`Ambities nekken regionale omroepen'

De regionale omroepen verkeren in grote financiële problemen. Hun ambities zijn groter dan hun financiële reserves, zeggen critici.

Omroep Zeeland huist vanaf zijn oprichting in 1990 in het voormalige gemeentehuis van Oost-Souburg. Het oude pand is gerenoveerd en uitgebreid, maar het is knus gebleven. Directeur-hoofdredacteur Flip Feij heeft zijn burelen in de kleine burgemeesterskamer. Hij is ,,trots'' op zijn radio- en televisiestation, vertelt hij, maar hij maakt zich ook grote zorgen: ,,Ons programma-aanbod is per 1 oktober verschraald, door geldgebrek. We moeten programma's gaan herhalen en dat is de dood in de pot.''

En dat, zegt hij, terwijl ons luister- en kijkonderzoek heeft aangetoond dat de Zeeuwen juist belangstelling hebben voor méér ,,provinciale radio en televisie''. Gemiddeld kijken elke dag zo'n 68.000 mensen. ,,We krijgen de klacht dat we te veel nieuws laten lopen, zeker wat de televisie betreft. Omroep Zeeland zou zijn dagelijkse tv-uurtje – van zes tot zeven – later op de avond graag willen updaten. We hebben een internetsite, die druk wordt bezocht. `Kan die site niet professioneler', zeggen de bezoekers. We willen van alles, maar er hangt wel een prijskaartje aan.''

Uit de herziene begroting over 2001 blijkt dat de omroep een tekort boekt van 600 duizend gulden op een budget van tien miljoen. ,,We hebben het Commissariaat voor de Media een bijdrage van zes ton gevraagd om de ergste nood te lenigen'', aldus Feij, wiens omroep 120 fulltimers en parttimers in dienst heeft.

Tot 1 januari 2000 ontving elke regionale omroep een tientje per huishouden via de landelijke omroepbijdrage. Dat leverde Omroep Zeeland – de provincie telt zo'n 140.000 huishoudens – per jaar (voor radio en televisie) 2,8 miljoen op, veel minder dan dichtbevolkte provincies. Het rijk kwam Omroep Zeeland daarom tegemoet met zeven miljoen extra. ,,Prachtig'', zegt Feij, ,,maar het bleef voor ons behelpen.'' Sinds de afschaffing van de omroepbijdrage heft de fiscus rechtstreeks luister- en kijkgeld van de belastingbetaler. Voor Omroep Zeeland is daardoor niets verbeterd, zegt Feij.

Geldgebrek ,,is een probleem van álle dertien regionale omroepen in Nederland'', zegt Robert Zaal, directeur van Regionale Omroep Overleg en Samenwerking (ROOS), de koepelorganisatie. De omroepen redden het, volgens Zaal, niet met hun totale jaarlijkse inkomsten van 260 miljoen gulden, afkomstig van de provinciale fondsen (130 miljoen), het ministerie van OC en W (100 miljoen) en reclamegelden (30 miljoen). ROOS liet accountants onderzoek doen naar de inkomsten en uitgaven van de regionale omroepen tot en met 2006 en naar hun vermogensposities. Zaal: ,,De vermogensposities zijn desastreus. Om gezond te worden hebben onze omroepen structureel 24 miljoen extra per jaar nodig en nog eens vijftig miljoen voor nieuwe activiteiten.''

Zaal zegt dat een aantal regionale omroepen al bezuinigt. ,,Dat is onvermijdelijk, simpelweg omdat ze sluitende begrotingen moeten indienen bij bij het Commissariaat voor de Media. Ze snijden op personeel en programma's.'' Als de saneringen te ingrijpend worden, meent Zaal, wordt dat ,,rampzalig''. ,,Onze leden kunnen hun publieke taak dan niet meer naar behoren uitoefenen. Om goed te functioneren is het ook nodig dat ze zich met internet bezighouden. Maar daarvoor krijgen ze, in tegenstelling tot de omroepen in Hilversum, geen extra budget. De overheid wil dat de regionale omroepen een rol spelen bij calamiteiten. Ze kunnen dat met zulke beperkte middelen absoluut niet.''

Het Commissariaat voor de Media kent de geldstromen naar de regionale omroepen. Zijn commissaris financieel toezicht, Inge Brakman, zegt dat het debat over het geld van de omroepen ,,zo oud is als de omroepen zelf''. Ze stelt vast dat de omroepen hun radio-activiteiten in de loop der jaren ,,fors hebben uitgebreid''. ,,En er is televisie bij gekomen.'' Brakman meent dat de omroepen ,,een nieuw evenwicht tussen budget en ambitie moeten vinden''. Wel is volgens haar duidelijk dat ,,de indexering van de budgetten de kostenontwikkeling niet zal bijhouden''. Ze zegt dat er over twee jaar meer helderheid komt over de geldstromen naar de omroepen.

Feij van Omroep Zeeland hoopt op meer geld: ,,We zijn populair, zowel onze radio als televisie is vaak zelfs marktleider''.'' Op zijn bureau liggen de kijkcijfers. Feij: ,,Eén op de vijf Zeeuwen kijkt elke dag naar ons, ook al duurt ons programma niet langer dan één uur.''