Zweden stelt strenge voorwaarden voor besnijdenis jongens

In Zweden is gisteren een wet van kracht geworden die besnijdenis voor jongens aan banden legt. De nieuwe wet staat uitsluitend besnijdenis toe door een arts of iemand anders met de benodigde opleiding. Ook moet de ingreep gebeuren onder narcose. Joodse organisaties en islamitische groepen hebben fel geprotesteerd tegen de nieuwe wet, die ze beschouwen als een ,,onnodige'' restrictie van de vrijheid van godsdienst. Nog maar kort geleden heeft het Zweedse parlement de joden officieel tot ,,nationale minderheid'' verklaard.

De organisaties wijzen er op dat besnijdenis van jongens door de eeuwen heen veilig is uitgevoerd. Maar Bo Lindblom van het Zweedse bureau voor gezondheid en welzijn zegt dat er de laatste jaren een aantal gevallen bekend is van ernstige verwondingen als gevolg van de besnijdenis. In één geval zou dat zelfs hebben geleid tot de dood.

De website van de joodse gemeenschap wijst er echter op dat de dood van een 3-jarig jongetje, waar Lindblom op doelt, niet het gevolg was van de ingreep zelf. Die zou zijn uitgevoerd door een arts; het jongetje zou zijn overleden door de gebruikte narcose.

Besnijdenis is een ritueel dat volgens de joodse religie op de achtste dag na de geboorte moet worden uitgevoerd. Ook moslims voeren besnijdenissen uit, maar veelal op latere leeftijd. De ongevallen gebeurden meestal bij moslim-besnijdenissen.

Joodse besnijdenissen worden gewoonlijk uitgevoerd door dokters en zogeheten `mohels', die geschoold zijn in het ritueel. Volgens de nieuwe wet kan een mohel een vergunning aanvragen om de ingreep uit te voeren. Maar hij zal altijd moeten worden bijgestaan door een anesthesist. Daardoor zal het volgens joodse organisaties moeilijk worden om het ritueel op een zondag uit te voeren.

Volgens rabbi Philip Spectre van de synagoge in Stockholm is er geen land in de wereld met een dergelijke wet. Spectre vreest dat de Zweedse wet ook gevolgen zal hebben voor wetgeving in andere landen.