De eerste Nederlandse sitcom

Er werd gerepeteerd in een zaaltje van Hotel De Kroon aan het Amsterdamse Rembrandtplein. Door een schikking van tafels en stoelen was de plattegrond van een flat in New York nagebootst. Wie van het ene vertrek naar het andere liep, opende en sloot een denkbeeldige deur. Hier woonde ik, Bobby; mijn moeder heette Claudia, mijn vader David. Mijn zusje was een in een deken gerold kussen. Willy van Hemert instrueerde galmend zijn spelers en deed zo nu en dan breed gesticulerend voor hoe hij het hebben wilde.

De regisseur van menige `single play' had iets nieuws bedacht. Hij bewerkte de destijds populaire Claudia-romancyclus van Rose Franken tot een komische serie van twee keer drie afleveringen. `Claudia en David': alledaagse beslommeringen in een keurig Amerikaans gezin, in een eenheid van tijd, plaats en handeling. Wil van Selst en Kitty Jansen speelden de titelrollen, Jeanne Verstraete de huishoudster. Andere rollen waren er voor Dora Paulsen, Sigrid Koetse, Conny Stuart en Jules Hamel.

Nederlandse toneelmakers hadden nog nauwelijks ervaring met kinderen. De arbeidsinspectie stond niet toe dat die 's avonds op de planken werden gebracht. Televisie had het voordeel dat overdag kon worden gerepeteerd én opgenomen. De regisseur en mijn medespelers legden mij in de watten; limonade en gevulde koek zoveel ik maar wilde, enthousiaste aanmoedigingen als ik mijn tekst foutloos voordroeg. Maar erg hoge eisen werden aan mijn spelprestaties niet gesteld, constateerde ik onlangs bij het bekijken van de uitzendingen in het omroeparchief.

Uit een stapeltje knipsels blijkt dat over mijn bijdrage uiteenlopend werd geoordeeld. ,,Talent toonde de jeugdige Tom Rooduijn'' schreef een recensent (niet duidelijk is van welke krant). Een ander meende: ,,Hij heeft leuke ogen en een innemend gezicht en misschien heeft hij zijn vaak zeer geestige tekst ook nog wel begrepen. Maar deze opgave was veel te veel en te zwaar voor zo'n klein ventje.''

Een kind op de buis was, hoe dan ook, iets uitzonderlijks. Voor een krantenfoto ben ik op de bok geplaatst van een reusachtige camera, waarbij de tekst: ,,Bobby, die zaterdagavond op het televisiescherm paradeerde als de oudste deugniet van Claudia en David, zocht het vóór de uitzending achter de tv-camera.''

Zwaarder werk lag in het verschiet. Ik kreeg een rol in een eenakter van Georges Feydeau, `Drankje voor Toto', onder regie van Gerard Rekers. In dit kostuumstuk speelde ik een jongetje dat zijn medicijn niet wil slikken, en daardoor een zakelijke bespreking van zijn vader versjteert. Mijn moeder was wederom Kitty Jansen, mijn vader Ton van Duinhoven. In de knipselmap een repetitiefoto waarop ik naar Van Duinhovens zakenpartner Henk Rigters mijn tong uitsteek ten bewijze dat ik mijn drankje wel degelijk heb gedronken. Ondanks een pagepruikje en een matrozenkostuum, die mij onder de hete tv-lampen nogal hinderden, was mijn acteren een stuk vooruit gegaan. Dat vond de krant ook: ,,Het deed ook plezier weer eens een kind in een tv-programma te zien, Tom Rooduijn, dat de titelrol amusant speelde.''

Toneelstukken vormden in deze periode een belangrijk onderdeel van het televisie-aanbod wekelijks, op die ene zender die Nederland rijk was, en bedoeld ter verheffing van de tv-kijker. In de omroeparchieven vond ik nog een optreden, in `Struif', een zwaarmoedig drama van Sherwood Andersen geregisseerd door Paul Cammermans. Sylvain Poons was mijn vader, in moeizame geldstrijd verwikkeld met een verdoolde Ton Lensink. Waarschijnlijk dankzij de moederrol van de mij vertrouwde Jeanne Verstraete ben ik in mijn element als kind dat niet naar bed wil worden gebracht onwetend van het dreigend bankroet van zijn ouders.

Mijn ouders reageerden welwillend op verzoeken zolang ik maar niet te veel van school weg bleef, maar hadden niet de geringste ambitie mij tot kinderster te bombarderen. Doordat wij thuis niet eens televisie hadden, en ik bovendien naar bed moest op het tijdstip van uitzending, stond ik er volkomen onbevangen tegenover. Schuilde daarin misschien het geheim van mijn `naturel', waarvan een aantal recensenten zo hoog opgaf?

Het wonderlijkst van deze episode vond ik de gevolgen van dit alles voor de kijkers – en hun kijk op mij. Nooit meer zal een kind op zo'n argeloze wijze de werking (de `impact' heet dat tegenwoordig) van het medium televisie aan den lijve ondervinden. Mensen hielden halt op straat en staarden me aan alsof ik een buitenaards wezen was. In de tram behandelde de conducteurs me met ongekende egards; agenten die mij moesten vermanen, vertroetelden me na herkenning ineens als hun eigen kind. Het leek verdorie wel of alle 700.000 televisiebezitters bij mij in de buurt woonden.

Wat leert deze voetnoot bij de vijftigjarige Nederlandse televisie? Tijdens het bekijken van de banden van `Claudia en David' raakte ik vooral doordrongen van de pioniersgeest van Willy van Hemert. Hij maakte de eerste echte Nederlandse situation comedy (`sitcom') het genre dat het tv-toneel in de daarop volgende decennia definitief de das zou omdoen.