Mercedes SLK Roadster 32 AMG

Op de foto toont hij een opvallend sterke gelijkenis met Sigmund Freud. Borende blik, scherp gesneden ringbaardje en een gladde, aërodynamische schedel. In zijn hand houdt hij de beroemde driepuntige ster. Mag ik u voorstellen: Bruno Sacco, Italiaan van geboorte en hoofdontwerper bij Mercedes Benz van 1975 tot 1998. Zijn oeuvre is indrukwekkend en divers, naar mijn mening zowel in lelijkheid als in schoonheid.

De eerste Mercedes waarvoor ik eindelijk en zonder bedenkingen door de knieën ging was de 190 uit 1982, de allereerste en succesvolle poging van Mercedes om een volumemodel te maken. Getekend door Sacco en nog steeds als ik de auto zie rijden – en dat zijn er nog opvallend veel – slaak ik een zucht van bewondering. Vooral de lijnen van dak en kofferbak verdienen applaus.

Straf verdiende Sacco voor ontwerpen als de 500 SEC uit 1981, de 500 SL uit 1989 en vooral de 500 SEL uit 1991. Lexus maakte er – tot grote ergernis van de Mercedes Benz-directie – een heel wat vrolijker ogende kopie van in de vorm van de LS 430. De 500 SEL met de maten van een eengezinswoning was zeer geliefd bij projectontwikkelaars en veehandelaren. De nieuwe S-serie heeft ook al die niet mis te verstane uitstraling van poenerigheid en macht.

Natuurlijk, ook Sacco kon niet altijd tekenen en vervolgens laten bouwen wat hij wilde, maar je naam voor eeuwig verbonden te weten aan zoiets grofstoffelijks als deze modellen lijkt me een fikse last om te dragen.

Maar de 190 is niet de enige Mercedes die mijn goedkeuring krijgt, de SLK uit 1996 was ook in één keer goed. Behalve, ja, behalve die veel te grof aangezette achterlichten die als boekensteunen het kofferdeksel in bedwang schijnen te houden. Amper vier meter lang, met twee zitplaatsen achter een zeer schuin achterwaarts geplaatste voorruit en met als voornaamste attractie de geniaal geconstrueerde stalen kap. Die zich in 25 seconden achterwaarts vouwt en vervolgens in de kofferbak verdwijnt. Het enige wat u daarvoor hoeft te doen is een eenmalige druk op de knop. Nogmaals dezelfde handeling en terug en sluiten maar weer. Niet tijdens het rijden natuurlijk want zoiets proberen bij 120 kilometer per uur betekent een hagel van metalen en plastic onderdelen.

Voor me staat de laatste versie van de SLK Roadster, met 354 pk onder de motorkap die door een compressor uit de zescilinder geperst worden. Compressor, dat klinkt heel wat beschaafder dan het ondertussen ietwat volks geworden woord turbo. Beschaafd is ook het geluid dat vanonder het vooronder en door de roestvrijstalen uitlaten geperst wordt. Motor en auto zijn opgevoerd en aangekleed door huis-tuner AMG. Gelukkig geen opzichtige skirts en spoilers ditmaal, de afwerking van in- en exterieur is top, een kilometerteller die tot de 300 km/h reikt is eigenlijk het enig zichtbare voorwerp dat laat zien dat dit een krachtpatser is.

Maar wat mij betreft hoeft al dit superieure machtsvertoon niet, het is allemaal een beetje te veel van het goede. Bij vol gas lijkt het of de wagen met vier wielen van de grond komt, de besturing in bochten is wat indirect. En zoals tegenwoordig gebruikelijk zijn er ook ditmaal allerlei elektronische hulpmiddelen om levensbedreigende bokkensprongen en schuivers te voorkomen – een dode klant is een verloren klant.

Maar dit alles maakt dat ook deze AMG-uitvoering geen echte rijdersauto is geworden. Het is en blijft een superieure reis- en toerwagen, de versie met 218 pk lijkt me de meest uitgewogen combinatie.

Wie schaft er zich deze decente coupé aan? In het moederland vooral die Graue Welle, succesvolle vijftigers die zich, na een leven van rekenen en hun best doen, zo'n sjieke en vooral niet al te uitdagende coupé kunnen veroorloven. Om er vervolgens tripjes mee te maken naar hun huisjes in Toscane of Umbrië, de wind laten razen door het onvermijdelijk dunner wordende haar. Naar badplaatsen als Borken en Cadzand, Knokke en Zandvoort. Ik ben het wezen controleren en het klopt, bijna elke SLK die ik langs boulevards en golfvelden aantrof, had de kleur briljantzilver en was bemand door een tevreden echpaar met dezelfde haarkleur.

In Nederland zal het waarschijnlijk met het koperspubliek niet anders zijn. Mij lijkt het in het uiterste geval ook de auto voor een nichtenstel op leeftijd dat de vleeskleurige kap als een schorpioen laat open- en dichtgaan voor een zomers terras vol met gelijkgestemden. Of een auto voor vrouwen type Maij-Weggen of Charlotte Rampling, even koel en afstandelijk als de SLK Roadster, maar wie de juiste knoppen weet te vinden en vervolgens te bedienen, is voor een tijdje een spekkoper.