Kamergeleerde

Professor meester doctor Jan Peter Balkenende (1956, Kapelle, gereformeerd), die vanmiddag naar verwachting zou worden benoemd tot de nieuwe fractievoorzitter van het CDA in de Tweede Kamer, doet op het eerste gezicht denken aan een typische kamergeleerde. Balkenende – donker sluik haar, het brilletje altijd ietwat voorop de neus – maakte naam binnen de partij als medewerker van het wetenschappelijk bureau van het CDA. Als bijzonder hoogleraar economie doceerde hij sinds 1993 aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Hij kwam in 1998 op de golven van de vernieuwingsdrift met zestien andere nieuwe gezichten de fractie in, na de tweede verkiezingsnederlaag op rij. Zijn politieke ervaring deed hij op in de gemeenteraad van Amstelveen, waar Balkenende zestien jaar zijn partij diende. Zijn grote voorbeeld is oud-ARP'er Jelle Zijlstra (onder meer minister van Financiën).

Balkenende maakte snel indruk als financieel specialist van de partij. Dat hij daarbij regelmatig de toorn van minister Zalm (Financiën) over zich afriep, was eerder ondanks dan dankzij hemzelf. De zwalkende financiële lijn van de fractie (Zalm daarover: ,,Altijd dronken is ook een regelmatig leven'') was het gevolg van te veel verschillende woordvoerders op het financiële terrein. Het kostte Balkenende af en toe grote moeite zijn woede daarover in te houden, zowel in de debatten met de minister als binnen de fractie.

Toen Balkenende in januari dit jaar zonder noemenswaardige concurrenten Ank Bijleveld opvolgde als vice-fractievoorzitter van het CDA, werd hij algemeen gezien als `een belofte voor de toekomst'. Het scenario toen: rustig de verkiezingen naast De Hoop Scheffer, om na 15 mei volgend jaar, uit te groeien tot ervaren politicus. Die tijd krijgt Balkenende waarschijnlijk niet meer. De partij heeft hem nu al nodig.