Agressief pleiten voor de vredesprijs

Met de Nobelprijzen zijn veel belangen gemoeid. Onderzoekers krijgen meer fondsen, uitgevers verkopen meer boeken. Er wordt stevig gelobbyd voor potentiële laureaten.

Het is de tijd van het jaar waarin veel eminente wetenschappers, schrijvers en politici hopen op dat ene telefoontje uit Zweden.

De Nobelprijzen – het ultieme eerbewijs op het terrein van de natuurkunde, scheikunde, geneeskunde, letterkunde en de vrede – worden dit jaar voor de honderdste keer uitgereikt. Het geld, een bedrag van negen miljoen Zweedse kronen (ruim 2,3 miljoen gulden) per prijs, komt uit de nalatenschap van de Zweedse chemicus en ingenieur Alfred Nobel (1833-1896) en is bedoeld voor `grote verdiensten' op deze gebieden. In 1968 kwam daar, op instigatie van de Sveriges Riksbank, de Nobelprijs voor de economie bij. De Zweedse centrale bank bestond toen driehonderd jaar.

In de afgelopen eeuw is de `Nobel-lobby' steeds intensiever geworden, een gevolg van de toenemende commerciële en financiële belangen. Uitgevers verdienen fors aan een Nobelprijs voor een van hun auteurs. En universiteiten en wetenschappelijke instellingen zien hun budgetten stijgen wanneer de prijs wordt toegekend aan een daar werkzame wetenschapper. Zowel overheid als ondernemingen blijken dan fors extra te willen investeren in onderzoeksprojecten.

Dat is met name in Amerika het geval. ,,De financiële gevolgen voor ons instituut zijn vrij beperkt geweest'', zegt de Utrechtse natuurkundige Gerard 't Hooft, die twee jaar geleden, samen met zijn leermeester Martinus Veldman, de Nobelprijs voor de natuurkunde won. ,,In de Verenigde Staten staat een Nobelprijs garant voor een geweldige financiële injectie; dat kennen wij niet. Het belang van een lobby is in de VS veel groter. Maar'', nuanceert 't Hooft, ,,met een Nobelprijs word je door de wereldgemeenschap geëerd, en dat is niet in geld uit te drukken.''

De voordracht van de Nobelprijs is transparant. Ieder jaar vragen de comités – die ieder uit vijf leden bestaan – aan wetenschappers, universiteiten, en academies voor wetenschappen over de hele wereld of ze vakgenoten willen nomineren. Ieder comité verstuurt elk jaar in september zo'n duizend brieven; het antwoord moet voor 1 februari binnen zijn. Het comité heeft dan nog ruim een halfjaar de tijd om de winnaar te bepalen, waarbij soms de expertise van specialisten wordt ingeroepen. Hoe de uiteindelijke beslissing wordt genomen is een zorgvuldig gekoesterd geheim, waarbij de leden uiterste prudentie betonen.

Rob Reneman, president van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen, heeft een paar keer een kandidaat mogen nomineren op zijn vakgebied, de fysiologie. ,,Wanneer je iemand voordraagt, wil je eigenlijk ook dat je kandidaat de prijs wint'', zegt Reneman. ,,Je probeert steun te verwerven bij andere collega's die mensen mogen voordragen. En je probeert je voordracht te verstevigen met een Nobellaureaat.'' Want dat is het privilege van een Nobelprijswinnaar: hij mag altijd een kandidaat voordragen. Uit onderzoek blijkt dat de comités zeer gevoelig zijn voor het oordeel van de laureaten. De archieven worden met een tijdsspanne van vijftig jaar gedeeltelijk vrijgegeven voor onderzoek en daaruit blijkt bijvoorbeeld dat de voordrachten van de Deense natuurkundige Niels Bohr, winnaar van de Nobelprijs in 1922, bijna altijd zijn gevolgd.

,,Wanneer een Nobelprijs in een exacte wetenschap wordt toegekend, is er geen of nauwelijks discussie over de vraag of het terecht is'', zegt Max Kuperus, hoogleraar natuurkunde in Utrecht. ,,Baanbrekende ontdekkingen worden gehonoreerd. Soms is er wel discussie over welke namen daar allemaal aan verbonden behoren te zijn.'' De Utrechtse hoogleraar noemt het jaar 1979, toen de Nobelprijs voor de natuurkunde werd toegekend aan Sheldon Lee Glashow, Adbodas Salam en Steven Weinberg voor hun theorie die de elektromagnetische kracht en de zwakke nucleaire kracht onder één noemer brengt. Bij deze drie theoretische fysici hoorde ook de naam van Gerard 't Hooft, maar artikel vier van het statuut van de Nobel-stichting bepaalt: `In geen geval kan de prijs over meer dan drie personen worden verdeeld'. 't Hooft moest tot 1999 wachten voordat hij, samen met zijn leermeester Martinus Veltman, zijn bijdrage aan de natuurkunde zag gehonoreerd met de Nobelprijs.

