Een siamese tweeling op de piste

Het Nederlandse baanwielrennen staat internationaal nog in de kinderschoenen, zo bleek afgelopen week bij de WK in Antwerpen. De zesde plaats van Danny Stam en Robert Slippens in de koppelkoers was gisteren een lichtpunt. Het succesverhaal van een Siamese tweeling op de fiets.

Op het middenterrein van het Sportpaleis praten Danny Stam (29) en Robert Slippens (26) over hun passie voor de wielersport en hun vriendschap voor het leven. Op hetzelfde ogenblik rijdt een handvol buitenlandse sprinters elkaar met een snelheid van zeventig kilometer per uur in de wielen. Ze tuimelen omver, likken hun wonden en punniken houtsplinters uit hun armen. ,,Dat bedoel ik nou'', zegt Stam. Even daarvoor had hij het baanwielrennen als ,,niet kinderachtig'' omschreven. Het publiek in Antwerpen staat op de banken na de vrij massale valpartij. Het komt voor spanning en sensatie. Stam wijst naar een litteken op zijn sleutelbeen. Een typisch wielersouvenir.

Op de houten piste van de betonnen hal rijden voornamelijk gespierde atleten met brede schouders, smalle heupen en dikke dijen. De wereldtitel in de koppelkoers staat op het spel. Vergeleken met de buitenlandse baanrenners ogen Stam en Slippens als schooljongens. Nederlands hoop in bange wielerdagen valt behoorlijk uit de toon, temidden van het geweld uit Frankrijk, Australië of Zwitserland. Slippens toont zijn pezige lijf. ,,Een iel lichaam heeft ook zijn voordelen. Wij zijn behendiger en hebben meer souplesse'', zegt de kopman van het stel.

Behendiger of niet, de fysieke verschillen vertalen zich in de eindstand van het spectaculaire onderdeel op de wereldkampioenschappen. Stam en Slippens eindigen op een zesde plaats. Ze hebben stilletjes gehoopt op een medaille, na de vierde plaats van vorig jaar. Ze hebben weer geroken aan een podiumplaats. Ze komen na 240 rondes en twaalf tussensprints maar net te kort tegen de buitenlandse krachtpatsers.

Fris en monter vertellen ze na afloop over hun gemengde gevoelens. Ze zijn snel hersteld van de zware inspanningen. Ze hadden goede benen en ogen daarom minder vermoeid. ,,We zijn niet afgegaan. We missen alleen de macht om volle bak rond te rijden'', weet Stam. ,,We staan tenminste op het scorebord. We missen alleen hardheid om na een tussensprint meteen aan het wiel te zitten. Een kwestie van ervaring ook. We rijden pas een paar jaar samen'', verklaart Slippens.

Ze ontmoetten elkaar een jaar of vier geleden bij toeval in een discotheek in Assendelft. Baanrenner Slippens zocht en vond een geschikte partner voor de koppelkoers. Wegrenner Stam – zoon van stayer Cees Stam – zocht een alternatief voor zijn mislukte poging om beroepsrenner bij Rabobank te worden. De twee ambitieuze sportlui uit Noord-Holland bleken elkaar goed te liggen. Zo goed, dat hun wederzijdse vriendinnen zich tegenwoordig wel eens afvragen of de sportieve relatie niet uit de hand dreigt te lopen.

,,We worden door onze collega's een Siamese tweeling genoemd'', zegt Slippens met een glunderend gezicht. ,,Wielrennen is meer dan sport voor ons. We hebben een unieke vriendschap. We weten alles van elkaar. Eén blik is vaak voldoende. We delen 's zomers en 's winters onze hotelkamer. We hebben over alles dezelfde smaak en dezelfde mening. We hoeven bijvoorbeeld nooit te discussiëren over de kleur van een nieuw stuurlint. Als Danny met een blauwe komt aanzetten, dan hoef ik al geen rooie meer.''

