Een zangeres met allure

Alles in de nieuwe soloshow van Liesbeth List straalt triomf uit. ,,Ik zing, dus ik besta'', zingt ze. Na het succes van Piaf durft ze alles, zegt ze. Haar versie van Non, je ne regrette rien klinkt triomfantelijker dan ooit. Iedereen mag weten dat Theodorakis haar opnamen van 's mans werk prachtig vond. En ongegeneerd strooit ze ook met de namen van andere grootheden die in de loop der jaren op haar pad zijn gekomen. Dit is niet voor niets een jubileumshow; als haar eerste tv-optreden in 1962 het begin was, kan ze bijna haar veertigjarig bestaan als zangeres vieren.

Eén keer eerder, in 1988, maakte Liesbeth List een theatersolo, een ingetogen recital met een pianist, dat uit gebrek aan andere werkgelegenheid was ontstaan. Kort daarna brak de periode aan die ze nu in een spottend praatje aanduidt als haar `dipje': geen platenmaatschappij meer en geen publiek. Pas een paar jaar later kwam de comeback, met een cd onder supervisie van Frank Boeijen. De laatste twee seizoenen boekte ze in de titelrol van de mini-musical Piaf meer succes dan ooit.

En nu heeft ze, met Van Shaffy tot Piaf, opnieuw een soloprogramma gemaakt – maar onder geheel andere omstandigheden. Met opmerkelijk gemak praat ze wat over een paar belangrijke episoden uit haar carrière (op luchtige teksten van Sanne Wallis de Vries en Jurrian van Dongen), ze zingt de nummers die haar uit die veertig jaar dierbaar zijn gebleven, en ze vertolkt ook een paar nieuwe, autobiografische liedjes.

Hans van der Woude droeg een ontwapenend lijfliedje bij over een vrouw zonder spijt, en Friso Wiegersma schreef een ode aan Ramses Shaffy die klassiek kan worden: ,,Waardoor hij altijd blijft bestaan / is hoe hij schreef en hoe hij zong / want daarin blijft hij altijd jong / de zanger en zijn lied.''

List is, eens te meer, een zangeres met allure die hier hoekig en energiek wordt begeleid door een viermans-groep met percussie en toetsen. Soms brengt hun volume haar ertoe zichzelf te overschreeuwen, maar daarnaast maakt ze ook een mooi ingetogen toneelsolo van Dat soort volk (Ces gens là van Brel), en ze danst als een jonge hinde heen en weer in oude hits als Brussel en Kinderen een kwartje. Vaak gaan de begeleiders helaas verscholen achter metershoge vitragegordijnen, ongeveer zoals de archeologische afdeling van het Groninger Museum. Het past haar beter tussen de muzikanten te staan als ze zingt.

Van vijf belangrijke figuren in haar leven wordt een portret op die vitrage geprojecteerd als het over hen gaat: Piaf, Theodorakis, Shaffy, Boeijen en haar moeder, over wie ze een teder lied met een tekst van Freek de Jonge zingt.

Aan het slot van de show komen ze allemaal opnieuw voorbij, in een collage waarin zelfs flarden van Martin Luther King (I have a dream) opklinken. Dat lijkt mij aan de overdadige kant. Maar dat Liesbeth List iets te vieren heeft, is zeker.

Voorstelling: Van Shaffy tot Piaf, door Liesbeth List. Muziek o.l.v. Eric van de Bovenkamp. Decor: Albert Diederik. Regie: Selma Susanna. Gezien: 1/10 in Theater aan de Parade, Den Bosch. Tournee t/m/ 30/12. Inl.: (073) 6111679, www.liesbethlist.nl