Nieuwe natuur

Nederland is een verwend kind. Steeds meer zakgeld, steeds meer speelgoed en snoep, en nog niet tevreden. Weet je wat, zegt moeder, ga met de natuur spelen. Struinen, lijkt dat je niet fijn? Als je bang bent voor verdwalen krijg je een computertje mee dat met satellieten praat, dan weet je altijd waar je bent. Zal mamma er nog wat natuur bijmaken? Kijk hier, met harige koeiebeesten er in, die zijn zo leuk. En we bestellen wat lepelaars. O, weet je, mamma doet een luikje open en dan komt er twee keer per dag zeewater bij, getijden heet dat, dat helpt héél goed tegen de verveling. Niet vergeten je laarsjes aan te doen hoor. Hollen maar!

Ik was op Tiengemeten. Dat is een eiland in het Haringvliet, niet ver van Rotterdam, waar twee eeuwen lang is geboerd. Het was vruchtbare grond, geschikt voor bieten en aardappels maar ook, wat bijzonderder is, voor tarwe. Er stonden een stuk of acht, negen boerderijen. Die hadden enorme schuren met rieten daken, van binnen leken het wel kerken.

De boeren waren pachters, het eiland was grootgrondbezit. Eerst van een rijke familie, later van een exploitatiemaatschappij: de huizen, de schuren, alles was van de pachtheer. Als een boer zelf een koelhuis neerzette, verviel het na dertig jaar ook aan hem. Dan kon je pacht gaan betalen over je eigen spul. Zo'n stelsel zal niet bevorderlijk zijn voor de trots van de boeren en het verbeteren van de boerenerven. Maar er werd hard gewerkt op het eiland. Alles was een beetje bijzonder op Tiengemeten. Het postkantoor was tevens smidse, de veerman bezorgde ook de boodschappen. Als het Haringvliet was dichtgevroren en de pont niet voer, konden de kinderen niet naar school – tot het ijs sterk genoeg was om te lopen natuurlijk.

Vier jaar geleden kreeg Tiengemeten een nieuwe eigenaar, de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten. Die wist al gauw wat zij ermee wilde: `teruggeven aan de natuur', al is dat een beetje vreemd gezegd, want het ingepolderde eiland is nooit anders dan cultuurland geweest. Hoe dan ook, de boeren moesten weg, wat nog niet eens meeviel, want veel waren er op het eiland geboren. Eén zit er nog, hij houdt vol tot het bittere einde en zet vrolijke bordjes op zijn akkers: hier groeit uw en dan een plaatje van een zak patat er bij, alsof hier geen aardappels maar frieten groeien. Straks wordt zijn land ruig en drassig dank zij kunstige ingrepen, dijkverlagingen, afgravingen. De techniek staat voor niets.

Als de Stichting Historisch Boerderijonderzoek in 1998 niet toevallig een personeelsuitje naar Tiengemeten had gehad, waren de prachtige schuren en alles wat er bij hoort, zomaar gesloopt. Het leek de nieuwe eigenaar allemaal niet zo veel soeps. Op de valreep is nu toch nog de geschiedenis van de boerderijen en van de landbouw op het eiland vastgelegd. Misschien mag een enkele schuur zelfs blijven staan, als bezoekerscentrum of zo.

Intussen hebben deskundigen, ambtenaren en (vrees ik) reclamemensen vergaderd over bouwstenen voor een integraal ontwikkelingsconcept. Dat concept kreeg een naam. Tiengemeten wordt een `eiland van wildernis, weelde en weemoed'. Ik zweer het. In de wildernis zal de natuur `worden ervaren als wild, spannend en uitgestrekt'. Bij de weelde maken `recreatieve voorzieningen het mogelijk optimaal te genieten van een grote rijkdom aan planten en dieren'. En de weemoed, ocharm, wordt een hoekje waar `menselijk gebruik zichtbaar blijft'. Akkertjes met kruiden, iets educatiefs.

Arm eiland. Arme, verwende beschaving die in marketingpraatjes gelooft, en stikt in haar eigen dadendrang. Zelfs als ze hun handen aftrekken van het boerenland – waar veel voor te zeggen is, ik weet het – zijn ze nog niet in staat om de boel met rust te laten.

Het zou na twee eeuwen zo aardig zijn geweest om die boeren hun land eindelijk te schenken, of voor een zacht prijsje te verkopen. Daarna had je altijd nog kunnen wachten tot ze vanzelf vertrokken. En dan: de zaak ècht laten verwilderen, zonder geschaaf en geknutsel, zonder sloop van oude schuren, gewoon, de tijd aan het werk. Een oefening in natuurlijk verval, een mooi experiment voor op een eiland.

Maar niets doen is het moeilijkste wat er is. Je krijgt je zakgeld niet op, en bovendien bestaat het gevaar dat je overbodig blijkt te zijn.