Tweemaal Blair

Geen misverstand kan er meer bestaan. Ook het Verenigd Koninkrijk wil de euro invoeren. Na zijn markante en veelbelovende uitspraken gisteren tegenover het Labour-congres in Brighton kan premier Blair niet anders dan nog tijdens deze parlementaire periode het eerder toegezegde referendum hierover houden. Hoewel Blair de gebruikelijke voorbehouden op financieel-economisch gebied herhaalde, heeft hij politiek de beslissende stap gezet. De vloeiende en onzekere toestand waarin de wereldeconomie zich bevindt én de groeiende behoefte aan saamhorigheid sinds de 11de september hebben in de Britse politiek een `window of opportunity' opengezet voor een dramatische verdere stap naar Europese integratie.

Op het eerste gezicht lijkt Blairs belofte haaks te staan op de voortvarendheid waarmee zijn regering zich aansluit bij Amerikaanse plannen korte metten te maken met Osama bin Laden en de Talibaan. In dezelfde rede overtrof hij zelfs president Bush in verbale assertiviteit jegens de Afghaanse fundamentalisten. De Europese Unie, die ook niet-NAVO-landen omvat, opereert aanzienlijk terughoudender met haar onlangs beleden voorkeur voor een coalitie onder auspiciën van de VN, hoewel zij in het midden liet wat haar daarbij precies voor ogen stond. In de aanloopfase kan met passen en meten de Britse aanpak nog wel binnen dat Europese kader worden gemanoeuvreerd, maar de Atlantische en interne Europese verhoudingen dreigen onder zware spanning te komen zodra het eerste schot is gelost en de eerste bom is afgeworpen.

Toch behoeft er op wat langere termijn geen tegenspraak te bestaan tussen Blairs uitlatingen. De actualiteit vereist ongeclausuleerde solidariteit met Washington, maar tegelijkertijd ligt Brittannië's toekomst in een verder integrerend Europa. Blakend van zelfvertrouwen neemt Blair zonder meer aan dat dit Europa zijn Atlantische banden in ere zal houden en dat ruimte zal blijven voor Londens speciale betrekkingen met Washington. Een kniesoor die tegen dit pragmatisme bezwaar zou willen maken.