D66 wil meer bewijs zien tegen Bin Laden

D66-leider De Graaf is ontevreden over de tot nu toe door het kabinet aan de Kamer verstrekte informatie over de betrokkenheid van Bin Laden bij de aanslagen in de VS. Ook wil hij meer informatie over eventuele betrokkenheid van Nederland bij tegenmaatregelen.

De Graaf vindt de tot nu toe verstrekte informatie ,,te summier''. Hij vraagt op korte termijn overleg van de regering met de fractieleiders in de Tweede Kamer over de gevolgen van de terreuraanslagen in de VS.

De D66-leider vraagt Melkert (PvdA), als voorzitter van de grootste Kamerfractie, op korte termijn in contact te treden met de regering om zo'n overleg te entameren, desnoods vertrouwelijk of gedeeltelijk. Een en ander is hoognodig, zegt De Graaf in een toelichting, ter behoud van het draagvlak voor het regeringsbeleid, in het licht van het eerder door de Tweede Kamer (minus GroenLinks) uitgesproken vertrouwen.

De Graaf schrijft een en ander vandaag in een brief aan Melkert. Deze had eergisteren in zijn hoedanigheid van leider van de grootste fractie in de Tweede Kamer, de regering benaderd over de informatievoorziening aan de Kamer rond de gevolgen van de terreuraanslagen in de VS. Hij deed dat op verzoek van enkele fractievoorzitters. De uitslag van dit contact was, zo liet Melkert gisteren per brief aan zijn collega-fractievoorzitters weten, ,,dat de regering op dit moment geen aanknopingspunt ziet om de fractievoorzitters vertrouwelijk te informeren respectievelijk te consulteren''.

,,Ik vind dit teleurstellend en kan mij daar niet mee verenigen'', schrijft De Graaf vandaag aan Melkert. ,,Mede in het licht van het belang van de namens alle lidstaten afgelegde verklaring van de SG-NAVO (Robertson, red.), komt het mij méér dan opportuun voor dat de regering de Kamer via de fractievoorzitters zo goed mogelijk informeert''.

Desgevraagd zegt De Graaf dat D66 geenszins de bedoeling heeft om terug te komen op het eerder door zijn partij uitgesproken `vertrouwen' in een eventueel handelen van de regering in deze zaak, zonder dat de Kamer daarbij tevoren geïnformeerd of geconsulteerd wordt. ,,Maar het lijkt me van groot belang, ook voor het behoud van het draagvlak voor deze beslissingen, dat de regering wel zo véél mogelijk de Kamer inlicht. Ik heb er volledig begrip voor dat dit misschien maar gedeeltelijk kan, omdat dingen geheim moeten blijven. En dat het misschien op basis van vertrouwelijkheid, tegenover de acht fractievoorzitters moet''.

Ook twee eerder deze week door de regering aan de Kamer verstuurde brieven bieden bijvoorbeeld geen uitsluitsel over de vraag, of de regering zelf ook overtuigd is van de Amerikaanse bewijsvoering, meent De Graaf. De tweede brief, geschreven op aandrang van de Kamercommissie buitenland, doet bijvoorbeeld niet veel meer dan naar de eerste verwijzen.

Overigens heeft ook vandaag GroenLinks, dat niet a priori vertrouwen in het handelen van de regering heeft uitgesproken, gevraagd om nader overleg van de regering met de Kamer, zowel in het openbaar als vertrouwelijk.