Kinderziekten studiehuis nog lang niet voorbij

De studiehuis-eindexamens zijn gemakkelijker dan de oude examens, maar worden toch slechter gemaakt. Schiet het studiehuis zijn doel voorbij?

De scholieren die twee jaar geleden stenen en eieren gooiden op het Malieveld in Den Haag omdat ze het studiehuis te zwaar vonden, lijken alsnog hun zin te krijgen. De studiehuis-eindexamens voor vwo eind vorig schooljaar waren over het algemeen makkelijker dan de vwo-eindexamens oude stijl, zo bleek gisteren uit het Examenverslag 2001 van het Cito, de makers van het examen.

Bovendien, zo staat in het verslag, werden op dertien van de zeventien vakken in het studiehuis nog eens extra soepele normen toegepast. Tot maximaal 0,9 cijferpunt (op scheikunde 1) kregen de `nieuwe stijlers' er extra bij. Andere uitschieters: wiskunde A1 (0,7 punt), biologie 1,2 (0,5 punt) en economie 1,2 (0,4 punt).

Toch, zo bleek eveneens, scoorde de voorhoede van 6.000 vwo-examenkandidaten die in het studiehuis les hadden gehad, uiteindelijk minder goed dan haar voorgangers, al ligt het aantal gezakten ongeveer gelijk. Dit was goed te onderzoeken omdat de examens oude en nieuwe stijl voor een groot deel overeenkwamen. Op veertien van de zeventien onderzochte examenonderdelen die voor beide groepen gelijk waren, presteerden de leerlingen die nog op de traditionele manier les hadden beter.

Eerder onderzoek naar de voorhoede van de havisten nieuwe stijl, vorig jaar gehouden door de Onderwijsinspectie, geeft een soortgelijk beeld: de examens van de studiehuisgeneratie werden soepeler genormeerd. Dit was noodzakelijk omdat het percentage gezakten in het studiehuis anders veel hoger zou liggen dan bij de examinandi-oude stijl.

Voorstanders van de studiehuisgedachte zullen niet blij zijn met deze resultaten. De oorspronkelijke doelstelling van het studiehuis was juist om de leerlingen beter voor te bereiden op hogeschool en universiteit. Studenten deden te lang over hun studie of stopten er helemaal mee. Door het examenprogramma voor havo en vwo te verzwaren en te verbreden niet alleen meer talen, maar ook wiskunde, algemene natuurwetenschappen en geschiedenis en de leerlingen al op de middelbare school zelfstandig te leren werken, zou het percentage uitvallers in het hoger onderwijs kunnen worden teruggebracht. Studiehuisleerlingen zouden dus béter en niet slechter moeten gaan presteren.

Het huidige studiehuis lijkt vooralsnog niet in die doelstelling te slagen. Tegenstanders zullen popelen om het failliet van de onderwijsvernieuwing aan te kondigen.

Toch is het daarvoor te vroeg, vindt het Cito. De problemen schuilen niet zozeer in de doelstelling, maar in de uitwerking in de praktijk. Het Cito wijt de tegenvallende examenresultaten voor een deel aan kinderziekten. De nieuwe methoden voor het studiehuis waren nog niet overal beschikbaar. Leraren moesten wennen aan de nieuwe manier van lesgeven, waarbij ze leerlingen meer moeten begeleiden en stimuleren dan sec kennis overdragen. Bovendien moesten de `nieuwe stijlers' in veel meer vakken examen doen, wat de studielast aanmerkelijk verzwaarde.

Vanaf de invoering op een `voorhoede' van havo- en vwo-scholen in 1998 zijn er problemen met het studiehuis. Na de scholierenstaking in december 1999 kwam staatssecretaris Adelmund (Onderwijs) met een aantal tijdelijke maatregelen om tegemoet te komen aan de kritiek van de scholieren dat het studiehuis veel te zwaar was. Aanvankelijk wilde Adelmund het vak algemene natuurwetenschappen, evenals een tweede vreemde taal schrappen, maar de staatssecretaris moest bakzeil halen na hevige protesten van scholen.

Wel tellen de praktische opdrachten en werkstukken sindsdien minder zwaar mee of werden zij helemaal geschrapt. Vóór 2003 zou er een definitieve oplossingen moeten komen, zo stelde Adelmund destijds.

Toch kan het nog lang duren voordat er daadwerkelijk oplossingen zullen komen. Niet vóór 2005 kunnen de havo- en vwo-examens grondig worden herzien, aldus het Tweede Fase Adviespunt vorige week. Het studiehuis al eerder helemaal op de schop gooien, zoals Adelmund en de Tweede Kamer willen, is volgens het adviespunt onmogelijk. Wil Adelmund het studiehuis zinvol aanpassen, dan moet dat niet overhaast gebeuren, zo luidde het advies.

Tot die tijd moeten de docenten er het beste van maken en de leerlingen zo ,,zelfsturend'' mogelijk laten werken.

Maar gedragen ze zich ook zo? Het Tijdschrift voor economisch onderwijs deed onderzoek naar de bereidheid onder economiedocenten om zich aan te passen aan de Tweede Fase. De resultaten zijn deze week gepubliceerd. Slechts eenvijfde van deze leraren op het vwo past de studiehuismethode volledig toe, op het havo ligt dit percentage onder de 15 procent.

Bovendien geeft ruim 59 procent van de leraren aan dat de zwaarte van de Tweede Fase de ruimte voor zelfstandig leren juist beperkt. Van een niveauverbetering kan voorlopig geen sprake zijn, oordelen de economiedocenten. Circa 22 procent van de vwo- en 14 procent van de havo-docenten gelooft in een niveauverbetering in het onderwijs.

Hoe moet het verder met het studiehuis als de uitvoerders zó negatief zijn over de onderwijsvernieuwing? De kinderziekten in het studiehuis kunnen nog wel even dooretteren.