Een Palestijnse staat

President Bush is onmiddellijk beschuldigd van opportunisme. Zijn ontboezeming deze week dat een Palestijnse staat ,,altijd deel uitmaakte van mijn visie, zo lang het bestaansrecht van Israël wordt erkend'' kwam wel op een heel bijzonder moment in de wereldgeschiedenis. Maar Israëliërs en Palestijnen namen de presidentiële uitspraken onmiddellijk serieus. De eersten reageerden voorzichtig, de laatsten verheugd. Gedurende het zogenoemde vredesproces was de instelling van een Palestijnse Autoriteit in een nader te markeren territoir het verste dat Israël wilde gaan. Een Palestijnse staat verwerft volkenrechtelijke gelijkwaardigheid, iets wat Israël altijd heeft willen voorkomen.

Intussen is het niet onaannemelijk dat de Amerikaanse regering inderdaad op het punt stond een voorstel in deze richting te doen toen terroristen op 11 september vier verkeersvliegtuigen kaapten en drie ervan als vliegende bommen de Twin Towers en het Pentagon injoegen. Tactisch was de regering-Bush met Israëls premier Sharon aan het eind van haar Latijn. Sharon had van het Mitchellplan voor herstel van het vredesproces een tweesnijdend zwaard gemaakt dat de Palestijnen op de knieën moest dwingen en de Amerikanen op afstand hield. Eerst volkomen rust en dan praten, was Sharons devies. Door de noodzaak van een Palestijnse staat te onderstrepen zou Washington het initiatief weer naar zich toe hebben getrokken en een eind hebben gemaakt aan een periode van bewuste abstinentie.

Het voorstel zou ook recht hebben gedaan aan de lessen die uit de mislukking van het vredesproces vorig jaar waren te trekken. In de jarenlange onderhandelingen tussen Israël en de Palestijnse Autoriteit ging het niet alleen om de feitelijke geschillen, maar ook om de ongelijkwaardigheid van de gesprekspartners: een internationaal erkende staat versus een instelling waarvan de existentie op zijn best omstreden bleef. Een Amerikaanse uitspraak over rechtmatigheid en zin van een Palestijnse staat zou niet alleen in lijn zijn geweest met het historische VN-besluit zo'n staat te stichten, het zou ook het vredesproces op een hoger niveau hebben getild. De geschillen zouden niet zijn weggenomen, maar het perspectief van het overleg zou ingrijpend zijn veranderd.

Dat president Bush nu via een achterdeur toch zijn voorstel lanceert, heeft te maken met de toestand waarin Amerika en de wereld is komen te verkeren. De uitspraken van Bush zijn bedoeld als een versterking van het appèl aan de Arabische en islamitische wereld hun verbale steun aan `de oorlog tegen het terrorisme' vergezeld te doen gaan van daden. De Verenigde Staten hebben tegenover de Arabische partners iets goed te maken. Hun steun aan de Golfoorlog tegen Saddam Hussein was mede verkregen met de belofte dat een inspanning zou worden geleverd voor een oplossing van de Palestijnse kwestie. In een rede voor de Assemblée van de VN had de Franse president Mitterrand aan de vooravond van de bevrijding van Koeweit een rechtstreeks verband gelegd met een oplossing van het Israëlisch-Palestijnse conflict. President Bush stapt nu in datzelfde spoor. Oplossing van de Palestijnse kwestie is voorwaarde voor duurzame stabiliteit in het Midden-Oosten. Voor Israël een harde noot om te kraken.