Huisartsen op cursus euthanasie

Hoe vertel je de huisarts dat hij ten onrechte een euthanasieverzoek heeft toegezegd? Lastige vragen voor de `euthanasieconsulent'.

,,Mevrouw, kunnen we nu over het verzoek van uw vader praten'', vraagt huisarts Elmer Ypenburg voor de derde keer aan de woordvoerster van een 83-jarige patiënt die volgens zijn dochter wil sterven. ,,Zondag moet 't gebeuren'', zegt de vrouw prompt. ,,Mijn twee zussen zijn er voor overgekomen uit Canada. Wij hebben voor overmorgen gekozen omdat vader en moeder dan vijftig jaar getrouwd zouden zijn.'' Vijftien Limburgse artsen kijken gespannen toe hoe hun collega dit gesprek tot een goed einde brengt.

Op de zolder van kasteel Rijckholt bij Maastricht bereiden de huisartsen zich met rollenspelen voor op hun toekomst als euthanasieconsulent ofwel SCEN-arts (Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland). Als tweede, onafhankelijke arts, naast de eigen huisarts van de patiënt, moet de euthanasieconsulent beoordelen of een euthanasieverzoek waarachtig, vrijwillig en duurzaam is. Hij dient ook te achterhalen of werkelijk sprake is van uitzichtloos, ondraaglijk lijden. Maar hoe kan Ypenburg zich kwijten van zijn taak als zijn vragen onbeantwoord blijven en als de familie hem verbiedt kankerpatiënt Korf, die boven in bed ligt, zelf te bezoeken? (,,Dat wil vader niet.'')

Op de tweede van drie opleidingsdagen tot euthanasieconsulent doen de huisartsen in Limburg de hele dag dit soort rollenspelen van veelvoorkomende, lastige situaties. Wat doe je met familieleden, zoals de `dochter van Korf' (gespeeld door een actrice), die euthanasie naar eigen inzicht willen regisseren? Wat doe je als een euthanasieverzoek vooral is ingediend omdat de patiënt haar echtgenoot de ,,ondraaglijke druk van een nog langer ziekbed'' wil besparen? En hoe vertel je aan de `eerste' huisarts, die de patiënt al heeft toegezegd mee te zullen werken aan euthanasie, dat het verzoek volgens jou niet aan de wettelijke voorwaarden voldoet?

Sinds twee jaar leidt de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst (KNMG) huisartsen die dat willen op tot euthanasieconsulent. Raadpleging van een collega bij euthanasie is een van de vijf zorgvuldigheidseisen die de overheid aan euthanaserende artsen stelt. De nieuwe euthanasiewet, die op januari 2002 van kracht wordt, verankert deze eis ook formeel.

Het project, tot halverwege 2003 gesubsidieerd door het ministerie van Volksgezondheid met ruim 8 miljoen gulden, moet de begeleiding van euthanasie professionaliseren. De regionale toetsingscommissies voor euthanasie zijn enthousiast: in het gezamenlijke jaarverslag stelden zij afgelopen voorjaar dat ,,zowel de consultatie alsmede de verslaglegging aan kwaliteit winnen (...) sinds artsen speciaal als consulent bij euthanasie worden opgeleid''. Volgens de KNMG was het advies van de consulent aan de huisarts in verreweg de meeste gevallen positief: in 85 procent meldde deze dat zijns inziens aan de zorgvuldigheidseisen was voldaan.

De afgelopen twee jaar werden ruim 350 huisartsen opgeleid. Als consulent hebben zij zes à zeven keer per jaar een week dienst. Als een huisarts hun om een oordeel vraagt, bezoekt de consulent 's avonds de patiënt (en vaak ook diens familie) en bespreekt daarna zijn bevindingen met de huisarts. Vóór de zomer van 2003 komen er, verwacht de KNMG, nog 100 à 150 consulenten bij en is een `landelijk netwerk' rond. Zelfs in de `bijbelgordel', van Zeeland tot en met de Veluwe, zijn er dan voldoende SCEN-artsen. [Vervolg EUTHANASIE: pagina 3]

EUTHANASIE

'Nee zeggen is verdomd moeilijk'

[Vervolg van pagina 1] Projectleider E. van Wijlick van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst verwacht dat huisartsen dit jaar ongeveer 1.400 keer een beroep zullen doen op een consulent, tegen 511 keer in 2000. ,,De groei is explosief, sinds er meer consulenten zijn.'' De werving gaat sneller dan Van Wijlick verwachtte.

