Swissair: klein bedrijf met te grote ambities

Swissair is het eerste grote slachtoffer in de luchtvaart na de aanslagen in de VS. Het Zwitserse bedrijf ging ten onder aan de `hunter-strategie' van voormalig topman Bruggisser.

Na de elfde september kon het bijna niet uitblijven: met het faillissement van de ooit zo chique en gerespecteerde luchtvaartmaatschappij Swissair ziet de internationale luchtvaart het eerste grote slachtoffer in een crisis die nog veel grotere gevolgen kan hebben.

De dag van de aanvallen op de Verenigde Staten en de gevolgen voor de luchtvaart mogen de directe aanleiding zijn voor de miljardenschulden van Swissair, de oorzaken liggen veel dieper. Volgens veel luchtvaartanalisten stevende de Swissair Group de afgelopen jaren regelrecht op de afgrond af. Het recente inferno in de Verenigde Staten lijkt daarbij de laatste ferme zet.

De problemen die zich rondom Swissair opstapelden, zijn direct te herleiden tot de zogenoemde `hunter-strategie' van Swissair's vroegere topman Philippe Bruggisser de naam die onlosmakelijk is verbonden met de ondergang van Zwitserlands ooit zo trotse vlaggenschip. Bruggisser was de bedenker van het plan om van Swissair de vierde maatschappij in Europa te maken, op gepaste afstand van British Airways, Air France en Lufthansa.

Terwijl die maatschappijen zich bezighielden met een zoektocht naar grote, wereldwijde allianties, zoals met Amerikaanse maatschappijen als American Airlines, Delta en United Airlines, gokte Bruggisser vooral op een Europees netwerk, ook al lieerde Swissair zich aanvankelijk aan Delta. Een strategie die door andere luchtvaartmaatschappijen in eerste instantie met interesse werd gevolgd. Toen de fusiegesprekken tussen KLM en British Airways vorig jaar opnieuw mislukten, leken nieuwe fusiegesprekken voorlopig niet haalbaar. Ook bij KLM werd toen nagedacht om zelfstandig op krachten te komen door deelnemingen te nemen in kleinere Europese maatschappijen.

De belangrijkste fout die Bruggisser echter maakte, was vermoedelijk dat hij een eigen, overwegend Europese luchtvaartalliantie wilde opbouwen uit louter zwakke schakels. Tegen de achtergrond van die strategie speelt Bruggissers plan om de succesvolle dochters van de Swissair Group van luchtvaartcateraar Gate Gourmet tot en met vliegtuigleasemaatschappij Flightlease een afzetmarkt te geven. Swissair hoopte in de ramsj van de luchtvaartmarkt een waaier aan kleinere, veelal slecht lopende luchtvaartmaatschappijtjes om zich heen te verzamelen. Swissair nam minderheidsbelangen in de Franse regionale vliegmaatschappijen AOM, Air Liberté en Air Littoral die als één maatschappij zouden moeten concurreren met Air France het Belgische Sabena, de Duitse chartermaatschappij LTU, het Italiaanse Volare, de Poolse carrier LOT en South African Airways. Voor de Franse maatschappijen lijkt het doek inmiddels te zijn gevallen, de dagen van Sabena lijken eveneens geteld.

Terwijl steeds meer kleine maatschappijtjes aan de groep werden toegevoegd, liepen de grote juist weg. In 1997 stapte Singapore Airlines uit de alliantie met Swissair, een jaar later Austrian Airlines. Het Amerikaanse Delta Airlines, waarmee Swissair samenwerkte, vond in Air France een andere Europese partner in datzelfde jaar, het rampjaar voor Swissair. Want op 3 september 1998 stortte vlucht SR-111, van New York naar Genève, neer voor de kust van Nova Scotia, met 229 inzittenden aan boord.

Ook KLM heeft nog even interesse gehad in de Zwitserse maatschappij. Eind 1993 beëindigden Austrian Airlines, SAS, KLM en Swissair hun gesprekken om met vier maatschappijen een alliantie te vormen. De gesprekken liepen vast op de keuze van een Amerikaanse partner. KLM was niet van plan partner Northwest op te geven voor een Europees netwerk. Delta had een belang in Swissair, dat het twee jaar geleden verkocht heeft om met Air France samen te kunnen werken.

Swissair was een te kleine maatschappij, Zwitserland een te klein land om een eigen luchtvaartimperium, zonder steun van de grote maatschappijen, op te zetten, zo menen analisten.