De Hoop Scheffer kreeg te weinig tijd

De kaalslag in de fractie en het ongeduld van het landelijk CDA zijn de belangrijkste oorzaken van de huidige crisis in het CDA, vindt Hans Hillen.

De aardbeving in het CDA van ruim zeven jaar geleden heeft afgelopen week wel een heel erg sterke naschok gekregen. Velen dachten dat de partij weer aardig op orde was. Hoewel het misschien allemaal niet spectaculair en mediageniek oogde, nam bij vriend en vijand geleidelijk toch weer het respect toe. Van interne verdeeldheid werd amper meer vernomen. Op lokaal en regionaal niveau was het al geruime tijd business as usual en bestuurde men mee in de meeste colleges. Bovendien bleek op landelijk niveau Paars toch minder vernieuwend dan aanvankelijk werd gedacht of gehoopt. Sterker nog, ondanks de enorme economische voorspoed vielen er veel meer slijtgaten in de maatschappij dan menigeen voor mogelijk had gehouden. De ontwaarding van de samenleving benauwde en benauwt steeds meer mensen. In politiek Den Haag werd allengs meer dan tersluiks naar de vorderingen gekeken die het CDA maakte. Die stemden verwachtingsvol. Zelfs zodanig dat bij de laatste Algemene Beschouwingen CDA-leider De Hoop Scheffer weer volledig als een van de Grote Drie in de Kamer werd bejegend. Vanaf de zijlijn knikten de kenners elkaar toe. Het ging weer spannender worden. Er viel weer wat te kiezen.

En toen kwam die naschok.

Is het wel een naschok? Of zijn de problemen toch fundamenteler? Een kernprobleem van het CDA is dat het geweldig veel ervaren leiders heeft verspeeld na de crisis van 1994. Aan de politieke zijde vertrokken geleidelijk alle ex-bewindslieden. Aan de partijkant namen bestuurders het over die werden gevoed door sterke anti-Haagse sentimenten. Op zijn beurt droeg dit er weer toe bij dat omwille van vernieuwing veel collectieve ervaring uit de Tweede-Kamerfractie werd verwijderd bij de verkiezingen van 1998. Thans zijn er heel weinig mensen over aan de top die op een langere ervaring kunnen bogen dan slechts enkele jaren. In haar eerbiedwaardige en belangrijke geschiedenis is de christen-democratie nog nooit zo dun aangestuurd geweest. Dat heeft ook zijn gevolgen voor het prestige van het zittende leiderschap. (Oud-)bewindslieden imponeren achterban en kiezers eenvoudiger dan Kamerleden die een lamgeslagen club weer op het spoor moeten zetten. De VVD koketteert momenteel met zijn A-Team. Dat kon het CDA net zo, vijftien jaar geleden. Maar nu moet de beker met werkvoetbal worden verdiend, en dat trekt nu eenmaal minder en kritischer publiek. Maar bovendien ontmoet het huidige leiderschap daardoor minder ontzag als het gaat om interne strubbelingen. Dat is een van de oorzaken van de crisis in het CDA.

Een tweede is een hele banale. De Tweede Kamerfractie en het landelijk kader hebben domweg een verschillend belang. De fractie tracht door zorgvuldig manoeuvreren zich te kwalificeren voor de macht in politiek Den Haag. Zelfs een matige verkiezingsuitslag is daarbij niet echt doorslaggevend. Waar het om gaat, is aantoonbare stabiliteit en relevante programmatuur. Op beide onderdelen scoort de fractie momenteel goed. Dat leidt vervolgens niet alleen tot meer prestige in de politieke arena, maar ook tot een gunstiger publiciteit. Het CDA is de laatste jaren niet in de eerste plaats weggeschreven omdat men zo slecht zou presteren, maar vooral wegens het ontbreken van machtsrelevantie. Welnu, betere publiciteit als gevolg van hogere machtsrelevantie leidt vervolgens onvermijdelijk tot meer prestige bij de kiezers, en dus tot hogere electorale potentie. Dat was de strategie van Jaap de Hoop Scheffer. Het landelijk kader heeft dat geduld niet. Daar kijkt men eigenlijk vooral naar de verwachtingen voor de raadsverkiezingen in maart. Nu de peilingen nog geen verbetering laten zien, is het dus tijd voor ingrijpen, zo luidt daar de redenering. Dat dit zou kunnen gaan ten koste van de Haagse machtsrelevantie is niet wezenlijk. Als het publiek maar meer CDA-spektakel krijgt voorgeschoteld. Op dat sentiment speelde Marnix van Rij in met zijn stelling dat er tussen hem en De Hoop Scheffer verschil van inzicht bestond over de campagne. Jaap was te defensief, en dat was taal die het landelijk kader begreep. Tussen haakjes: ik ben persoonlijk bij heel veel campagnebesprekingen van de twee heren geweest en heb dat verschil van inzicht daar nooit waargenomen.

In alle discussies is er geen melding geweest van een principieel verschil van mening over koers of inhoud. Dat is er ook niet. Partij, wetenschappelijk instituut en fractie hebben de laatste jaren zeer eendrachtig samengewerkt aan een fundamentele herijking van de programmatuur. Die is inmiddels afgerond. Jaap de Hoop Scheffer heeft het verzameld werk bij de laatste Algemene Beschouwingen aangeboden, met een strik er om heen, aan regering en parlement. Verlost van de dictatuur van de Haagse ambtelijke en regeringsagenda heeft het CDA een moderne en progressieve vertaling gemaakt van het oude thema gespreide verantwoordelijkheid. Op tal van beleidsterreinen is het CDA de laatste twee jaar regering en regeringspartijen voor geweest met keuzes en analyses, en veel van die inzichten zijn of worden inmiddels door de regeringspartijen of de ambtenarij overgenomen of serieus onderzocht.

Het programmatische fundament, en de eenduidigheid die daarover in CDA-kring bestaat, is een sterk signaal dat het CDA ondanks alles een stabielere fase is ingegaan. Het politieke machtsspel dat nu plaatsvindt is daarom vooral een gevolg van enerzijds het ongeduld bij het landelijk CDA en anderzijds van de onvoldoende sterke bemensing na de kaalslag van de afgelopen jaren. Dan krijgen ambitie en emotie te veel ruimte. Het is daarom ook beneden de waardigheid van die belangrijke beweging, maar tegelijk een vraagstuk dat is te beheersen met behulp van bijvoorbeeld enkele oude getrouwen. Als de rust eenmaal is weergekeerd zal het menigeen verbazen hoe snel het CDA de draad weer zal oppakken. Intussen is natuurlijk Jaap de Hoop Scheffer lijsttrekker-af. Dat is wederom kapitaalvernietiging en, gezien de schaarste aan beschikbare ervaring, onwijs. Maar de inmiddels voltooide integrale en door partij en fractie gedragen programmatische heroriëntatie biedt uitzicht op het zonder aarzelen voortzetten van de ingezette koers. Het is misschien niet spectaculair. Het is wel oerdegelijk, net als de nieuwe fractievoorzitter van het CDA Jan Peter Balkenende, die trouwens mede aan de wieg heeft gestaan van het omvangrijke werk dat is verricht. Er zijn momenten dat ik blijer was met mijn lidmaatschap van het CDA. Maar ik ben onverminderd trots op en enthousiast over zijn inhoud en toekomstgerichtheid.

Hans Hillen is lid van de Tweede Kamer voor het CDA.