Haar

Zo'n twaalf jaar geleden, toen ik op het punt stond uit te checken uit een hotel in Bombay, kwam de kamerjongen naar mij toe met de vraag of hij mijn overgebleven shampoo mocht hebben. Ik wist niet dat shampoo zo zeldzaam was. Maar dat is intussen veranderd. Sunsilk van Hindustan Lever, een dochter van Unilever, wordt het meest verkocht, maar voor het grootste deel van de Indiërs is shampoo nog steeds te duur. Een flesje kost al gauw tachtig rupees, zo'n vier gulden. Je kunt dan beter een stuk zeep gebruiken van vijf rupees.

In alle culturen is haar een punt van controverse en symboliek en de Indiase is geen uitzondering. Bedelaars wassen nooit hun haar, omdat ze anders niet overtuigend meer zijn. Intellectuele vrouwen dragen het haar als een jongen, om aan te geven dat ze het niet van hun uiterlijk moeten hebben.

De mensen die de meeste betekenis hechten aan het verschijnsel `haar' zijn Sikhs. De oprichter van deze jonge leer had verordonneerd dat mannen hun haar nooit mochten afknippen. Ze moesten er een knotje van draaien en daarover een tulband draperen. Kleine jongens hebben nog maar een klein knotje en zij bedekken het met een donker lapje ter grootte van een zakdoek. Mannen op leeftijd met bijna een meter lang haar gebruiken er, afhankelijk van de gelegenheid, drie tot zes meter stof voor.

Deze godsdienstige eigenaardigheid is in India geheel geaccepteerd. Sikhs hoeven geen veiligheidshelm te dragen als ze op een motorfiets rijden, omdat de tulband het niet toelaat. Ook in het leger lopen ze ongehelmd rond.

De vroegere Indiase goden hadden allemaal lang haar. Maar het was niet bedekt. Het was spiraalsgewijs opgestoken, hoe hoger, des te gewichtiger. Pas in latere tijden, tijdens de bezetting door de moslims en later door de Engelsen, is aan de Indiase mannen geleerd dat ze het haar moeten knippen.

Het is daarom vreemd dat er een speciale kaste is voor barbieren. De barbierenkaste is niet helemaal de laagste: ze staan tenminste boven de leerlooiers, maar goed, iedereen staat boven de leerlooiers. Als je tot de barbierenkaste behoort, zul je je hele leven lang haren knippen. Iets anders weigeren ze te doen. Daarom is er in de steden op elke straathoek een kapper. Je neemt een hoge houten stoel en plaatst een spiegel tegen het hek en voilà, kapperszaak geopend. Zelden zie je deze straatkappers bezig. De klanten zijn schaars, de concurrentie is hevig. Maar wat moet je, als je behoort tot de barbierenkaste.

De inkomsten van de kappers bestaan niet alleen uit de prijs voor het knippen, maar ook uit het mogen verkopen van het afgeknipte haar. Daarvan wordt een speciale touwsoort geweven, die gebruikt wordt om buffels en koeien vast te maken. Het touw wordt door een gat in het tussenschot van de neus gestoken en alleen dit touw van mensenhaar veroorzaakt geen ontstekingen.

Het ritueel van het knippen is in India sober. Voor mannen is het geen uitje met een babbeltje. Kappers in India zijn zwijgzaam, ze doen bijna schaamtevol hun onreine werk, verzamelen het afgeknipte haar en incasseren hun twee kwartjes.

Mannen laten zich ook scheren, op straat. Maar dat is heel wat anders. Je laten scheren is een statussymbool, waarboven alleen het zelf scheren staat. En het is meestal niet zozeer scheren wat de kappers doen, alswel het verzorgen van de snor.

De snor is van overweldigend belang. Er zijn weinig landen in de wereld waar zoveel mannen een snor dragen als in India. Als je geen snor hebt, betekent het in het zuiden van India dat je vader dood is. Een dunne snor staat voor ijdelheid, maar ook voor lichtgeraaktheid. Een borstelige snor betekent zelfvertrouwen, potentie en goedmoedigheid. Een omhoog krullende snor wijst op gezag en verfijning. De vroegere maharadja's hadden allemaal een snor met een enorme krul.

Wat de snor is voor mannen, zijn de wenkbrauwen voor vrouwen. Zware wenkbrauwen staan voor wellust. Daarom laten vrouwen zich epileren, wat niet met een pincet gebeurt, maar met een stuk garen. Het ene eind wordt in de mond genomen, dan wordt een strik gemaakt, waarmee haar voor haar wordt uitgetrokken. Het is een onbeschrijflijk gezicht.

Lang, sluik, met kokosolie glanzend gemaakt zwart haar is sensueel. Zo sensueel dat het eigenlijk bedekt moet worden met een stof van kant of met het lange uiteinde van de sari. Een vrouw die haar lange haar los draagt, vraagt erom lastiggevallen te worden. Een vrouw die het haar tot de schouders knipt heeft overigens hetzelfde probleem. Het is zo opwindend als een minirokje.

Vrouwen mogen hun haar niet in het openbaar kammen. Voor mannen geldt het tegenovergestelde: bijna alle mannen hebben een kam bij zich. Als ze van hun scooter of motorfiets stappen, is het eerste wat ze doen het achteruitkijkspiegeltje zo draaien dat ze zichzelf goed kunnen zien. Dan komt het kammetje uit de achterzak en wordt er langdurig gekamd.

In sommige streken in Noord-India scheren weduwen hun hoofd kaal. In weer andere streken scheren juist de zonen die hun moeder verloren hebben hun hoofd kaal. Kaal heeft iets heiligs, net zoals lang haar bij mannen iets heiligs heeft: de heilige sadhu's die naakt rondlopen knippen nooit hun haar.

Natuurlijke kaalheid wordt steeds meer als probleem ervaren. Het verlies van hoofdhaar is zo ernstig, dat in kranten dagelijks advertenties verschijnen voor middelen waarmee je de haargroei kunt bevorderen. Met foto's van ervoor en erna. Iemand verdient daar veel geld aan.

India is trouwens een van de grootste producenten van pruiken van echt haar. Met enige bewerking kan men met Indiaas haar zelfs kroeshaar simuleren, waar in de Verenigde Staten grote vraag naar is.

Het moeilijkst heeft men het met schaamhaar. Volgens heel veel Indiërs is schaamhaar onrein. Vooral vrouwen in de vruchtbare leeftijd moeten het zien kwijt te raken en in voorlichtingsblaadjes staan altijd vragen over welke de veiligste vorm is: harsen, knippen, scheren. Want dat het bestreden moet worden, daar is men het over eens.

Voor weduwen geldt het omgekeerde: zij moeten eenmalig het hoofd kaal scheren, maar mogen nooit meer iets aan het schaamhaar doen. Zo belijden ze hun rouw, al zijn zij de enigen die ervan weten.

ramdas@nrc.nl