Groenen leven in slagschaduw van SPD

Na zestien stembusnederlagen worstelen de Duitse Groenen nu ook nog met de steun aan een militaire alliantie tegen het terrorisme.

Peter Struck liet de geest per ongeluk uit de fles. De fractievoorzitter van de SPD in de Bondsdag zei hardop wat anderen slechts binnenskamers of achter de veilige sluier van de anonimiteit bespreken. Mochten de Groenen zich verzetten tegen Duitse bijdragen aan een militaire alliantie tegen het terrorisme, zei Struck, dan valt de rood-groene coalitie.

Crisis in Berlijn? Niet echt. SPD-kopstukken en woordvoerders van de Groenen zwierven snel uit over de media om de geest weer te vangen. Struck had het zo stellig niet bedoeld, zeiden ze. Het was zeker geen dreigement, zeiden ze. Hooguit een pijnlijk geval van slechte timing. De coalitie staat als een huis, zei bondskanselier Schröder. Domme Struck.

Nog staan de Duitse regeringspartijen schouder aan schouder achter de VS. Maar niemand ontkent dat de Groenen klem zitten. Weer eens. Klem tussen pacifisme en pragmatisme. Tussen de Realpolitik van hun immens populaire minister van Buitenlandse Zaken Joschka Fischer en de eigen vredelievende traditie. De, tamelijk hypothetische, bijdrage van Duitse troepen aan een militaire alliantie tegen het terrorisme is genoeg voor een fel gevecht in eigen kring.

Dat was wel vaker zo. Schisma en stammenstrijd zijn wezenskenmerken van de partij die moeizaam een weg zocht van protestbeweging naar coalitiepartner. Maar deze keer is de situatie kritiek. Het leven in de slagschaduw van de SPD is de Groenen slecht bekomen. Zestien achtereenvolgende nederlagen aan de stembus hebben de regeringspartij tot de rand van het politieke bestaansminimum gedreven. De populariteit van Fischer helpt zijn eigen partij niets: vergeleken met midden jaren negentig is de partij met 40 procent gekrompen. Een jaar voor de Bondsdagverkiezingen is de foutenmarge daarom akelig klein.

,,Iedereen weet dat de toekomst van de partij en zijn of haar eigen politieke leven van deze beslissingen afhangt'', zegt Winfried Hermann, overtuigd pacifist en een van de Bondsdagleden die tegen het principebesluit stemden waarin Duitsland militaire steun aan de VS beloofde. ,,De discussies zijn uitermate heftig'', zegt ook Christian Sterzing, buitenlandwoordvoerder van de fractie, die het principebesluit wél steunde.

Voor een daadwerkelijke inzet van de Bundeswehr is opnieuw goedkeuring van de Bondsdag vereist. Van de fractie heeft Schröder vooralsnog weinig te vrezen. Hermann had slechts drie medestanders voor zijn principiële afwijzing van militaire steun aan de VS. Maar Hermann en Sterzing, pacifist en realist, zijn ervan overtuigd dat de sfeer in de partijtop snel kan omslaan als de eerste raketten zijn afgevuurd en de Bondsdag zou moeten beslissen over de inzet van soldaten.

Het echte probleem vormt de achterban van de Groenen. ,,We krijgen massaal e-mails en kritische brieven'', erkent Sterzing. Drie regionale partijafdelingen hebben zich inmiddels tegen de lijn van de fractie gekeerd. De afdeling Berlijn, die kort voor verkiezingen staat, kon het na een avond verhit debat niet eens worden. Komende zaterdag wordt een speciaal congres aan het onderwerp gewijd.

Partijkopstukken uit Berlijn staan op elke lokale bijeenkomst paraat om de politiek van Fischer en Schröder te verdedigen. Alle 474 afdelingen krijgen dezer dagen een telefoontje van de partijcentrale. Strekking: we delen jullie zorgen maar de strijd tegen het terrorisme vereist helaas ook de inzet van militaire middelen. Wij zullen er op toezien dat die inzet beperkt blijft. Sterzing: ,,Militaire operaties moeten doelgericht en beperkt zijn: géén bombardement op Kabul dus.''

Groenen, van links tot rechts, erkennen dat de partij zich sterker als alternatief voor de sociaal-democraten moet profileren. Voor Hermann is pacifisme een van de grondbeginselen van de partij en heeft ze geen andere keus dan juist nu te laten zien waar ze staat. ,,De partij moet zich afvragen: kunnen we nog in deze coalitie blijven? Het mag niet zover komen dat we er alleen nog maar zijn om andermans politiek te maken.'' Hermann erkent dat het weinig zinvol is om agenten met een arrestatiebevel voor Bin Laden naar Afghanistan te sturen. ,,Maar er gaapt een kloof tussen politieagenten en een Amerikaans vliegdekschip.''

Sterzing wijst die principiële lijn af. Afghanistan is voor profilering niet geschikt, zegt hij. ,,Er is nu sprake van een acute dreiging, die kun je niet met pleidooien voor vrede of civiele conflictbeheersing beantwoorden.'' Voor profileringsdrang komen volgens Sterzing alleen binnenlandse onderwerpen in aanmerking. Hij voorspelt dan ook een harde opstelling van de Groenen in het debat over een nieuwe immigratiewet.

Intussen lijkt Sterzing vooral hoop te putten uit de inschatting dat het militaire antwoord op Bin Laden vooral een zaak is van Amerikanen en Britten. Dat de ultieme test voor zijn partij uitblijft. ,,Het is heel onwaarschijnlijk dat het zover komt'', zegt hij. ,,Zeer onwaarschijnlijk.''