De beroemdste zanger ter wereld

De leukste scène in The Great Caruso, morgenmiddag op de BBC, is die met het sextet Chi mi frena in tal momento uit Donizetti's Lucia di Lammermoor. De muziek is dramatisch, beroemd en meeslepend, maar daar gaat het hier niet om. Terwijl Caruso staat te zingen, kijkt hij steeds in de coulissen. Daar gebaren allerlei heren dat er niets aan de hand is. Caruso zingt weer verder, kijkt weer, en dan schrijven de heren plotseling met krijt op een bord: `Its a girl'.

Caruso, toch al de beroemdste zanger ter wereld, gaat nog beter zingen en sist daarna tegen zijn medezangers: `It's girl!' De souffleur hoort het en loopt naar de dirigent, die het tegen de concertmeester vertelt. Dan verspreidt het nieuws zich naar de zaal, tot bovenin. Als Chi mi frena teneinde is, barst een enorm applaus los voor The Great Papa Caruso.

Mario Lanza speelt en zingt de titelrol in The Great Caruso. De algemene mening over Lanza is dat hij als zanger niet te vergelijken is met Caruso, maar wie nu in het theater zou zitten met een tenor als Lanza op het podium, is zeker niet slecht af. De carrière van Lanza lijkt wat op die van Caruso. Beiden hadden een strot die nauwelijks geschoold was en beiden werden beroemd.

De Italiaan Enrico Caruso was de eerste echte `wereldberoemde tenor' van het type Pavarotti. Zijn voorstellingen werden gedirigeerd door Mahler en Toscanini. Caruso legde ook de basis voor de platenindustrie. Hij was zó beroemd, dat de hele wereld hem wilde horen, als het niet in het theater kon, dan maar via de net uitgevonden grammofoonplaat. In 1902 maakte hij zijn eerste opname, in 1920 zijn 498ste en laatste. Zijn manier van zingen werd daarmee hét voorbeeld voor alle tenoren, ook voor de Amerikaan Mario Lanza, de artiestennaam van Alfredo Cocozza.

The Great Caruso is een geromantiseerde biografie, die zeer vrij met de feiten omspringt. We zien vooral de grillen van prima donna's en tenoren, het gedoe achter de schermen en op het podium, dé kans voor Lanza om zich te laten horen in een lange reeks operahits.

Het drama concentreert zich op zijn schoonvaders. De vader van zijn eerste liefde wilde niet dat hij een zanger werd, die verdienen immers maar dubbeltjes. Zijn echte schoonvader was rabiaat tegen zijn huwelijk met Dorothy Benjamin, maar het ging toch door. Caruso kon toen 10.000 dollar per avond verdienen, maar Dorothy werd door haar vader onterfd.

Van het slot klopt niets. In de film zakt Caruso op het podium ineen, het doek valt en de tenor sterft kennelijk, want in het laatste shot zien we een kranslegging bij Caruso's borstbeeld. De werkelijkheid was minder heroïsch. Caruso stierf aan een verwaarloosd abces. Hij was te beroemd om er iets aan te laten doen en de doktoren, die tenslotte werden geconsulteerd, waren te bang om de verzwakte Caruso nog te opereren.

Zo overleed Caruso op 2 augustus 1921, zomaar, na een hete dag tijdens een vakantie in Napels, zijn geboortestad. Zijn dochter Gloria was toen twee jaar, Caruso 48 jaar. Ook in jong sterven deed Lanza Caruso na, hij werd slechts 38.

The Great Caruso (Richard Thorpe, 1951, VS). Morgen, BBC2, 15.05-16.50u.