Jeroen of Jheronimus Bosch

Menig Rotterdammer heeft het zich afgevraagd, maar Manuel Kneepkens, leider van de Rotterdamse Stadspartij, vroeg het rechtstreeks aan de burgemeester. Had de tentoonstelling over Jeroen Bosch niet gewoon Jeroen Bosch kunnen heten? Vanwaar de `verlatinisering' in Jheronimus Bosch, luidde de vraag die Kneepkens twee weken geleden indiende bij het college van B en W.

Het antwoord kwam deze week in de vorm van anderhalf A4-tje uitleg, verzorgd door een ambtenaar die er eens goed voor is gaan zitten.

`Omdat vragensteller de naamgeving aanduidt als een ,,verlatinisering'' attenderen wij hem gaarne op de paragraaf die in de Grote Winkler Prins Encyclopedie (9de druk) aan Jeroen Bosch is gewijd.' Daarin staan als alternatieve Nederlandse namen Hiëronymus en Jheronymus. Het antwoord wijst er verder op dat de tentoonstelling `ook nadrukkelijk' internationaal is. Dat heeft de organisatoren van de tentoonstelling ertoe bewogen een naam te kiezen `die voor deze doelgroep beter herkenbaar is dan de binnen ons taalgebied gebruikelijke'.

Want wat wil het geval? Jeroen Bosch had een veelvoud van namen: J(h)eronimus, Joen en soms Jonen. Jeroen van Aecken, ook wel Aken of Aeken of Aachen of Acken. Voluit Jheronimus Anthonisoene van Aken. Of: Jheronimus van Aken scilder, die sich schrijft Bosch. Hieronymus Aquen alias Bosch insignis Pictor. Jeronnimus Van Aeken dit Bosch, peintre. Jheronimus Bosch van Shertogenbosch. Jheronimus Bosch.

Een alternatieve benaming voor Jeroen Bosch, `hoewel in de ogen van vragensteller laakbaar', is dus niet zonder historisch precedent. En dan signeerde de schilder ook nog eens zelf diverse panelen met de naam die nu voor de tentoonstelling is gekozen.