Er wordt in Den Haag veel nagedacht, maar niet zozeer bij de partijen, ondanks meer geld

Het ministerie van Justitie vraagt per advertentie een ,,uitkijkpost en denktank'', à raison van een slordige anderhalve ton per jaar. ,,Zelfstandig, maar niet als solist'' zal de betrokken functionaris ,,omgevingsverkenningen en visiedocumenten'' ten beste geven. Wie zei daar dat er bij de overheid niet meer wordt nagedacht?

Niet alle ambtenaren op de Haagse ministeries denken na, natuurlijk. De meesten zijn gewoon met de uitvoering van beleid belast. Maar als de ministeries er niet aan toekomen, heeft de overheid altijd nog omvangrijke denkmachines achter de hand, zoals het Centraal Planbureau en het Sociaal en Cultureel Planbureau.

De laatste instantie, waar alleen al 65 wetenschappers werken, produceerde onlangs het werkstuk `Verkenningen', dat pretendeert op min of meer objectieve wijze de mogelijkheden voor overheidsbeleid in de komende jaren te formuleren. Maar algemeen worden de `Verkenningen' beschouwd als het politiek testament van premier Kok, een instructie aan degenen die na de verkiezingen het roer van hem overnemen.

Wat kan de oppositie daar aan wetenschappelijke denkkracht tegenover stellen? Eens even met Ab Klink gebeld, directeur van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA. Ze hebben op het CDA-hoofdkwartier, waar het instituut zetelt, dezer dagen natuurlijk wel wat anders dan wetenschap aan het hoofd, nu de partijvoorzitter zijn opdracht om het CDA te dynamiseren zó ernstig heeft opgevat dat hij zijn toevlucht heeft genomen tot de hoogste vorm van dynamiseren: het opblazen.

Zulks in aanmerking genomen, komt Klink opvallend monter aan de lijn. Twee wetenschappelijk medewerkers telt zijn instelling, plus een directeur en nog wat secretariële ondersteuning van partijwege. Daarmee moet het CDA het, wetenschappelijk gezien, doen tegenover al die honderden denkers op de ministeries en bij andere overheidsorganen. Wie voor het blad van het instituut, Christen Democratische Verkenningen, een artikel schrijft, doet dat als vrijwilliger. Een boekenbon of misschien een flesje wijn is zijn deel, en hetzelfde geldt voor de congressen en symposia die de instelling af en toe organiseert.

Zo is het eigenlijk overal in wetenschappelijk-politiek Nederland. Zelfs bij de Wiardi Beckman Stichting van de PvdA, waar het prestigieuze maandblad Socialisme & Democratie verschijnt, is het vrijwilligerswerk troef. Het budget is niet toereikend om voor een onderwerp een deskundige van buiten de partij aan te zoeken. Zelfs de boeken van de Stichting, zoals het onlangs verschenen Het Suriname-syndroom van John Jansen van Galen, worden op basis van `liefdewerk oud papier' vervaardigd.

In sommige buurlanden is dat anders. De CDU in Duitsland heeft zijn Konrad Adenauer Stiftung, de SPD zijn Friedrich Ebert Stiftung. Allebei instellingen met honderden researchers, duur drukwerk en grote, eigen gebouwen. In Nederland woont het wetenschappelijk instituut van de partij meestal in bij het landelijk hoofdkwartier van de partij. De invloed van de wetenschappers op bijvoorbeeld het verkiezingsprogramma is meestal bescheiden. Paul Kalma, directeur van de Wiardi Beckman Stichting, zat dit jaar niet in de commissie die het document geschreven heeft. ,,In het verleden gebeurde dat soms wel'', aldus Kalma. Toch is hij niet ontevreden: ,,vier jaar geleden was er helemaal niet zo'n commissie.''

Ook bij de VVD laat de directeur van de prof. mr. B. M. Teldersstichting, P. van Schie, dit jaar verstek gaan bij het schrijven van het verkiezingsprogramma. Maar dat is een ongelukkig toeval, vertelt hij. Van Schie is nog maar een paar dagen in functie, als opvolger van de vorige maand overleden P. Groenveld, die het instituut sinds 1983 leidde en bij het schrijven van het verkiezingsprogramma traditioneel als secretaris fungeerde.

Als het aan het kabinet ligt, krijgen de wetenschappelijke instituten van de partij er de komende jaren fors geld bij. De begroting van Binnenlandse Zaken, die over enkele weken in de Tweede Kamer behandeld wordt, voorziet in een verdubbeling van het budget voor de rijkssubsidie aan politieke partijen, van 10 miljoen gulden tot 20 miljoen gulden per jaar. Daarbinnen is ook een gefaseerde verhoging voorzien van de gelden die de partijen moeten doorsluizen naar hun wetenschappelijke instituten. De verhoging van hún budget blijft in de plannen overigens achter bij die van de partij in het algemeen, maar bedraagt over twee jaar nog altijd 50 procent.

De subsidiëring van politieke partijen is in het keurige Nederland, waar de politiek de suggestie van Italiaanse toestanden tot elke prijs wil vermijden, een heikel punt. Het lijkt er zo snel op dat partijen zichzelf een deel van de staatsruif toeëigenen, een beeld dat Leefbaar Nederland trouwens op zijn oprichtingscongres probeerde te exploiteren: de enige politieke motie die LN aannam, stelde dat deze subsidiëring moet worden gestaakt. Dat die subsidiëring sinds enkele jaren toch plaatsvindt de wetenschappelijk instituten bijvoorbeeld krijgen thans 160.000 gulden plus 12.000 gulden per Kamerzetel hangt samen met het besef dat de politieke partijen de basis vormen van het functioneren van de democratie, en dat het die partijen, vooral wat betreft ledenaantal, niet zo goed gaat.

De directeuren van de wetenschappelijke instituten zijn allen blij met de vermoedelijke verhoging van hun budget. Dat betekent ruimte voor meer congresorganisatie en publicaties en minder kunst- en vliegwerk en onbetaald overwerk voor de medewerkers.

Maar laten we eens gek doen: zou het niet een goed idee zijn om quasi-onafhankelijke instituten als het CPB of het SCP gewoon op te doeken en dat geld over te hevelen naar de wetenschappelijke instituten van de partijen? Zou dat niet een enorme opkikker betekenen voor het publieke debat in Nederland, doordat het al die fundamentele vragen over de toekomst van Nederland, nu begraven in de `Verkenningen', terugbrengt in de politieke arena en onderwerp maakt van felle strijd? Op deze vragen hullen Kalma, Van Schie en Klink zich eendrachtig in scepsis. ,,Ik betwijfel of de politieke partijen van nu wel een goede drager zouden zijn voor zulke discussies. Tenslotte staan die er niet zo florissant voor'', meent Kalma.

De Tweede Kamer spreekt deze week over de cafébrand in Volendam.