Breekbaar blauw

Delfts Blauw wordt ten onrechte geassocieerd met miniatuurmolens of wandtegels. Op de expositie `Delfts onder de loep' in het Haags Gemeentemuseum zijn 111 oude en moderne topstukken te zien.

Vraag tien verschillende mensen op een kleurenstaalkaart Delfts Blauw aan te wijzen en je krijgt gegarandeerd tien verschillende tinten blauw te zien. Afhankelijk van hun associatie met het erfstuk op oma's dressoir, toeristische miniatuurmolens of wandtegels met wijze spreuken, is Delfts Blauw voor hen een kleur die ergens hangt tussen het diepe blauw van korenbloemen en de fletse grauwtinten van een wolkenlucht boven de polder. Verffabrikant Sikkens pakte het wetenschappelijker aan. Bestudering van Delfts aardewerk leverde 48 blauwtinten op. Voor de chemische experts is Delfts Blauw een kwestie van toon, verzadiging en helderheid.

Voor het Haags Gemeentemuseum betekent Delfts Blauw vooral historisch onderzoek. Zes jaar geleden begon het museum met het in kaart brengen van de geschiedenis van het aardewerk aan de hand van de eigen collectie, die met ruim 1.100 objecten geldt als een van de belangrijkste ter wereld. Dit resulteerde in 1999 in de publicatie van het kloeke standaardwerk `Delfts aardewerk. Geschiedenis van een nationaal product'. Ter ere van de totstandkoming van het tweede deel dit jaar, nodigde het museum vormgeefster Hella Jongerius uit om een tentoonstelling te maken rondom 111 topstukken uit de collectie. Voor de expositie `Delfts onder de loep' zette zij in pronkkasten historisch aardewerk naast hedendaagse kunst om zo te komen tot een nieuwe blik op het inmiddels vier eeuwen oude Delfts Blauw.

In sommige gevallen zijn de nieuwe stukken gemoderniseerde uitvoeringen van de antieke voorwerpen. Jongerius' eigen Delfts B-Jug refereert met zijn robuuste vorm en handbeschilderde oppervlak aan de fopkan die rond 1700 uit de ovens van de Delftse plateelbakkerij De Pauw kwam. Maar in tegenstelling tot de traditionele blauwe ondergrond met uitbundige, witte bloemdecoratie is de Delfts B-Jug in overeenstemming met het laat-twintigste-eeuwse wantrouwen jegens decoratie uitgevoerd in egaal witte glazuur. De tinnen deksel die vastzit aan het oor van de fopkan heeft zijn moderne pendant in een bronzen handvat dat is bevestigd met het soort plastic strips waarmee ook wel elektriciteitskabels worden samengebonden.

Ook de historische bloemenhouders zijn een dankbare inspiratiebron voor hedendaagse keramisten. De vaas MaMa van Roderick de Vos heeft dezelfde tuitjes als de oude vazen en verwijst met een speels blauw bloemmotiefje rond de drie halzen naar de originele decoraties. Bij vergelijking van de porseleinen Koraalvaas die Norman Trapman ontwierp in 2000 en de tulpenvaas van Koninklijke Tichelaar Makkum uit 1890, is het verschil zelfs zo miniem dat de catalogus er aan te pas moet komen om te bepalen welk model uit de negentiende eeuw stamt en welk de eenentwintigste-eeuwse herneming is van het grillige motief.

Maar gastcurator Jongerius gaat in veel gevallen verder dan het parallel tonen van hedendaagse kopieën en antieke voorlopers. Zo stelt ze het kitschgehalte van Delfts Blauw aan de kaak met de traditioneel gedecoreerde butagastank van Wim Delvoye, de kunstenaar die eerder antieke pronkkasten vol Delfts Blauw versierde zaagbladen maakte. En onder een uiterst zeldzaam huisaltaar uit 1705 plaatste Jongerius de van bruine klodders klei aan elkaar hangende Kandelaar voor Trudy & Marc van Guido Geelen. De plaats van Golgotha wordt op dit `seculiere altaar' ingenomen door twee drankflessen met op de etiketten delftsblauwe molens in een polderlandschap. De confrontatie tussen de twee werken zegt iets over hoezeer de opvattingen over zowel esthetiek als religie in 300 jaar zijn veranderd.

Maar in het algemeen is Jongerius niet uit op provocatie of kritiek. Het is haar vooral te doen om een spel van associaties zonder waardeoordeel. Ze combineert hoogwaardig porselein met goedkoop plastic, zet een ambachtelijk beschilderde schaal naast een met computerpixels ingekleurd bord en een beeldje van een Chinese violist naast een hightech ikoon als een blauw geglazuurd astronautje. Tekenend voor die lust tot vermenging is de vitrine met wandborden. Hierin staan een indringend dubbelportret van kunstenaar Hans van Bentem, een voor de toeristenindustrie gerepliceerd Rembrandt-zelfportret en een set antieke sierborden gebroederlijk naast elkaar. En de combinatie vloekt niet.

In bepaalde gevallen gaan oud en nieuw zelfs een symbiotische relatie aan en ontstaat een installatie. Een dozijn laat-achttiende-eeuwse borden met afbeeldingen van vissersschepen gaat half schuil achter drie vierkante tegels van Anook-Cleonne Visser. De buitenste twee laten de horizon zien bij zonsopkomst en -ondergang, het middelste monochrome paneel stelt de nacht voor. Dat je die horizons ook daadwerkelijk in het abstracte drieluik herkent, is te danken aan de figuratieve kotters die erachter dobberen. De in vaal blauw uitgevoerde boten winnen op hun beurt weer aan dramatiek door de intense kleuren van de moderne tegels.

In de keuze van sommige hedendaagse werken is de materiële, decoratieve of morfologische link helemaal losgelaten en moet de tentoonstellingsbezoeker iets dieper graven om de gedachtensprong te maken naar Delfts Blauw. Job Smeets' massief bronzen reuzenlepel verwijst naar de ambachtelijkheid van de plateelbakkers. En het sensuele kannetje van glasblazer Bernard Heesen imiteert met zijn melkachtige glans en gladde oppervlak de eigenschappen van porselein. Maar het verst verwijderd van de breekbare wereld van het aardewerk is wel de wollen hanger van Ute Eitzenhöfer. Bij haar zit de associatie verstopt in de naar antieke familiestukken riekende titel van het werk: Omaverstehmichanhänger.

Hella Jongerius is er met haar tentoonstelling in geslaagd het denken over Delfts Blauw eens flink op te schudden. Halverwege de tentoonstelling staat de muur geplaatst waarop de verfexperts van Sikkens hun 48 tinten blauw hebben aangebracht. Maar tegen die tijd weten de meeste bezoekers wel dat Delfts Blauw vaker een gevoel, een idee of een associatie is dan een kleur.

Delfts onder de loep: T/m 7 april 2002 in Gemeentemuseum Den Haag. Open: di t/m zo 11-17u. Inl 070-3381111 of www.gemeentemuseum.nl Publicatie: Delfts aardewerk: Geschiedenis van een nationaal product Deel II, ƒ93,66. Specifieke website over Delfts aardewerk die Gemeentemuseum lanceerde ter ere van deze tentoonstelling: www.delftsaardewerk.nl