Bangladesh drijft op politiek van haat

De Bengaalse politiek wordt de laatste jaren bepaald door twee vrouwelijke politici die worden gedreven door de bloedige geschiedenis van het land, maar vooral door haat.

Twee vrouwen die elkaar zo intens haten dat ze een heel land met alle 127 miljoen inwoners in hun greep houden – zelfs als verzinsel van Márquez of Rushdie zou het niet werken en het ergste is: het is geen verzinsel.

Het gaat om twee `begums', Urdu voor madame, en het land is het onfortuinlijke Bangladesh. Een gemiddeld jaarinkomen per hoofd van nog geen 900 gulden. Een levensverwachting van 57 jaar. Overstromingen elk jaar, met duizenden doden. Honger en corruptie. En de twee begums, die vechten voort.

De ene begum, Khaleda Zia, versloeg deze week tijdens de verkiezingen de andere begum, Sheikh Hasina. Hasina's partij werd van de moerasbodem gevaagd en Hasina reageerde als vanouds: met een furie waar weinig mensen van terughebben.

Ondanks de vele internationale waarnemers die vonden dat de verkiezingen misschien niet vlekkeloos verliepen, maar voor Bangladesh redelijk eerlijk waren, zegt Hasina de uitslagen niet te aanvaarden. Ze zal het parlement boycotten, zoals ze zes jaar eerder deed, en ze zal tot stakingen en demonstraties oproepen. Een beproefd recept dat altijd zorgt voor doden in de straten van Dhaka.

Begum Zia intussen leunt achterover. Met een tweederde meerderheid in het parlement hoeft ze zich even niets aan te trekken van haar rivale. Ze presenteert zich als de moeder van de verzoening en zegt dat ze corruptie en armoede zal bestrijden – woorden die de Bengalen bekend in de oren klinken. Ze horen ze al dertig jaar.

Dertig jaar geleden was Bangladesh nog Oost-Pakistan, het arme en onbeduidende achterland, op vier uur vliegen van het politieke centrum in West-Pakistan. Maar toen won Sheikh Mujibur Rahman, in de volksmond Sheikh Mujib, in 1970 alle zetels die in Oost-Pakistan te vergeven waren en kreeg zodoende een meerderheid in het algemene parlement. Toen de West-Pakistaanse politici dit niet accepteerden proclameerde Sheikh Mujib de onafhankelijkheid van Oost-Pakistan. De West-Pakistanen stuurden het leger er op af en Sheikh Mujib vroeg India om hulp. In twee weken was het West-Pakistaanse leger verslagen, maar niet na een miljoen doden en tien miljoen vluchtelingen, van wie de helft vrouwen die door West-Pakistaanse soldaten waren verkracht. Nooit was een oorlog zo seksueel geweest.

Sheikh Mujib begon zijn bewind voortvarend, maar binnen de kortste keren verviel het overheidsapparaat in de oude gewoonte van corruptie en malversatie. In 1975, in de nacht van 15 augustus, verschenen militairen in het huis van de vader des vaderlands en schoten hem, zijn vrouw en al zijn kinderen dood. Alleen een kind ontsnapte aan dit lot: de oudste dochter, Sheikh Hasina, die op dat moment in Europa was. Ze kwam terug en nam de leiding over van haar vaders partij, de Awami-Liga.

Maar de militairen hielden het land stevig in hun greep: de eerste dictator was Zia Ur-Rahman, de laatste in 1990 was Ershad. Zoals het met staatsgreepplegers gaat werd de ene na de andere vermoord door rebellerende officieren, totdat Bangladesh in 1990, dankzij de strijd van begum Hasina en haar Awami-Liga, weer democratisch werd. Na langdurige stakingen schreven de militairen verkiezingen uit, die merkwaardig genoeg niet werden gewonnen door de Awami-Liga.

Begum Hasina's partij had namelijk concurrentie gekregen van de Bangladesh Nationalist Party, opgericht door de eerste dictator Zia Ur-Rahman, die in 1981 was omgebracht. Zijn vrouw had de leiding van de partij overgenomen: begum Khaleda Zia, een vrouw met enkel middelbare-schoolopleiding en hoegenaamd geen politieke ervaring. Maar ze wist een verbond te sluiten met moslim-partijen en werd in 1991 premier. Hasina ontstak in woede, vooral ook omdat het een publiek geheim is dat Zia's man Hasina's vader heeft vermoord. Hoe kan de vrouw van de moordenaar van de vader des vaderlands de leiding krijgen van het land, riep Hasina in haar machteloosheid. Waarop Zia meedeelde dat de dag van de dood van Hasina's vader een feestdag zou zijn.

De haat tussen de twee begums nam toe en beiden presenteerden videobeelden waaruit bleek hoe de ander onschuldige burgers liet folteren en doden. Intussen bleef het jaarlijkse inkomen van de gemiddelde Bengaal op nog geen 900 gulden en vierden corruptie en malversatie hoogtij. Totdat Hasina in 1996 de verkiezingen won met de belofte corruptie en armoede te zullen bestrijden. Ze kreeg het niet voor elkaar. Men zegt dat ze het te druk had met het belagen van Khaleda Zia.

En deze week won Zia dus de verkiezingen, in samenwerking met moslim-fundamentalisten die voor hun campagne foto's van Osama bin Laden tegen de muren plakten. Sommigen vragen zich daarom af of dit niet de eerste overwinning van Bin Laden is sinds 11 september. Maar begum Zia blijft verzekeren dat Bangladesh een seculiere staat is en dat godsdienst niets met haar beleid te maken zal hebben. Ze zal corruptie en armoede bestrijden. En eigenlijk vooral haar rivaal, begum Hasina.