Een garantie voor succes is de amicale verhouding zeker niet. Sport is werk en werk is geen persoonlijke bezigheid, erkennen Stam en Slippens. Maar bij een koppelkoers moet de ene renner wel perfect aanvoelen wanneer de andere renner uit het achterveld komt aan sprinten. Vervolgens wordt de ene door de andere als het ware gelanceerd. Om de zoveel ronden volgt een tussensprint waarin de beste vijf koppels punten verdienen. Hoe meer rondes een tweetal rijdt, hoe minder punten het nodig heeft om de concurrentie voor te blijven. En dat alles in een moordend tempo.

Stam en Slippens zijn verslaafd aan de koppelkoers in het bijzonder en de Zesdaagse in het algemeen. Ze trainen gemiddeld vier uur per dag. Aanvankelijk op de onoverdekte wielerbaan in Alkmaar. Sinds vorig jaar op de overdekte wielerbaan in Sloten. Op deze gerenoveerde piste kunnen ze op professionele wijze hun werk uitoefenen, zoals de buitenlandse collega's gewend zijn. Vorige maand werd in Sloten voor het eerst sinds tien jaar weer een Zesdaagse gereden, als bewijs van de groeiende populariteit van het Nederlandse baanwielrennen.

Stam en Slippens zijn de exponenten van een nieuwe lichting. Ze behoren tot de betere rijders in de Zesdaagsen. Ze rijden in deze kermiskoersen een redelijk salaris bij elkaar. Ze behoren sinds kort tot de A-categorie en zijn niet langer afhankelijk van wild cards. Ze genieten van het showelement in Berlijn en Dortmund, maar geven de voorkeur aan een wedstrijd op hoog niveau, de wereldkampioenschappen bijvoorbeeld. ,,Een wegrenner droomt zijn hele leven van de gele trui. Ik droom mijn hele leven van de regenboogtrui'', zegt Slippens terwijl het Franse volkslied ten gehore wordt gebracht.

Ze vullen elkaar in lichamelijk opzicht goed aan, bevestigt bondsarts Tjeerd de Vries. ,,Bij Stammie is het duurvermogen beter ontwikkeld. Slippie moet het hebben van zijn verzuringsvermogen. Ze naderen de ideale leeftijd voor een wielrenner, dat zie je terug in de testen. Hun trapfrequentie wordt steeds hoger. Ze halen nu tussen de 100 en 120 pedaalslagen per minuut. Zonder souplesse is een baanrenner nergens. Daarom moet hij 's zomers geen zware bergetappe rijden. Dat gaat ten koste van zijn pure snelheid.''

Bondscoach Peter Pieters is ervaringsdeskundige van het baanwielrennen. Hij won twee keer een Zesdaagse. Bij gebrek aan Nederlandse pistiers was hij in de jaren tachtig en negentig aangewezen op buitenlandse collega's. Pieters steekt nu veel tijd in zijn opvolgers. Hij wijst hen op technische tekortkomingen. ,,Kleine dingetjes die jij met het blote oog niet ziet. Het koersverloop is voor een buitenstaander best ingewikkeld. Welk koppel moet je in de gaten houden? Wanneer en waar moet je elkaar aflossen. Het is een ingewikkelde puzzel.''

Volgens Pieters zijn Stam en Slippens ,,veelbelovend bezig''. De bondscoach ziet overeenkomsten, maar ook verschillen. Hij spreekt over ,,aanvullende en afwisselende karakters''. De rolverdeling is op de baan anders dan buiten de baan. ,,Stammie is de stille. Slippie is meer de regelaar. In de koers is het net andersom. Dan is Stammie weer feller.''

In de schaduw van veel verdienende wegrenners als Erik Dekker, Leon van Bon en Michael Boogerd proberen de beste baanrenners van Nederland zich in de kijker te fietsen van sponsors en supporters. Ze voelen zich niet miskend, zeggen ze in koor. Ze rijden niet voor het grote publiek. Ze koesteren de schoonheid van een wielerdiscipline die een paar jaar geleden nog met uitsterven werd bedreigd. Ze rijden puur voor zichzelf. En ze blijven dromen van een wereldtitel. ,,We hadden de benen om hier tweede of derde te worden en de benen worden alleen nog maar beter'', houdt Danny Stam de moed er in. Robert Slippens kan hem geen ongelijk geven.