Giechelend op de Taalschool

De wereld zal nooit meer hetzelfde zijn, zeiden velen na de aanslagen in New York en Washington, maar welke wereld hadden ze daarbij op het oog?

Nederland bijvoorbeeld is allang hetzelfde niet meer. Woonde er in de jaren vijftig waarin ik opgroeide nog maar één Duitse vrouw in onze straat, tegenwoordig wonen er Marokkaanse en Turkse gastarbeiders en hun vrouwen en kinderen, gevolgd door trouwlustige neven en nichten, naast rijksgenoten uit Suriname en de Antillen, asielzoekers uit Eritrea, Ethiopië, Irak, Iran, Somalië, Afghanistan, Sierra Leone en Soedan, er wonen Turkse, Iraanse én Irakese Koerden en niet te vergeten degenen die Nederland binnenkwamen in het kielzog van de Hollander-op-vakantie: Thaise, Filippijnse en Zuid-Amerikaanse meisjes, vrouwen uit Oost-Europa, lover-boys uit Gambia en vakantievriendjes uit Israël en Australië.

Wie zien de veranderingen beter dan de leraren Nederlands die al deze mensen in hun klassen krijgen? Want wij zijn het, leraren Nederlands als tweede taal, zoals het vak officieel heet, die de nieuwkomers bij de hand nemen en door hun inburgeringsjaar geleiden. Wij helpen bij de eerste stappen in de nieuwe taal, het onbekende Nederlands met zijn moeilijke zinsbouw, onbegrijpelijke verschil tussen de en het en de vele nieuwe klanken die het uitspreken van een simpel woord als huur tot een hachelijke onderneming maken.

Wij zijn het die kunnen getuigen van de cultuurschok die de immigranten ondergaan wanneer het tot hen doordringt dat het hier anders is dan in het eigen land, heel erg anders, zo anders soms dat er nieuwkomers bij zijn die gaan denken dat het de vrouwen zijn die in dit land de lakens uitdelen, dat alle Nederlandse bejaarden verwaarloosd en eenzaam in tehuizen op bezoek zitten te wachten, dat honden bij hun baas in bed slapen en dat mannen met oorbellen allemaal homo zijn.

Die schok doet een nieuwkomer soms uitroepen: `Dat is niet goed!', of `Dat mag niet van de koran!', en dan zien wij dat zo iemand gecorrigeerd wordt door een klasgenoot die al een stapje verder is en ook goede dingen in Nederland ziet, die het hoofd schudt om sommige praktijken in eigen land en ons vraagt: `Wanneer is dat begonnen in Europa, dat jullie zijn gaan denken zoals jullie nu denken?'

Wij staan de nieuwkomer bij die niet alleen zijn land maar ook zijn verworvenheden daar heeft achtergelaten. Zijn hoge positie, zijn mooie huis met de tuin vol kersenbomen. Die hier opnieuw moet beginnen op een flat uit de jaren zestig, soms zelfs helemaal onder aan de ladder. Omdat je in Nederland nu eenmaal niet zoals in Afghanistan politieman of ambtenaar of directeur kunt worden als je maar de juiste connecties hebt.

Wij zijn het die de nieuwgekomen bruiden troosten als de kersverse echtgenoot tegenvalt, en die op kraamvisite gaan bij diegenen die het beter getroffen hebben en die in de tweede helft van het inburgeringsjaar en masse zwanger worden.

Bij Hakima bijvoorbeeld, bij wie we om half elf 's ochtends al aan de couscous gezet worden, en bij Nasra, die, zoals haar man zegt, `helaas alweer een dochter heeft gekregen'. Soms komen we dan op plaatsen die door de meeste Nederlanders inmiddels zijn verlaten. We ruiken daar de urine in de portalen, zien het zwerfvuil in de struiken, de vele kleine jongens zonder toezicht.

Maar zijn we weer terug op onze thuisbasis, de Taalschool, dan is die ellende snel vergeten. Want daar is Layla uit Iran, die giechelend de `bom op haar buik' komt laten zien, een zoemend apparaatje op batterijen dat overtollig vet wegtrilt. Vijf kilo moet eraf, ze waggelt ten bewijze met haar achterste. Twee passerende Turkse dames met hoofddoek kijken ontstemd.

Daar klampt de Irakees Hussein ons aan met de afrekening van het energiebedrijf. Veertienduizend gulden maar liefst moet hij betalen; zijn voorschot is opgetrokken van tweehonderd naar zeventienhonderd gulden. Kan het kloppen dat hij de meterstand fout heeft afgelezen? En daar wacht het huiswerk van Farid op ons. Hij heeft een gedicht geschreven over zijn land, Afghanistan:

Mijn kleine huis!

Mijn mooie huis!

Waarom ben jij alleen?

Waarom werd jij kapot?

De nieuwe wereld. In Nederland.

Bij uitgeverij Contact verscheen: Nieuwkomers, berichten uit de Multicultuur, columns van Elizabeth Termeer uit NRC Handelsblad en de Goudsche Courant. 168 blz. Prijs ƒ32,90. ISBN 90 254 1752 3