Zwartgemaakte tuinen

De grond in de Nederlandse tuin verschilt. Planten houden niet van iedere grondsoort. Het is beter de planten aan te passen aan de grond dan zaksgewijs het omgekeerde.

Hoveniers en tuinlieden hebben hun eigen jargon; ongelijke grond moet worden uitgeslecht en pas geplante hagen waarin een gat gevallen is omdat een struik is doodgegaan worden even ingeboet. Een belangrijke taak van de hovenier is het zwartmaken: het wieden van de tuin om die daarna te voorzien van een dikke laag zwarte tuinaarde.

Zwartmaken doe je in de herfst. Je hoeft er je niet hoog geschoold voor te zijn en het is dan ook niet verwonderlijk dat het zwartmaken veel beunhazen trekt. Vooral zwartmaken-bij-de-bejaarden is bij deze vrije jongens populair. Een gewetensvolle hovenier zal alle onkruid uittrekken voordat hij zijn deken van zwarte tuingrond spreidt, maar de beunhaas plempt de inhoud van zijn pick-up in de tuin, harkt de zaak uit, presenteert een veel te hoge rekening die hij graag contant betaald ziet – desnoods loopt hij wel even mee naar de geldautomaat – om vervolgens met de noorderzon te verdwijnen. Na een paar dagen ziet het slachtoffer de eerste groene sprieten van het onkruid alweer verschijnen.

Ook aannemers en projectontwikkelaars zijn notoire zwartmakers; rond nieuwbouwhuizen, waar de grond vol zit met cementresten, halve metselstenen, en ander bouwpuin, laten ze het dunst denkbare laagje zwarte grond storten om de kopers in de waan te brengen dat hun nieuwe huis op vruchtbare bodem rust. Nu is puin in de tuin geen ramp; er zijn zelfs veel planten die er juist op gedijen. U kunt de grond van zo'n nieuwbouwtuin verbeteren met een paar vrachtwagens vol tuinturf, maar daar wordt de grond wel zwart van maar niet beter. Het is veel belangrijker om voor een goede afwatering te zorgen. In de keiharde grond die door vrachtwagens, shovels en bouwapparaten is aangereden komt het bodemleven maar langzaam op gang. Laat de tuin in zo'n geval door een kraantje diepspitten en let erop dat de ingehuurde kracht geen leidingen en rioleringsbuizen raakt.

Tuingrond kan door toevoegingen worden verbeterd, maar niet volledig veranderd. Van zand valt geen klei te maken, en van veen geen löss of zavel. Daarom is het over het algemeen een betere politiek om de planten aan uw grond aan te passen dan uw grond aan de planten. Veel frustratie ontspruit aan het willen van dingen die niet kunnen. Theerozen gedijen op klei, en niet op zand en daar kan geen vrachtwagenlading klei iets aan veranderen. Omgekeerd willen rododendrons niet op kalkrijke zeeklei groeien. Wie planten kiest die bij zijn grondsoort passen hoeft in principe geen karrenvrachten tuingrond toe te voegen. Tenzij – zoals bijvoorbeeld in Gouda – de hele tuin langzaam wegzinkt.

Een heel andere zaak is het toevoegen van humus en compost. Hoe meer humus u in de grond brengt, hoe gezonder het bodemleven in uw tuin. Met bodemleven bedoel ik alle bacterieën, eencelligen en hogere dieren die in onze tuin een grotendeels onzichtbare onderwereld vormen. De meest zichtbare vertegenwoordigers van deze wereld zijn de mollen – althans de molshopen – en de regenwormen die 's nachts door het bedauwde gras kruipen. Goede tuinaarde bevat honderden wormen per kubieke meter, die samen meer mest produceren dan u in het tuincentrum ooit in uw boodschappenwagen zult kunnen laden. Dit maakt het strooien van wormenmest tot een lachwekkende exercitie. Wormenmest is prima, daar niet van, maar het stimuleren van de wormenpopulatie in uw tuin is vele malen effectiever dan het strooien van hun excrement.

Wormen eten organisch materiaal en produceren humus. De lof van humus kan niet luid genoeg uitgebazuind worden. Humus bindt voedingsstoffen en water en kit gronddeeltjes aan elkaar waardoor de grond een kruimelige structuur krijgt. Humusrijke grond watert goed af en stimuleert het bodemleven. Hoe meer humus, hoe beter voor de planten. Hoe u humus in de grond brengt laat ik aan uw eigen discretie over. De een maakt in een hoekje van zijn tuin een composthoop, de tweede laat een vracht oude koemest komen en een derde gaat naar een tuincentrum en laadt zijn aanhager vol veertig-literzakken kant-en-klare compost. Het maakt niet uit – hoe meer organische stof u in de grond brengt, hoe beter. Daaruit vloeit voort dat u ook beter organische mest kunt gebruiken dan kunstmest en dit heeft niets te maken met biodynamische, ecologische, theosofische of andere overtuigingen, maar met gezond verstand. Kunstmest heeft een negatieve invloed op de structuur van de grond, vervuilt het grondwater en drijft het nitraatgehalte van groenten tot ongezonde waarden op. Een plant ontwaart geen verschil tussen kalium en stikstof uit een koe, of uit een fabriek, maar door overmatig gebruik van kunstmest wordt het bodemleven grotendeels om zeep geholpen. Toch moet ook organische mest met mate worden toegediend om uitspoelen naar diepere bodemlagen te voorkomen.

Wie in een tuincentrum ronddoolt, ziet zich geconfronteerd met een overweldigende keuze aan tuin- en potgronden: al dan niet bemeste tuinaarde, potgrond speciaal, gecomposteerde boomschors, verse boomschors, siertuincompost, rozengrond, rododendrongrond, tuinplantengrond, geranium- en fuchsiagrond, cactusaarde, cocopeat, bonsaigrond met Akadamklei uit Japan, en nog veel meer. Het verschil zit hem vooral in de prijs; klei uit Japan is duurder dan vaderlands gecomposteerd huisafval. Daarnaast zal rozengrond wat meer klei bevatten, en rododendrongrond wat meer turf. Maar nogmaals: als uw grond niet voor rozen, of niet voor rododendrons geschikt is, dan zullen twee of drie zakken speciaal voor een bepaalde doelgroep samengestelde potgrond daar weinig aan veranderen. U kunt uw geld beter uitgeven aan compost en organische grondverbeteraars, zoals turf, kokosvezel, boomschors, cacaodoppen, en wat er in deze categorie nog meer op de markt mag zijn. Het allerbeste blijft compost van eigen hoop.

Over het bewerken van tuingrond lopen de meningen uiteen; de ecotuinier raadt het spitten van de grond af, terwijl de traditionele tuinier zijn grond graag tot op het onderspit delft om mest of compost onder te werken. De ecologische tuinier vindt dat je door spitten het bodemleven te veel verstoort en het evenwicht van de grond uit balans brengt. Hij gebruikt hoogstens een spitvork of een cultivator om in het voorjaar het bovenste laagje van de grond los te maken. Compost wordt op de grond verspreid en licht ingeharkt. Wie liever lui dan moe is klinkt dit als muziek in de oren en ik moet toegeven dat er veel voor de ecologische aanpak te zeggen valt – in ieder geval op lichte grondsoorten als zand en veen. Op zware leem- en kleigronden kan ieder najaar spitten nodig blijven om de kluiten 's winters te laten stukvriezen.