Een week dienst als consulent kost huisartsen gemiddeld vier uur per consultatie – uren die bovenop hun reguliere huisartsenwerk komen. En daarvoor krijgen ze niet veel betaald: 375 gulden bruto. Van Wijlick: ,,Veel huisartsen zijn al zwaar belast; vaak overbelast.''

Maar de huisartsen op de cursus blijken geen hekel te hebben aan euthanasie. ,,Euthanasiegevallen zijn de `intellectuele' krenten in de pap'', zegt huisarts en cursist Peter Blokland. ,,Tachtig procent van wat we doen is ruggenmergwerk – zo noemen wij routinewerk. Bij euthanasie moet je je elke keer tot het uiterste inspannen om zorgvuldig te handelen en zekerheid te krijgen over de motieven van de patiënt.''

De huisartsen op de cursus, overwegend vijftigers die al 20 of 25 jaar een praktijk hebben, behandelden bijna allen al meermalen euthanasieverzoeken. ,,Toch dacht ik steeds: laat het in godsnaam niet op mijn bordje komen, want ik weet niet hoe ik ermee moet omgaan'', aldus Marjolyn Meindersma Vluggen, die er tot haar opluchting nog maar één keer mee te maken kreeg. ,,Persoonlijk ben ik geen voorstander van euthanasie. Maar ik vind dat ik me daar overheen moet zetten voor de patiënt. Ik kan hem niet laten vallen.''

`Professioneler omgaan met euthanasieverzoeken' en `de obstakels leren overbruggen' is wat de cursisten zeggen te willen. Ypenburg begon ,,met hartkloppingen'' aan zijn gesprek met `dochter Korf', die geen inmenging meer wilde in de euthanasie van haar vader. ,,Maar ik kreeg toch snel contact met haar en toen mocht ik uiteindelijk bij de patiënt gaan kijken'', zegt hij .

,,Het was een genot om te zien hoe Ypenburg meelaveerde met de emoties van de dochter'', prijst trainer Maarten Nederhorst hem. ,,Ik voelde me echt door hem gehoord'', zegt de actrice die de dochter speelde. ,,Daardoor accepteerde ik toch dat hij bij mijn vader ging kijken. Het compromis was dat ik meemocht, de kamer in. Toen ik in tranen uitlegde dat vader écht geen bezoek meer wilde, daar het geduld niet meer voor had, sloeg Ypenburg precies de goede toon aan. Hij legde zijn hand op mijn hand en zei relativerend: `Dat kan hij dan in zijn volgende leven leren, hè?'''

Cursist Fred Willemsen krijgt ook een kans om te oefenen in een rollenspel: hij moet huisarts Peter Mekel terugfluiten die te snel `ja' zei tegen een euthanasieverzoek, dat bij nader inzien onvoldoende gefundeerd is. ,,Nee zeggen is verdomd moeilijk hoor, vooral tegen een collega'', zegt Willemsen later tegen medecursist Jan Nijhoff. Nijhoff troost hem: ,,Het kan hem ook lucht geven, als hij merkt hoe ver hij meegezogen is in de druk van een patiënt of diens familie.''

De opleiding tot euthanasieconsulent is een spoedcursus psychologie, eenderde van de cursustijd gaat over de omgang met emoties van patiënt en huisarts. ,,Je lach is je handelsmerk, maar soms verberg je daarmee je twijfels'', krijgt Peter Mekel te horen. Met Willemsen loopt het goed af. Hij krijgt ,,een pluim voor de inhoudelijke kant'' van Nederhorst. Maar ook een standje: ,,Let voortaan op je lichaamshouding, Fred'', zegt Nederhorst. ,,Je zit met je armen stijf over elkaar. Als je je kwetsbaarder had opgesteld, had Peter meer durven vragen.''