Pijn

De meeste Nederlandse vrouwen vinden dat pijn bij de bevalling hoort. Ze willen dan ook liever geen bevalling met behulp van pijnbestrijders ondergaan. De berichten over deze uitkomst van een enquête in het maandblad Kinderen, trokken mijn aandacht. Ik hoor niet zo vaak over een doelbewuste keuze voor pijn en tegen pijnbestrijding. Hooguit de verhalen van iemand die van de tandarts terugkomt en met een zekere trots vertelt geen verdoving nodig te hebben gehad. De berichtgeving over de keuze van Nederlandse vrouwen leek overgoten met eenzelfde soort trots. Soms kreeg ik de indruk dat de schrijvers ervan eigenlijk hadden willen schrijven: onze vrouwen zijn zo flink dat ze geen pijnbestrijding willen tijdens de bevalling.

Nu gaat het mij niet in de eerste plaats om die bevallingen. Daar heb ik geen ervaring mee. Het gaat mij om lichamelijke pijn. Ik ben geïnteresseerd in het fenomeen pijn, in de opvattingen die erover in de samenleving te vinden zijn en de betekenis die aan pijn wordt toegekend. Wat maakt het verdragen van pijn tot een zaak om trots op te zijn, vooral, zo lijkt het, als de pijn zou kunnen worden bestreden? Dat er vrouwen trots zijn op de pijn tijdens hun bevalling blijkt wel uit hun verhalen op de website van weekblad Margriet. Vrouwen vertellen daar dat ze kozen voor een natuurlijke bevalling, ondanks de pijn. Dat ze al eens eerder zijn bevallen met vreselijke pijn maar nu toch ook weer kozen voor die pijn. Interessant is dat volgens de berichten over het onderzoek in Kinderen, verloskundigen het helemaal eens zijn met de keuze van de vrouwen. Zij vinden ook dat een bevalling pijn moet doen. Maar hebben zij daar eigenlijk wel iets mee te maken, als helemaal niet vaststaat dat pijnbestrijding tijdens de bevalling schadelijk is. Wat zit daar nu eigenlijk voor moraal achter?

Is pijn die wel bestreden zou kunnen worden maar manmoedig wordt gedragen van een andere betekenis dan pijn waar weinig aan te doen is? Die dingen interesseren mij omdat ik ook tijden heb gekend dat ik trots was als ik pijn droeg en doorstond. De vraag voor mij is: waarom? Wat wilde ik bewijzen? Waarom keek ik neer op mensen die naar mijn idee een lage pijngrens hadden? Misschien hoopte ik stiekem wel op een beloning, van wie of wat weet ik niet, maar eigenlijk vond ik wel dat ik er een verdiend had. Hoe langer ik daar over nadenk, hoe vreemder ik die manier van denken en voelen van mezelf vind. Kennelijk heeft het denken over en ervaren van pijn een snaar in mij geraakt. Ik hou het erop dat ik onbewust gegrepen ben geweest door het raadsel van lichamelijke pijn. Daarin ben ik niet de eerste. Sterker nog, er zijn historische studies, zoals Reckoning with the beast van Frank Turner, waarin gesteld wordt dat als iets de hedendaagse westerse mens verbindt met zijn negentiende-eeuwse voorouders, het wel de aan fascinatie grenzende angst voor pijn en lijden is.

Waar voor die periode pijn gezien werd als een zonder meer te accepteren fenomeen, zou in de negentiende eeuw het idee zijn ontstaan dat pijn onderzocht, voorkomen en bestreden diende te worden. Een reden daarvoor was volgens Turner dat het geloof afnam of in ieder geval een andere vorm aannam dan voorheen. In de nieuwere religiositeit maakte de toornige God plaats voor een medelijdende God. Het perspectief van een leven hiernamaals waarin de geleden pijn gecompenseerd zou worden, vervaagde steeds meer. Pijn werd een obstakel om te leven, pijn moest vernietigd worden en uit de wereld gebannen.

De ontwikkelingen in de wetenschap en met name de zich snel specialiserende en professionaliserende medische wetenschap leken de mogelijkheid tot het bestrijden van pijn en lijden binnen handbereik te brengen. Medici beriepen zich tegen het einde van de negentiende eeuw dan ook steeds vaker op hun vermogen om aan de pijn van de mensheid een einde te maken. De Italiaanse experimenteel fysioloog Paolo Mantegazza was in die periode een van de pioniers op het gebied van wetenschappelijk onderzoek naar pijn. Zijn Atlas van de pijn was een studie naar de wijze waarop in de kunst pijn was verbeeld. Zich bewegend in de Italiaanse positivistische traditie voegde hij daaraan een experimenteel fysiologisch onderzoek op dieren toe. Door bijvoorbeeld konijnen in ovens te verbranden of hen levend in kokend water onder te dompelen, onderscheidde hij verschillende gradaties van pijn, een schaal lopend van lichte pijn tot de meest verschrikkelijke, ondragelijke pijn.

Dit onderzoek viel niet in goede aarde. Dierenbeschermers waren van mening dat Mantegazza's onderzoek onethisch was omdat het verricht werd door pijn aan levende wezens toe te brengen. Hierdoor nam de hoeveelheid pijn in de wereld juist toe in plaats van af. Men vroeg zich daarbij af of het verkrijgen van kennis tot het toebrengen van leed wel leidde tot zuivere, goede kennis.

Mantegazza reageerde verbaasd en verontwaardigd door erop te wijzen dat ieder mens, ieder levend wezen, zelfs het kleinste onschuldige meisje bij iedere ademtocht pijn toebracht aan levende wezens, kleinere organismen die onder haar voetzooltjes vertrapt werden. Bovendien stelde Mantegazza dat geen zwangerschap zonder pijnen werd volbracht. Als pijn noodzakelijk was om het leven voort te brengen, dan kon het toch niet uitsluitend slecht zijn.

Is dat het ook wat de vrouwen van vandaag denken als zij kiezen voor een bevalling zonder pijnbestrijding? Ik hoop dat zij er echt zelf voor kiezen en dat hun de woorden over pijn bij de bevalling niet door conventies over flink zijn in de mond zijn gelegd. Vrouwen omarmen en verdragen pijn als natuurlijk als zij leven voortbrengen. De hele samenleving roept om bestrijding van pijn als het gaat om het einde van het leven dat toch ook natuurlijk is. Geen wonder. Iedereen gaat dood, niet iedereen kan baren. Als de groep die leven voortbrengt ook nog vrijwillig de pijn die bij het leven hoort op zich neemt, waarom zou de rest dan klagen? Des te meer tijd, aandacht en geld over voor bestrijding van de eigen pijn.