Islam moet zelf afrekenen met primitieve reflex

Voor velen in de islamitische wereld is Bin Laden een volksheld. De islamitische wereld zal zelf moeten afrekenen met deze primitieve sentimenten, oordeelt Marcel Kurpershoek.

Het onderzoek is nog gaande, maar algemeen wordt aangenomen dat Osama bin Laden en zijn Al-Qaeda-organisatie verantwoordelijk zijn voor `de aanval op Amerika'. Die aanhalingstekens staan er niet om de gebeurtenissen van 11 september te bagatelliseren integendeel maar om aan te geven dat we te maken hebben met een nieuw fenomeen. Het beschrijven daarvan in termen die ontleend zijn aan het klassieke repertoire van oorlogvoering is behelpen. We hebben een vermoeden dat we een nieuw tijdperk zijn ingetreden met nieuwe dreigingen, een tijdperk waarin hardhandig wordt afgerekend met de `nieuwe wereldorde', die de politieke droom van de euforische jaren negentig was.

Toeval of niet, indien de Amerikaanse veronderstelling juist is, komt de bedreiging die de moderne westerse beschaving in het hart trof uit een van de meest achtergebleven en onherbergzame landen ter wereld, Afghanistan, waar Bin Ladens radicaal-islamitische terreurorganisatie haar basis heeft. Daarmee zijn begrippen als (politieke) islam, Derde Wereld en globalisering onvermijdelijk onderdeel van een discussie die oeverloos alle kanten opdeint. Of dit veel bijdraagt tot verheldering van wat Bin Laden en zijn trawanten of in ideologisch opzicht vergelijkbare groepen drijft, is echter de vraag.

Voor de westerse geest is het immers niet eenvoudig zich te verplaatsen in de gedachtewereld van extremisten met een ideologie die zich beroept op de islam en als doel heeft moslims overal ter wereld te mobiliseren in de strijd tegen `het Westen'.

Regeringen en religieuze leiders in vrijwel de gehele islamitische wereld hebben Bin Laden en zijn terroristische methodes in alle toonaarden veroordeeld als een doodsvijand van de islamitische waarden. Maar dit is slechts een deel van het verhaal. Want de ijzeren greep van de autoriteiten op de media kan niet verhullen dat er onder de bevolking vaak anders over wordt gedacht. Voor velen in de islamitische wereld is Bin Laden ongetwijfeld aan het uitgroeien tot een volksheld. Dat is een gegeven dat niet zonder meer onder het tapijt kan worden geveegd. Integendeel, een antwoord op de vraag naar het waarom van deze macabere sympathie is essentieel om iets te begrijpen van de vijand die in Amerika zo vernietigend is opgedoken.

Wie in de Arabische wereld onderzoek doet, komt op enig moment in aanraking met een discours dat ongeveer als volgt gaat. De islam is de beste godsdienst, zowel voor de organisatie van het leven op aarde als voor het hiernamaals. Dat valt te lezen in de koran. En aangezien de koran het letterlijke woord van God is, Zijn boodschap voor alle eeuwigheid, kan aan die waarheid niet getwijfeld worden.

De televisiebeelden die thans ook de grote massa in deze landen bereiken, tonen echter dat het levensniveau, de techniek en wetenschap, in het niet-islamitische Westen op een veel hoger plan staan. Hier klopt iets niet. De schuld kan niet liggen bij de kijker, die zich houdt aan de voorschriften van zijn religie. Evenmin bij de religieuze leiders die onderricht geven in Gods woord.

De verdenking valt derhalve op de regeringen die zaken doen met de Westerse mogendheden. Deze mogendheden zijn namelijk uit op de ondermijning van de islam, zoals duidelijk te zien valt aan de levensstijl van westerse bezoekers en de corrumperende invloed van het Westen op de jeugd en degenen die religieus niet stevig in hun schoenen staan.

Een ander bewijs is de Westerse militaire en politieke macht die overal in de islamitische wereld voelbaar is. En natuurlijk Israël, dat de islamitische heiligdommen in Jeruzalem en omgeving bedreigt. Dat is ook volstrekt logisch, want in de koran valt te lezen dat de joden de vijanden van Allah zijn en ,,proberen in het land verderf te zaaien''. Zo is de cirkel dus rond.

Ik was geneigd deze wijd verbreide gedachtegang te beschouwen als lokale folklore een onplezierig onzinverhaal, maar in de praktijk werd de soep niet zo heet gegeten. Vreedzame samenleving met andere religies en culturen is geen onbekend begrip in de regio. Ook de meeste islamitische gezagsdragers hechten aan een goede verstandhouding met de rest van de wereld. Moderne theologen hebben het aangedurfd de openbaring te beschouwen als iets dat in zijn historische context en ontwikkeling moet worden begrepen.

Het probleem is echter dat deze gematigde stemmen steeds meer in het defensief zijn gedrongen. Een land als Egypte was lang toonaangevend in de verzoening van de islamitische traditie met de westerse invloed. Tegenwoordig is het niet langer mogelijk daar openlijk te pleiten voor de scheiding van kerk en staat zonder het risico dat met de dood te moeten bekopen.

Het gaat dus niet om folklore of een karikaturaal beeld waarin hele samenlevingen over één kam worden geschoren met een agressief randverschijnsel. Het gaat om geestelijke terreur, die hand in hand gaat met fysieke terreur. Veruit de meeste moslims die geloof hechten aan genoemd sprookje dat het wereldbeeld van de politieke islam samenvat, zijn vreedzame lieden. Maar gevraagd naar de drijfveren van zijn `front voor jihad tegen joden en kruisvaarders' dist Bin Laden hetzelfde verhaal op. Bin Laden heeft uit het verhaal slechts een extreme en ook in de ogen van de islamitische wereld onaanvaardbare consequentie getrokken.

Met die veroordeling is de kous echter niet af. Dit discours kan niet worden `verklaard' als een ontwikkelingsprobleem dat afdoende door het Westen kan worden behandeld door het verstrekken van economische en andere hulp, of als een veiligheidsrisico dat met militaire middelen kan worden bestreden. Het is een zienswijze die om een veelheid van redenen steeds verder is opgerukt in de islamitische wereld en waaruit op ieder moment nieuwe terreurdaden kunnen voortkomen.

Die beweging gaat terug tot de negentiende eeuw, toen de grondslagen van de moderne politieke islam zichtbaar werden in de propaganda van de mysterieuze agitator Djamal ad-Din Afghani (`de Afghaan', hoewel hij geen Afghaan van afkomst was). Het ging deze pan-islamist om de bundeling van krachten tegen de imperialisten en om interne hervormingen met het doel de achterstand op het Westen in te lopen, zodat de islamitische wereld in haar oude glorie zou herleven.

Dat doel wordt door de islamisten nog steeds nagestreefd, hoe uiteenlopend ook de wegen die zij sinds Djamal al-Din zijn gaan bewandelen. Al enige tijd verliezen vooruitstrevende uitleggers van het erfgoed echter steeds meer terrein aan primitieve elementen die hun met terreur de mond willen snoeren. Zolang daarin geen verandering komt zullen de gevaarlijke sprookjes van islamitische volksmenners onheil blijven stichten. Dat is een voedingsbodem voor terreur waaraan alleen de islamitische wereld zelf, in haar eigen belang, iets kan doen.

Marcel Kurpershoek is hoogleraar Literatuur en Politiek in de Arabische Wereld, Universiteit Leiden.