Gezin is niet dood 2

Schuller ziet een wezenlijk aspect over het hoofd. Het gezin bestaat, hoe men het ook wendt of keert. Dat valt niet te ontkennen kinderen groeien aanvankelijk vrijwel allemaal in een gezin op. Daar wordt gecommuniceerd, al is het niveau nog zo summier kinderen leren er alleen al hun basisvaardigheden als lopen, spreken en zich oriënteren in de wereld. Wat SchuIler vergeet, is dat deze basisvaardigheden van alle tijden zijn, al is de uitwerking ervan en de hantering veranderd. Veranderd is de functie van het gezin. Het gezin als `hoeksteen' van de samenleving is dodelijk gewond, al willen sommige behoudende groeperingen dat nog steeds niet geloven.

Ervoor in de plaats is een nieuw gezin ontstaan, een dynamisch gezin. Dat gezin, waarin nieuwe communicatievormen zich ontwikkeld hebben, is springlevend en fungeert, als het goed is, als `scharnier' van de samenleving. Deze scharnierende functie van het gezin wordt door Schuller echter niet onderkend, verblind als hij is door zijn generalisaties en zijn beperkte zicht op de werkelijkheid.

Schuller karakteriseert onze kinderen als `kinderen zonder hoop, zonder onze hoop'. Dat is sterk uitgedrukt, want in elke miscommunicatie ligt nog altijd een sprankje communicatie verborgen of, zoals de Franse wijsgeer Merlau-Ponty het in zijn kritiek op Sartre's negativistische visie omtrent het onvermogen tot het kennen van de ander uitdrukte: wij zijn geen communicatie, maar mogelijkheid-tot communicatie. In die mogelijkheidsvoorwaarde ligt de hoop op een beter begrip tussen kinderen en volwassenen.

Daarom blijft, ondanks alle doemcenario's, opvoeden altijd mogelijk. Zelfs scholen, televisie en marketingstrategen hebben dan een taak. Ik wil hierbij verwijzen naar de nog altijd onvolprezen oratie van de historisch-pedagoge Lea Dasberg `Pedagogie in de schaduw van het jaar 2000' (1980), waarin zij haar `Hulde aan de hoop' zoals de ondertitel luidt gestalte gaf.

Schuller heeft gelijk als hij met de dood van het gezin het gezin als `hoeksteen' bedoelt; die rol is uitgespeeld.

Het gezin als `scharnier' is, zoals gezegd, springlevend, al zal het van tijd tot tijd grondig geolied moeten worden.