Jenufa krijgt een aangrijpende en verstilde reprise

,,Ik speel niet met betekenisloze melodieën, ik doop ze onder in het echte leven'', schreef Leos Janácek. Al in zijn eerste avondvullende opera Jenufa (1903) maakte hij die woorden waar, want Jenufa is zonder meer een van de meest rauw-realistische en aangrijpende opera's ooit geschreven. De Nederlandse Opera herneemt deze maand de productie van Jenufa onder regie van Richard Jones, waarmee Edo de Waart bij het Radio Filharmonisch Orkest in 1997 zijn eerste Janácek-opera dirigeerde en waarvan hij nu de reprise leidt als chef-dirigent.

Jenufa is een opera zo naakt, expressief en gruwelijk, dat ontroering geen maatstaf is voor de kwaliteit van een productie; de feiten volstaan voor een natte blik. Het meisje Jenufa valt voor haar opportunistische neef Steva. Hij versmaadt haar, zij baart zijn baby. In de regie van Richard Jones steekt het blonde kuifje van de bastaardbaby nèt uit boven zijn wikkelcape-je als de stiefmoeder van Jenufa het nog nestwarme lichaampje uit angst voor schande en vernedering onder het ijs van de dorpsrivier schuift.

De regie van Jones en de decors en kostuums van Antony McDonald vervatten Jenufa in schetsmatige, naturalistisch aandoende beelden. De ijsschots waaronder baby Steva het leven laat, zakt vanaf de entree van zijn laffe vader als een zwevend paneel in het toneelbeeld. Het huisje van Jenufa is een blinde muur, waardoor de boze buitenwereld tòch weet binnen te dringen. Meer dan uit dit simpele toneelbeeld ontleent deze Jenufa zijn meeslepende theatrale kracht uit de personenregie, die ongehinderd alle aandacht naar zich toezuigt.

Jenufa is een opera van sterke, haast archetypische personages, die hier zonder uitzondering goed zijn bezet. Vooral Peter Straca is als de goedhartige maar opvliegende Laca uitstekend getypecast; slechts waar Jenufa ter sprake komt, kleurt hij zijn krachtige tenor naar lyrische regionen.

De hyperdramatische, loodzware rol van stiefmoeder en kosteres krijgt in Kathryn Harries net als in 1997 met rauwe parlando-uithalen, machteloos klokkende kreten en angstige, verkrampt maaiende armen zeer sterk gestalte. Nieuw is Elena Prokina in de titelrol. Zij is een in timbre weliswaar weinig meisjesachtige, maar heel pure en kwetsbare Jenufa, die zich subtiel ontwikkelt van verliefd meisje tot berustende vrouw-in-rouw.

Orkestraal is deze Jenufa iets minder rauw en aangrijpend dan vocaal. Edo de Waart heeft een hoorbare affiniteit met Janáceks muziek, maar benadert deze meer vanuit de muzikale structuur dan vanuit de theatrale lading, waardoor sommige scènes best wat rafeliger en snerender zouden mogen klinken. Dat neemt echter niet weg dat De Waart en zijn orkest zorgen voor fraaie, verstilde momenten, zoals in Jenufa's wee stemmende, intens ontroerende Maria-gebed.

Voorstelling: Jenufa van L. Janácek door De Nederlandse Opera, Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Edo de Waart m.m.v Kathryn Harries, Elena Prokina, Peter Straka, Kurt Streit, Pauline Tinsley, e.a. Regie: Richard Jones. Decors: Antony McDonald. Gezien: 29/9 Muziektheater, Amsterdam. Herh.: t/m 23/10.