De trage toekomst van de radio

Herinnert u zich nog dat mooie moment uit het allang opgehevenradioprogramma Hobbyscoop? Iedere week werd er in dat magazine voor computerhobbyisten software uitgezonden. Ik luisterde om het korte en van aandoenlijk enthousiasme strak staande ogenblik tussen de aankondiging door de presentator en het trommelvliesscheurende kraken en gieren dat vervolgens minutenlang uit de radio kwam. Het gevoel dat het opwekte: dat dit kan!

In 1991 reisde ik naar San Francisco om daar een paar maanden te wonen,te schrijven aan een roman en met de neus op de technologie van de toekomst te zitten. Silicon Valley lag om de hoek. Van Wim Noordhoek van de VPRO had ik een professioneel cassette-recordertje en een heuse radiomicrofoon meegekregen. Ik had Wim namelijk verteld van het gekraakvan Hobbyscoop en hardop gedacht: als het digitale signaal (de software) analoge pokkeherrie kan worden, kan dus iedere computer met een antenne een radio worden en waarom zou je niet digitale code door de ether kunnen uitzenden, want computers maken er wel weer radiogeluid van. Ik had het ergens gelezen: dit was de toekomst van de radio in het multimedia-tijdperk. Wim vond het een duizelingwekkend, maar interessant verschiet en zei dat ik moest proberen er een reportage over te maken.

In San Francisco bleek ik iets te vroeg aangekomen. De technici hadden het vooral over technische problemen en financiering. De mensen bij lokale radiozenders keken me aan als een snoek op zolder. Hun toekomstgerichtheid bleek er naar hun idee uit dat ze hun Bay Area Talk Radio lieten presenteren door een half joodse, half zwarte, gehandicapte lesbienne. Ze dachten niet, zoals ik, aan fenomenaal goed geluid dat ons hallucinant bijna-aanwezig maakte in een documentaire, die werd ondersteund door optionele muziekkanalen of op het scherm te bekijken aanvullende informatie. Het liep dus op niks uit en later werd ik onder bedreiging met een Rambo-dolk, van de tas met de radiospullen beroofd.

Gisteravond las ik op de website van WorldDAB (www.worlddab. org), oftewel Digital Audio Broadcasting dat 230 miljoen mensen op de wereld naar 400 verschillende DAB-zenders kunnen luisteren. Wat is DAB? Iets heel anders dan internetradio. Hier is geen internettoegang voor nodig. Het is een middels compressie verrijkt digitaal signaal dat door een netwerk van zenders de ether ingestuurd wordt. Een digitale ontvanger (al dan niet gekoppeld aan je pc) zet het om in geluid. De kwaliteit daarvan benadert die van cd's en overtreft FM met gemak. Toegang tot het internet is niet nodig en via je computer kun je alles stante pede opnemen. In Engeland zijn er al 80 radiostations, variërend van klassiek, via talk, nieuws, dance tot aan oude rock.

De ontvangers zijn nog duur, rond de duizend gulden, maar deontwikkelingen gaan snel. Op 29 augustus werd in Berlijn de Siemens pocket-dab gepresenteerd. Alsmaar slimmere algoritmes, zo lees ik, zullen het stroomverbruik binnenkort minimaliseren en er een echte draagbare radio van maken.

Schandalig is wel dat Nederland op het gebied van DAB achterlijk is. Engeland, Duitsland en zelfs België bedienen tussen de 65 en 95 procent van hun bevoking met DAB. Zelfs de helft van de Spanjaarden, 30 % van de Hongaren en 12 % van de Turken zijn voorzien. In Nederland is men nog in de voorbereidende fase. Terwijl de VRT, Radio France, de BBC, Deutsche Telekom, Sveriges Radio enz. zich in hun landen beijveren voor DAB, zijn in Nederland alleen de kabelaars van Nozema en de mannen van Kenwood en VDO Dayton (autoradio's) bij de WorldDAB-organisatie aangesloten. Geen Hilversum, Geen KPN, geen Philips. Kan iemand me uitleggen waarom? Ik wil nu eindelijk wel eens luisteren naar de vertraagde toekomst van de radio, Wim en ik wachten er al tien jaar op.