Urgente hervormingen blijven uit in vrij Servië

Een jaar geleden bestormde het Servische volk het parlement. Het werd het einde van Slobodan Miloševic. Maar het nieuwe Servië verandert langzaam, té langzaam, vinden velen.

Belgrado's elite heeft haar eerste summer of freedom achter de rug. Het is haar aan te zien. Ze zit lachend in de najaarszon op de terrassen in de stad en bespreekt het volgende forum of festival. Gaan we naar een bijeenkomst over oorlogsmisdaden of bezoeken we een nieuwe Servische film? ,,We kunnen eindelijk zonder angst door de straten lopen. Dat is de grootste winst van de revolutie'', zegt de historicus Alexe Djilas. Zelf woonde hij, zoon van een bekende dissident, jaren in het buitenland.

Tien jaar heeft Slobodan Miloševic het Servische volk geleid de meeste tijd van oorlog naar oorlog. Op vijf oktober vorig jaar kwam een einde aan zijn heerschappij, niet in de laatste plaats tot Miloševic eigen verwondering. Oorlogen kon hij aan. Maar tegen een bestorming van het parlement en de staatsomroep door zijn eigen volk was hij niet opgewassen.

Een jaar na de revolutie is Servië veranderd. Politici, wetenschappers, artiesten, journalisten; ze zeggen wat ze denken. Maar gold de zomer der vrijheid voor iedereen? Een aantal mensen schudt het hoofd. De joodse gemeenschap heeft sinds de revolutie te maken met toenemend antisemitisme: beledigende graffiti, bedreigende telefoontjes, schendingen van joodse graven. ,,We wachten op een antwoord van de staat op deze golf van haat. Maar tot dusver hebben we niet veel gehoord'', aldus president Aca Singer van de Federatie van joodse gemeenschappen in Joegoslavië.

De nieuwe vrijheid geeft niet alleen de elite vleugels. De extreem-rechtse organisatie Obraz, verdacht van het verspreiden van antisemitische graffiti, doet steeds vaker van zich spreken. De nieuwe vrijheid geldt ook niet voor iedereen. Homoseksuelen werden tijdens hun eerste gay parade, afgelopen zomer in Belgrado, in elkaar geslagen. De Servisch orthodoxe kerk had de bijeenkomst van tevoren als ,,een orgie'' gebrandmerkt. En, evenals in het geval van de schending van joodse graven, bleef een veroordeling door de nieuwe Servische regering uit.

De in Servië woonachtige politiek analiste Anna Husarska van de International Crisis Group vroeg het zich onlangs in de International Herald Tribune af. ,,Hoe kan deze regering nog altijd aangeklaagde oorlogsmisdadigers onderdak bieden; hoe kan zij politieke gevangenen in de gevangenis houden? Hoe kan men leven in een land waar politieke moorden en verdwijningen onopgelost blijven?''

De internationale gemeenschap lijkt zich vooralsnog niet al te zeer om de antwoorden te bekommeren. Ze heeft het nieuwe Servië in haar armen gesloten. Joegoslavië is (opnieuw) lid geworden van de Verenigde Naties en krijgt miljoenen guldens van de Europese Unie en andere donoren voor de wederopbouw. Zelfs de NAVO, tijdens de Kosovo-oorlog in 1999 nog vijand, is bondgenoot geworden; de strijd tussen Servische troepen en Albanese guerrilla's in Zuid-Servië werd in mei onder haar toezicht beslecht. In het voordeel van de Serviërs.

De internationale erkenning betekent niet dat alle problemen zijn opgelost. Ja, Slobodan Miloševic is onder grote, financiële dreiging van het Westen uitgeleverd aan het Joegoslavië-tribunaal. Maar de nieuwe regering heeft de banden met het oude regime niet doorgesneden. Milan Milutinovic is nog altijd president van Servië, ondanks een arrestatiebevel van het tribunaal. Nebojša Pavkovic staat nog altijd aan het hoofd van het leger. En Sreten Lukic, oud-politiechef in Kosovo voor en tijdens de NAVO-bombardementen, is benoemd tot hoofd van de politie.

Servië verandert langzaam te langzaam volgens velen. Noodzakelijke hervormingen blijven uit. Het rechtssysteem verkeert in een impasse. De nieuwe leiders hebben tot nu toe vooral hun eigen vrienden tot rechter benoemd en maken zich zo schuldig aan praktijken die onder Miloševic golden, sneren buitenlandse en binnenlandse waarnemers.

Daarnaast hekelt de invloedrijke economische denktank G17 de langzame economische hervormingen. De privatisering van staatsbedrijven komt niet van de grond, er zijn geen nieuwe banen geschapen en salarissen zijn niet verhoogd. Intussen zijn de gemiddelde kosten van levensonderhoud sinds de revolutie vervijfvoudigd. Want de subsidies die Miloševic gaf op elektriciteit, brood en melk om het volk koest te houden, zijn noodgedwongen afgeschaft.

,,Voor ons soort mensen is vrijheid een groot goed'', zegt politiek analist Vladimir Goati, ,,maar vrijheid kan je niet eten. De gewone man heeft een lege maag.' Dat is een gevaar voor het nieuwe Servië, want de bevolking is moe van loze beloften. Ze wil daden zien.

De traagheid is voor een groot deel te wijten aan de opzet van DOS, de gelegenheidscoalitie van achttien politieke partijen en partijtjes die onder de naam Democratische Oppositie van Servië vorig jaar de strijd met Miloševic aanging. Na het bereiken van hun doel de verdrijving van Miloševic van het politieke toneel ontstonden de eerste meningsverschillen al snel. Groot of klein; iedereen wil zijn zegje doen in de nieuwe regering van Servië. Maar een regering van achttien partijen is niet de efficiëntste. Bovendien kampt DOS, na tien jaar oppositie en oorlog, met een gebrek aan kader. Sommige ministers hebben nauwelijks bestuurservaring. Dat wreekt zich.

Daar is nog een probleem bijgekomen: de twee belangrijkste leiders van DOS, de Joegoslavische president Vojislav Koštunica, en de Servische premier Zoran Djindjic zijn tegenover elkaar komen te staan. Het bekendste voorbeeld is de uitlevering van Miloševic aan het Joegoslavië-tribunaal: de pragmatische Djindjic leverde hem buiten het parlement om uit, de formele Koštunica was daar tegen. Het is een van de vele ruzies tussen beide mannen die de Servische politiek dezer dagen in hun greep houden.

Wellicht moet Servië nieuwe verkiezingen organiseren. Dan valt het DOS-blok zeker uiteen, maar worden de politieke verhoudingen tenminste duidelijk. Alleen, verkiezingen kunnen de hervormingen verder vertragen. En dat kan Servië niet gebruiken. De elektriciteitscentrales zijn uitgeput; de eerste stroomonderbrekingen van deze herfst hebben al plaatsgevonden. Na een summer of freedom wacht Servië een harde winter.