Politieke sekte

De uitsluiting van vrouwen als volwaardig partijlid door de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) voldoet aan de juridische definitie van discriminatie. Toch wil staatssecretaris Verstand (Emancipatiebeleid) geen gevolg geven aan de oproep van het VN-comité tegen discriminatie van vrouwen om een wet tegen de SGP te maken. Terecht. Het middel van vergaande overheidsbemoeienis met de interne organisatie van dit politieke partijtje is erger dan de kwaal.

De SGP-kwestie vormt een schoolvoorbeeld van botsende grondrechten. Aan de ene kant het discriminatieverbod, aan de andere kant de vrijheid van vereniging die hier nog eens hand in hand gaat met de godsdienstvrijheid. Het gebruik dat de SGP van deze combinatie maakt, is zonder meer ergerlijk. Maar vrijheidsrechten zijn er niet alleen voor mooi weer. Deze afweging ontbreekt in de stellingname van het VN-comité.

Er zijn nog andere redenen voor terughoudendheid. Een belangrijk criterium voor overheidsingrijpen is of een behoorlijk alternatief voor het lidmaatschap van een balloterende club voorhanden is. Dat is in de orthodox-confessionele hoek het geval. Van belang is ook dat de rare uitsluitingsmaatregel van de SGP alleen voor eigen gebruik is. De partij accepteert dat in ons land een algemeen kiesrecht geldt. Inconsequent is het wel. Dat geldt ook voor de aanwezigheid van een handjevol vrouwelijke partijleden, die ondanks het beweerde bijbelse verbod toch op enig moment moeten zijn toegelaten. Ook de bereidheid bij lijstverbinding met andere partijen wat af te doen aan de uitsluiting komt niet erg beginselvast over. Op een gezamenlijke lijst kunnen wel vrouwen staan, mits niet op een verkiesbare plaats.

Wie tot zo'n partij wil toetreden weet waaraan men begint: een politieke sekte. Een kwestie van `take it or leave it'. Het laatste is verreweg het beste.