUM, instituut voor multiculturele ontwikkeling.