Galeries moeten professioneler gaan werken

Galeries moeten professioneler gaan werken om Nederlandse kunstenaars die internationaal doorbreken aan zich te binden. Ze moeten zich meer richten op geld verdienen. Zo luidt de conclusie van het onderzoek Kunst te koop!, dat gisteren in Amsterdam werd gepresenteerd aan staatssecretaris F. van der Ploeg (Cultuur).

Onderzoekers T. Gubbels en I. Janssen brachten op initiatief van de Mondriaan Stichting en de Boekmanstichting de Nederlandse galeriewereld in kaart. Ze concluderen dat steeds meer Nederlandse kunstenaars internationaal doorbreken, maar dat de kunsthandel daar weinig van profiteert. Van de zeshonderd galeries in Nederland speelt slechts `een handjevol' internationaal een rol, terwijl het merendeel een `zwakke professionele status' heeft. Geschat wordt dat kunstenaars vorig jaar 150 à 200 miljoen gulden omzetten aan verkoop van vrij werk, waarvan ongeveer de helft aan particuleren. De overheid zou, aldus de onderzoekers, bij het toekennen van subsidies mee kunnen laten wegen of de ontvanger een vaste galerie in Nederland heeft. De handel zou betrokken moeten worden bij het verstrekken van opdrachten, en musea zouden vaker via galeries kunst moeten kopen.