Hoe Bin Laden twee keer ontsnapte

De ontvoering van terroristenleider Osama bin Laden ging twee jaar geleden mis door een staatsgreep in Pakistan. ,,We hadden meer risico's moeten nemen'', zegt een betrokken functionaris uit de VS.

De Amerikaanse geheime dienst heeft twee jaar geleden zestig Pakistanen getraind en van wapens voorzien in een poging de terroristenleider Osama bin Laden te ontvoeren of te doden. Dat schrijft de Amerikaanse krant The Washington Post vandaag.

De geheime operatie was een initiatief van de toenmalige premier van Pakistan, Nawaz Sharif en de Amerikaanse president Clinton. Sharif en de Pakistaanse geheime dienst werkten in 1999 mee aan de operatie in ruil voor economische hulp en het opheffen van de sancties die het land in 1998 na het nemen van kernproeven door de Verenigde Staten had opgelegd gekregen. De operatie kwam vroegtijdig aan een einde na een militaire staatsgreep en de val van Sharif later dat jaar.

Het plan om Bin Laden vanuit Pakistan op te sporen en onschadelijk te maken volgde op de gedeeltelijk mislukte aanval van Amerikaanse kruisraketten op bases van Al-Qaeda, de terreurorganisatie van Bin Laden, die de terroristenleider op een haar na zou hebben gemist. De geheime operatie maakte deel uit van een omvangrijke poging van de Verenigde Staten Bin Laden te pakken. Daarbij zou zelfs sprake zijn geweest van massale bombardementen.

The Washington Post zegt over informatie te beschikken waaruit blijkt dat een team van Pakistaanse commando's in oktober 1999 op het punt stond toe te slaan. ,,Het was een onderneming die van start zou gaan'', aldus een betrokken functionaris in deze krant. Het Witte Huis zou zeer te spreken zijn over de operatie omdat daarmee de kans Bin Laden onschadelijk te maken eindelijk reëel leek.

De staatsgreep van generaal Pervez Musharraf maakte op 12 oktober abrupt een einde aan die plannen. Musharraf, de huidige president van Pakistan, zou ondanks aandringen door Washington niet voor voortzetting van de operatie hebben gevoeld. Sinds de terreuraanslagen in de VS is Musharraf een belangerijke bondgenoot van de Verenigde Staten geworden die zijn buurland Afghanistan herhaaldelijk om uitlevering van Bin Laden heeft gevraagd.

Hoewel de Pakistaanse inlichtingendienst goed op de hoogte heet te zijn van hetgeen plaatsheeft in Afghanistan, wordt contact met de organisatie gevaarlijk bevonden door de Amerikaanse CIA. Het vermoeden bestaat dat de Talibaan, de streng islamtische heersers van Afghanistan, de Pakistaanse dienst hebben geïnfiltreerd. ,,Je weet nooit met wie je te maken hebt'', aldus de Amerikaanse functionaris.

De Amerikaanse inlichtingendienst gelooft dat de eerste poging om Bin Laden te treffen, de raketaanval in augustus 1998 op de trainingskampen van Al-Qaeda nabij het Zuid-Afghaanse Kandahar, is mislukt omdat de terroristenleider zou zijn getipt.

Het Amerikaanse ministerie van Defensie zou aanvankelijk een veel riskanter plan hebben opgesteld waarbij Amerikaanse elite-eenheden in Afghanistan zouden worden gedropt of massale bombardementen zouden plaatshebben. Maar Clinton en zijn adviseurs kozen voor de relatief gevaarloze raketaanval omdat het vooruitzicht Amerikaanse militairen te verliezen ogenschijnlijk niet aanvaardbaar was en de angst bestond dat een bombardement, dat veel onschuldige levens zou kosten, de woede van de islamitische wereld zou opwekken.

De raketaanval, met 66 kruisraketten, was uitsluitend gebaseerd op informatie van de Pakistaanse inlichtingendienst die, aldus de functionaris, onbetrouwbaar was. ,,Soms wist George het zeker, twee dagen later bleek hij niet zo zeker'', zegt de functionaris over CIA directeur George Tenet.

Concrete informatie over een bijeenkomst in Afghanistan, waarbij ook Bin Laden aanwezig zou zijn, deed Clinton besluiten tot de raketaanval. Later ontdekte de CIA dat Bin Laden uren voor de aanval al vertrokken moest zijn. ,,Hadden we maar meer risico's durven nemen'', zegt de functionaris in The Washington Post. Nieuwe informatie over de exacte verblijfplaats van Bin Laden werd nooit meer verkregen.