Verboden militie doodt journalist in Noord-Ierland

Noord-Ierse protestantse paramilitairen hebben zaterdag de moord op de journalist Martin O'Hagan opgeëist. O'Hagan (51) werd vrijdagavond neergeschoten in Lurgan, toen hij met zijn vrouw van de pub naar huis liep. O'Hagan, de eerste Noord-Ierse journalist die in ruim dertig jaar Troubles in verband met zijn werk is gedood, werkte op de redactie-Belfast van de Ierse krant Sunday World en schreef onder meer over protestantse terreurnetwerken. Hij werd eerder met de dood bedreigd.

Zijn dood is zaterdag opgeëist door de Red Hand Defenders, waarachter twee verboden groepen loyalistische paramilitairen schuilgaan: de Ulster Defence Association (UDA) en de Loyalist Volunteer Force (LVF), van wie de laatste volgens de politie als meest aannemelijke kandidaat voor de moord geldt, onder meer omdat O'Hagan kortgeleden een reeks artikelen aan de groep had gewijd.

De Britse minister voor Noord-Ierland, John Reid, beloofde de schuldigen te zullen vinden. De ,,misselijkmakende barbaarsheid'' toont hun ,,minachting voor het leven, voor de vrijheid van de pers en voor de mensen in Noord-Ierland'', aldus Reid. Noord-Ierse politici van alle gezindten hebben de moord eveneens veroordeeld, evenals de Ierse premier, Bertie Ahern. De voorzitter van de protestantse havikenpartij Ulster Democratic Party (UDP), die eerder met geweld door loyalistische groepen in verband is gebracht, noemde de moord ,,niet te rechtvaardigen'', maar zei erbij dat O'Hagan ,,veel vijanden had gemaakt''.

O'Hagan werd gedood door een schutter vanuit een auto die naast het echtpaar stopte. Zijn vrouw, Marie, ontsnapte vermoedelijk aan de dood omdat haar man haar in een heg duwde. De auto werd later in de buurt uitgebrand gevonden. O'Hagan wordt vandaag begraven.

Zijn dood valt samen met nieuw sectarisch geweld in Belfast en Londonderry. Gerry Adams, leider van Sinn Féin, de politieke spreekbuis van het verboden Ierse Republikeinse Leger (IRA), heeft zaterdag gezegd dat ,,terrorisme niet te verdedigen'' is. Adams vreest onder meer dat fondsen uit de Verenigde Staten opdrogen na de recente aanslagen.