Zwitsers woedend na debacle bij `visitekaartje' Swissair

Woede overheerst bij de Zwitsers nu met Swissair een nationaal symbool ten onder is gegaan. In Zürich bespeurt men bovendien een `coup' vanuit Bazel.

Het was gisteren voor de Zwitsers een dag van nationale rouw. Allereerst was er de herdenking van de veertien doden die afgelopen donderdag vielen in het parlement van het kanton Zug. Terwijl de directe beelden van de rouwdienst in Zug de huiskamers binnenkwamen, gingen in het hele land de vlaggen halfstok. Voor de doden werden veertien kaarsen ontstoken en overal werd een minuut stilte in acht genomen.

De Zwitsers treurden om de moord op veertien lokale politici, maar meer nog dan dat, om het verlies van hun onschuld. Van een gevoel dat Zwitserland een eiland is, ver weg van de terreuraanslagen van de wereldmachten, een kleine veilige wereld, waar het leven goed is. Dat Zwitserland bestaat niet meer. De dag van gisteren was nog niet ten einde, of de Zwitsers kregen een tweede, omonstotelijk bewijs gepresenteerd: Swissair, de zeventigjarige nationale luchtvaartmaatschappij, een kwaliteitsmerk en de trots der natie, ging ten onder. Gisteravond om zes uur maakte Swissair zijn aanvraag tot surseance van betaling bekend.

Bij veel Zwitsers overheerst een gevoel van woede. Dat er zoveel jaren mismanagement is gevoerd over de ruggen van de werknemers. ,,Swissair'', zegt marketingassistente Isabella Gasser, ,,was ons uithangbord, ons visitekaartje in het buitenland. Ik vind het een totale schande dat ze er op de directieburelen zo'n puinhoop van hebben gemaakt en dat nu meer dan 2.500 mensen hun baan verliezen.''

De woede richt zich vooral tegen de voorgangers van Mario Corti, tegen Philip Brugisser, die begin dit jaar zijn biezen moest pakken na een totaal mislukte expansiestrategie, en tegen oud-bestuursvoorzitter Eric Honegger. Hiermee raken de Zwitsers de kern van de zaak: een verwevenheid van politiek en bedrijfsleven in het kanton Zürich, die de ongebreidelde kooplust van het vorig management sanctioneerde. Liberaal politicus Honegger stond tot maart van dit jaar achter de strategie van Swissair om tientallen kleine luchtvaartmaatschappijen op te kopen.

Dat ze ervoor moeten boeten, staat voor de Zwitsers ook vast. Er is nog geen goedkeuring verleend voor de jaarrekening 2000, en dat wordt voor velen als moment gezien om de vorige leiders van Swissair financieel flink aan te pakken.

Wat het voor de Zwitsers ook betekent, is een machtsverschuiving van de financiële hoofdstad Zürich naar Basel. Het nieuwe Crossair/Swissair zal een dubbele vestigingsplaats hebben, waarbij het primaat duidelijk in Basel komt te liggen. Het is voor velen zonneklaar, dat UBS-topman Marcel Ospel en Crossair-bestuursvoorzitter Moritz Suter, beiden Baselers, het op een akkoordje hebben gegooid met hun nieuwe reddingsplan. Daarbij hebben ze Corti en de zijnen op een zijspoor gerangeerd. `Een mes in de rug van Corti', menen sommige commentatoren, die spreken van een `coup uit Basel'.

De politiek staat inmiddels aan de zijlijn. De directeur economische zaken van het kanton Zürich betreurt het dat hij niets kan doen. Het personeel van de Swissair houdt zich koest, zolang niet duidelijk is waar de klappen vallen. Aan de loketten is men vriendelijk als altijd. Alleen het oktobernummer van Swissair Gazette zit nog niet in de stoelzakken.