De toekenning van de Nobelprijzen voor natuurkunde, scheikunde en economie wordt gedaan door de Koninklijke Zweedse Academie van Wetenschappen. Het Karolinska-instituut in Stockholm beslist over de Nobelprijs voor de geneeskunde; de Zweedse Academie over die voor de literatuur. Een comité van vijf personen, benoemd door de Storting (de Noorse volksvertegenwoordiging), kent de prijs voor de vrede toe.

De lobby voor de Nobelprijs voor de vrede en literatuur is agressiever dan bij de wetenschappen en over de uitkomst bestaat veel meer discussie. Een Nobelprijs voor de literatuur is sinds tien jaar een goudgerand kassucces voor de uitgever. Binnen enkele dagen ligt de winnaar al naast de kassa in de boekwinkel.

Op kousenvoeten wordt de lobby vanuit Nederland gevoerd. Vier jaar geleden zijn toonaangevende Zweedse literatuurcritici naar Nederland gehaald en werden gesprekken gearrangeerd met potentiële Nobelprijswinnaars als Hugo Claus, Harry Mulisch en Cees Nooteboom. Tot nu toe zonder resultaat. ,,We gaan extra activiteiten ontwikkelen'', belooft Rudi Wester, directeur van het Nederlands Literair Produktie en Vertalingenfonds. Volgend jaar is er weer een grote boekenbeurs in Göteborg en daar zullen ook Nederlandse uitgevers staan. ,,En Zweedse uitgeverijen willen we gaan faciliteren met het vertalen.'' Welk bedrag met het `faciliteren' is gemoeid, wil Wester niet zeggen. De Zweedse boeken zijn erg duur, maar vertalingen lijken een absolute voorwaarde om in aanmerking te komen voor de prijs.

Volgend jaar komt `Siegfried' van Harry Mulisch in een Zweedse vertaling uit, gevolgd door `Upptäckandet av Himlen'. Wester zegt dat er een grote reclamecampagne zal worden georganiseerd bij de publicatie van Siegfried. Het lijkt onderdeel van de actie `De Nobelprijs voor Harry'. ,,Het gaat ons om het promoten van het Nederlandse boek'', zegt Wester. ,,Want het is absurd dat nog nooit een Nederlander de Nobelprijs voor de literatuur heeft gewonnen.'' Eén keer stond het Nederlands taalgebied op de nominatie voor de Nobelprijs. Na een lobbycampagne van decennia, door de Nederlandse Amy van Marken en de Belg Alex Bolckmans (beiden hoogleraar Scandinavische talen), waren er serieuze aanwijzingen dat Louis Paul Boon de prijs zou krijgen, maar de Belg ging te vroeg dood.

De agressieve lobby heeft soms succes. In 1997 nam het Portugese bureau voor handel en toerisme het Zweedse lobbykantoor Jerry Bergström in de arm om de schrijver José Saramago naar voren te schuiven als kandidaat, zo reconstrueerde de Zweedse krant Dagens Nyheter een paar jaar geleden. De lobbyist kreeg de opdracht om Saramago zoveel mogelijk naamsbekendheid in Zweden te geven. Bergström organiseerde een programma rondom Saramago in grote boekwinkels in Stockholm. Daarna werden tal van vraaggesprekken in de Zweedse media geregeld en gaf Saramago lezingen aan verschillende universiteiten. In 1998 won de Portugees de prijs. In een reactie op het stuk in Dagens Nyheter ontkende het Nobelprijscomité ten stelligste dat de campagne invloed heeft gehad, maar de lobbyist Bergström laat niet na om het succes van zijn campagne te claimen.

De Nobelprijs voor de vrede is een politieke prijs. Weinig objectief en dus is er veel discussie. Om het vredesproces in het Midden-Oosten eind jaren tachtig een duwtje in de rug te geven, werd in 1978 de prijs toegekend aan de Egyptische president Anwar Sadat en de Israëlische premier Menachem Begin. Zestien jaar later werd het `trucje' weer uitgehaald. Shimon Peres, de minister van Buitenlandse Zaken van Israël, zijn premier Yitzhak Rabin en de Palestijnse leider Yasser Arafat deelden toen de prijs. ,,De Nobelprijs voor de vrede toekennen aan de terrorist Arafat'', verzucht Reneman van de KNAW zeven jaar later nog. ,,Dat is toch waanzin; dat kan alleen maar in de politiek.''