Trapje

Bestrijd het kwaad zonder haat, vond Mahatma Gandhi (1869-1948), en hij introduceerde het lijdelijk verzet. Kom daar in deze riskante dagen eens om.

Gistermiddag stonden we ter gelegenheid van de geboortedag van Gandhi op een soppige plantsoenstrook aan de Amsterdamse Churchilllaan. Daar staat een frêle beeld van deze frêle held. Het werd precies elf jaar geleden door premier Lubbers onthuld.

De stenen Gandhi heeft een lopende houding, zijn linkervoet in slipper vooruit, zijn bekende stafje in de rechterhand. Op de neus zijn grote bril die driemaal per jaar door Amsterdamse jongens wordt vernield.

Leeft Gandhi nog bij het Nederlandse volk?

Dat is zeer de vraag. De sprekers, onder wie de ambassadrice van India, vonden van wél. Nederland had hem in het hart gesloten vandaar dat beeld. Ik liet mijn blik over het groepje aanwezigen dwalen, en begon te twijfelen. Ik telde maar zo'n vijf witte Hollandse koppen onder de ongeveer 75 aanwezigen, afgezien van een Amsterdams schoolklasje. En die vijf koppen waren in de eerste plaats functioneel aanwezig, zoals de vertegenwoordiger van het Stadsdeel Zuider-Amstel. Om ons heen raasde het Nederlandse verkeer door, terwijl wij een minuut stilte in acht namen, geen enkele buurtbewoner toonde interesse.

Nederland liet het eigenlijk afweten. In het begin kwamen er op deze herdenkingsdag nogal wat vredesorganisaties naar het momument, maar dat is voorbij. Demonstreren op de Dam, daar haal je eerder het Journaal mee. Trouwens, de Indiase en Surinaams-Indiase gemeenschap in Nederland waren met die zeventig mensen ook niet bepaald rijkelijk vertegenwoordigd.

Een blauw-wit gestreepte feesttent moest ons beschermen tegen de hoosbuien die net waren gaan liggen. Gandhi stond tien meter van ons vandaan, eenzaam op zijn hoge sokkel. Naar goed Indiaas gebruik zouden er kleurige bloemslingers over zijn hoofd worden gehangen. Dat was nog niet zo eenvoudig omdat mensen van normale lengte onmogelijk zó hoog konden reiken.

Daarom was er voor deze gelegenheid onderaan het beeld een voorwerp neergezet dat Nederland toch nog op een unieke manier vertegenwoordigde: een keukentrapje. Van Tomado. Zo'n trapje met twee plateautjes voor de bescheiden klimmer. Wit, stevig en zakelijk.

De prominente gasten moesten dit door de regen natgeworden trapje bestijgen en dan met een vlugge beweging de krans als een lasso over Gandhi's hoofd werpen. Adembenemende momenten, vooral wegens de aanwezigheid van enkele fotografen. Gelukkig bleef slechts één krans even op Gandhi's kruin steken, voor de rest bracht iedereen het er goed van af, ook de vertegenwoordiger van het stadsdeel, de enige Nederlandse autoriteit ter plekke.

Deze vertegenwoordiger was een gezellig-dikke man in een gekreukeld jasje. Hij hield een korte, matige toespraak en toonde algauw grote haast. Het liep tegen vijven, plichten of spruitjes riepen hem, hij moest gaan vóór het einde van de bijeenkomst. Hij tikte de ambassadrice op de rug, sorry, ik moet nu echt weg, en beende vervolgens opgelucht naar de overkant.

Dat zat er weer op.